‘Ik heb de dood van mijn vader vergeven’

Palestijns christen Dr. Bishara Awad richtte een Bijbelschool in Bethlehem op. Beeld: Alfred Muller
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

BETHLEHEM | Bishara Awad wijst op de flatgebouwen en huizen aan de horizon. “Daar hebben we ons huis. Mijn zoon Sami, zijn vrouw en zijn drie dochtertjes wonen naast ons. Van de zeven broers en zusters, ben ik de enige die hier nog woont. Niet dat ik niet van de Verenigde Staten hou, maar ik voel dat dit mijn thuis is en dat we hier moeten blijven.”

Als hij van het balkon de eetzaal binnenstapt, wordt hij hartelijk begroet door een van de studentes. Een paar deuren verderop stappen we het kantoor binnen van deze grondlegger van Bethlehems Bijbelschool en de ontvanger van enkele eredoctoraten. Het leven was goed voor zijn familie in de Arabische wijk Musrara ten noorden van de Oude Stad van Jeruzalem, vertelt hij als hij plaats heeft genomen. Daar werd hij in 1939 als tweede van zeven kinderen geboren.

“Moslims en christenen woonden door elkaar. Ik herinner me hoe andere gezinnen bij ons op bezoek kwamen. Als een moeder moest werken, gaf een andere vrouw de baby de borst. Ze kon een moslim of een christen zijn. de Mamilla wijk een eindje verderop, was gemengd Joods-Arabisch. Ik herinner me hoe mijn vader Joodse families bij ons thuis uitnodigde. Een van zijn beste vrienden was Joods. Voor ons maakte het allemaal niet uit.”

‘Buren besloten hun huizen te verlaten’
In 1947 begon de sfeer te veranderen. De Verenigde Naties nam een resolutie aan om Palestina in een Joodse en Arabische staat te verdelen. De Arabieren verwierpen het plan en de spanning nam toe. “Vele buren besloten hun huizen te verlaten. Maar mijn vader en enkele buren besloten te blijven. Opeens zaten we middenin de gevechten. De Jordaniërs en de Irakezen trokken op uit Oost-Jeruzalem. Vanuit West-Jeruzalem schoten de Israëliërs. We bleven binnen, want het was levensgevaarlijk op straat.”

D208-001
Een Arabisch huis in de Musrara wijk in Jeruzalem begin 1949. Foto: GPO.

“Op een gegeven moment werd het rustig. Toen besloot mijn vader Elias even naar buiten te gaan om polshoogte te nemen. Hij had nog maar nauwelijks een stap buitengezet, of een sluipschutter schoot hem dood. We zijn er niet zeker van of het het Israëlische of het Arabische leger was. We denken dat het het Israëlische was, omdat het schieten uit hun richting kwam. Maar we zijn er niet zeker van.”

“Mijn moeder Huda ging toen ook naar buiten. Ze schoten ook op haar, maar God spaarde haar leven. Ze trok hem naar binnen. Ik herinner me dat later een paar buren kwamen en probeerden ons te troosten. Maar we moesten onze vader begraven. We begroeven onze vader in de tuin achter het huis. Er was geen priester. Mijn moeder was de enige gelovige en zij was de enige die het Onze Vader kon bidden.”

‘Maak dat je wegkomt’
“Daarna bleven we weer wekenlang binnen. Mijn moeder zag kans eten te halen uit de huizen van buren. Op een dag nam het Jordaanse leger onze wijk in. Later, in het midden van een nacht, zeiden ze: ‘Het Israëlische leger komt eraan. Maak dat je wegkomt.’ Mijn moeder, zeven kinderen en onze grootmoeder haastten zich het huis uit. Mijn moeder pakte nog snel geboortebewijzen en enkele andere belangrijke documenten. Dat was de laatste keer dat ze ons gehuurde huis en onze meubels zagen. We gingen wonen in de Oude Stad van Jeruzalem.”

D278-096
Arabische huizen in Jeruzalems Musrara wijk die beschadigd werden in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948. Foto: GPO.

“Een moslimfamilie gaf ons een kleine kamer. Mijn moeder vond een baan vond in het Zweedse Ziekenhuis in de Oude Stad van Jeruzalem. ’s Avonds studeerde ze. Ze werd verpleegkundige, en later hoofdverpleegkundige en vroedvrouw. Ze was in dienst van de Jordaanse regering. Mijn broers, zusters en ik werden naar een weeshuis gestuurd. Ik bracht twaalf jaar door in het anglicaanse jongenshuis Dar Al Awlad in Wadi Joz in Jeruzalem.”

“In het jongenshuis hadden we elke zondag zondagsschool. We waren allemaal in de Grieks-orthodoxe kerk gedoopt, maar nadat mijn vader overleed, begonnen we evangelische kerken te bezoeken.”

