Geestelijke strijd om Noord-Korea

Dirk van Genderen.
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

De spanningen om Noord-Korea zijn de afgelopen weken verder opgelopen.

De strijdkrachten van Zuid-Korea, China, Rusland en Japan zijn in de hoogste staat van paraatheid gebracht. Er wordt openlijk gesproken over de mogelijkheid van een kernoorlog. Noord-Korea dreigt zelfs met het gebruik van kernwapens. Op de achtergrond van de strijd om Noord-Korea meen ik een geestelijke strijd te zien. 

Ik ben ervan overtuigd dat er een strijd om Korea woedt tussen de wereld van het licht en de wereld van de duisternis. De satan wil de grote werken van God in heel Korea kapot maken.
Het is nu ruim een eeuw geleden dat er een grote opwekking begon in het huidige Noord-Korea. Om de actuele situatie beter te kunnen begrijpen, zal ik u een verslag geven van deze opwekking, die nog altijd doorgaat. Volgens informatie die ik kortgeleden ontving van iemand die recent in Noord-Korea is geweest, komen er momenteel heel veel Noord-Koreanen tot geloof in de Heere Jezus.

In 1905 was er de Russisch-Japanse oorlog. Na deze strijd kregen de Japanners de overhand in Korea. In 1910 volgde de officiële annexatie van Korea. De heerschappij van de Japanners duurde tot na de Tweede Wereldoorlog. Korea werd toen door de geallieerden gedeeld in twee zones. De Russen trokken het Noorden binnen, de Geallieerden het Zuiden.

De eerste die het Evangelie in Korea bracht, was zendingsarts dr. C. Allen, in 1845. Rond 1900 waren er in alle grote Koreaanse steden al zendingsposten. Voor de christenen werd de situatie ingewikkeld vanaf het moment dat de Japanners het voor het zeggen hadden in Korea.

De spanning in het land was groot, hoe moesten de christenen zich opstellen? Ze zagen geen andere uitweg dan het gebed. Ze begonnen in 1906 te bidden om de leiding van de Heilige Geest. Er werden ook Bijbellezingen georganiseerd in de Presbyteriaanse Kerk in Pyongyang. Uit de wijde omtrek kwamen de mensen, zo’n 1000 tot 1200.

In de gebedsbijeenkomsten ontstond een golf van geestelijke zuivering, met belijdenis van zonden en de erkenning van Gods heiligheid. In de reeks van gebedsuren, brak er een zekere maandag aan, waarop de zendelingen merkbaar Gods nabijheid ervaarden. Er werd in Pyongyang ‘s avonds een godsdienstoefening gehouden. De vergaderde gemeente werd in de tegenwoordigheid van de Heere gebracht. Na de preek nodigde dr. Lee uit tot gebed. Velen begonnen tegelijkertijd te bidden. Tot nu toe hadden de zendelingen dit nooit toegestaan, maar nu voelden ze een bijna ondraaglijke spanning.

Dr. Lee zei: ‘Wanneer het jullie helpt dat allen gelijktijdig bidden, bid dan op deze wijze.’ Er begon deining te komen in de kerk. Geen verwarring, maar een ongeëvenaarde harmonie van gebed. Het was alsof de stemmen van alle bidders samensmolten tot één enkele kreet tot God. De Heilige Geest smeedde allen samen, zoals op de dag van het eerste Pinksterfeest.

De één na de ander stond op, beleed zijn zonden, viel op de knieën, begon te huilen en smeekte de Heere Jezus om ontferming. Werknemers beleden hun meerderen hun misstappen en omgekeerd. Ouderlingen vroegen predikanten om vergeving. Dominees verzoenden zich met elkaar en betuigden spijt over jaloezie.

De golf van boete en schuldbelijdenis nam de mensen zo gevangen, dat ieder zichzelf vergat en alleen nog voor God stond. Ook de oude zendelingen konden zich aan deze beweging van boete en reiniging niet onttrekken. Menselijke autoriteit en leiderschap smolt weg voor het aangezicht van God. Velen lagen languit op de grond, omdat ze door de macht van hun eigen zonden verpletterd en terneergeslagen waren.

De zendelingen in die samenkomst in Korea wisten niet meer wat ze moesten doen. Wekenlang hadden ze gebeden om een uitstorting van de Heilige Geest. Nu had God dat geschonken. Ze gingen de rijen door, om mensen te troosten met Bijbelwoorden van vergeving. Dr. Lee zette een lied in, maar daarna ging het gewoon door. De Koreanen wilden maar één ding: hun verhouding met God moest in orde komen.

De boetebijeenkomsten in die opwekkingsdagen gingen hele nachten door. Over deze dagen vertelde later de toen 92-jarige dr. Blair: ‘Iedere zonde, die een mens bedrijven kan, werd in die eerste nacht beleden. Bleek en sidderend, bijna in een doodsstrijd van ziel en lichaam, stonden zij in het verblindende licht van het gericht van God.

Zij zagen zichzelf zoals God hen zag. Hun zonde stond voor hun ogen in alle vuilheid en schande. Niemand verontschuldigde zich meer. Zij zeiden alleen nog ja en namen alles gewillig op zich. Elke trots werd gebroken. Zij zagen op naar Jezus in de hemel. Zij erkenden zichzelf als Zijn verraders. Op hun borst slaande, riepen zij bitter wenend uit: Heere, verwerp ons niet voor altijd. Als de Heilige Geest de mens treft in zijn schuld, dan wordt er gebiecht en geen macht ter wereld kan dat verhinderen.’

De opwekking begon in Pyongyang, het tegenwoordige centrum van het communisme, de hoofdstad van Noord-Korea. Daarvanuit spreidde de opwekking zich uit over heel Korea. Ook de leerlingen van de predikantenopleiding waren bij de genoemde bijeenkomsten. Zij droegen het opwekkingsvuur uit over het hele land, mede ook door de toenemende vervolgingen in het Noorden.

Vanaf 1950 kwam de opwekking ook in Zuid-Korea. In dat jaar trokken de communisten vanuit het noorden naar het zuiden. De paniek sloeg toe. Overal kwamen christenen in bidstonden bijeen. Ze wisten: alleen God kan ons nog redden. De christenen werden door een nieuwe werking van de Heilige Geest bezocht. Ook hier brak de opwekking uit, op dezelfde wijze als eerder in het noorden.

De impact was enorm. De leraren op school konden soms hun lessen niet meer geven omdat de leerlingen hun zonden biechtten en om vergeving vroegen. Hele streken en dorpen, waar nooit een zendeling had gewerkt, werden aangegrepen, toen zij de verslagen hoorden