Elitaire families
“Een Amerikaan sponsorde mij om naar de anglicaanse St.-George’s middelbare school te gaan. Daar gingen de kinderen van de elitaire families heen. Het was een moeilijke tijd, maar we kregen uitstekend onderwijs. Toen ik de middelbare school had doorlopen, bood een Amerikaan mij aan te studeren in zijn land. Na twee maanden keerde hij terug met een bewijs van inschrijving bij de Wesleyan University in Zuid-Dakota. Ik studeerde wis- en scheikunde. Na de Zesdaagse Oorlog van 1967 [toen Israël de Westoever innam], wilde ik terugkeren om mijn moeder te helpen. Maar toen ontdekte ik dat ik mijn recht om terug te keren kwijt was geraakt.”

“Later gebruikte ik mijn Amerikaanse paspoort om naar huis te gaan. Toen ik trouwde met Salwa uit de Gazastrook, kreeg ik residentierechten. Die gebruik ik tot nu toe. Op de Westoever was ik directeur van verschillende scholen. Mijn broers en zusters vertrokken naar de Verenigde Staten en Duitsland. Ik ben de enige die hier nog is. Dit is een voorbeeld van hoe christenen langzaam maar zeker emigreren.”

Hoe begon u het Bethlehem Bijbelcollege?
“Het begon in 1979 met een visie van de Heere, met de goedkeuring van alle plaatselijke voorgangers en met 20 dollar die een voorganger me in de hand drukte. We startten een klas. We zagen dat de Heere steeds zegende. Na twee jaar waren we in staat vlakbij de Geboortekerk in Bethlehem een gebouw.”

“Maar ook dat werd te klein. In 1990 gaf de Britse organisatie Bible Lands Society ons toestemming gratis drie lege gebouwen te betrekken. In 1996 kochten we de gebouwen voor 1,8 miljoen dollar. Deze gebouwen gebruiken we nu nog steeds. We waren in staat er land bij te kopen voor een nieuw gebouw. Ook bouwden we een bibliotheek en gastenhuis. Het was een grote zegen de Heere te zien werken onder ons Palestijnse christenen. Toen we begonnen waren al onze leerkrachten zendelingen. Nu zijn ze allemaal goed opgeleide Palestijnen.”

Waarom vond u het belangrijk een plaatselijke Bijbelschool voor de Palestijnen te openen?
“Er waren twee redenen. De eerste was dat christenen vertrokken. Ik was bezorgd over de toekomst van de kerk. Velen gingen naar Amerika om te studeren, maar ze kwamen niet terug. Een eigen Bijbelcollege zou helpen. En het werkt: ik schat dat meer dan 90 procent van de afgestudeerden hier nog zijn. De tweede is dat we geen christelijke leiders hadden. Vandaag hebben we een grote impact in de gemeenschap, met name de evangelische. Onze afgestudeerden zijn voorgangers, leerkrachten en leiders van zondagsscholen. Ik geloof dat de kerk hier blijft bestaan.”

Heeft u ooit geprobeerd het graf van uw vader terug te vinden?
“Daar zijn we niet in geslaagd. De Israëliërs hebben het gebied waar ons huis stond afgebroken. Ik geloof dat er nu een belangrijke verkeersweg over de plek is aangelegd. Mijn moeder vroeg na 1967 in een brief aan de burgemeester van Jeruzalem, Teddy Kollek, toestemming de beenderen opnieuw te begraven. Haar verzoek werd geweigerd.”

Uw moeder leerde u ook niet te haten.
“Zeker. Ze leerde ons te vergeven, niet te haten en de dood van onze vader niet te wreken. De Heere vergaf ons onze zonden. Wij moeten anderen vergeven. Ik geloof ook dat alle dingen ten goede uitwerken voor hen die Hem liefhebben. Mijn zeven broers en zussen leven allemaal nog. Ze zijn succesvol en allen dienen op een of andere wijze het Koninkrijk van God.”

Huda en Elias Awad, de ouders van Bishara
De ouders van Bishara Awad, Elias en Huda Awad. Foto: Awad familie.
Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

1 Comment on "‘Ik heb de dood van mijn vader vergeven’"

  1. Wat een indrukwekkend verhaal.
    Hoe kunnen mensen worden gebruikt als ze kiezen voor de God van de Bijbel.
    Hoe kunnen mensen een rijk leven hebben als ze Gods woord geloven en doen.
    Misschien wel ondanks zijn afkomst of geboorte, dat hij laat zien, hoe en dat hij een gelovige is door zijn bijdrage aan het volk en land, maar vooral het geloof in de God van Abraham.
    Er staat onder zijn foto ‘Palestijns christen’ denk dat er beter kan staan ‘de gelovige Israeliet’.
    Net als Ruth en of Rachab en vele anderen die zich voegde bij Mozes, eerst een ‘buitenstaander’ maar door het geloof en toewijding aan JHWH, getransformeerd als Israel, en 1 met Israel
    Mooi, gehoorzaam aan het woord van God brengt leven en zegen.

    Shabbat Shalom

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd


*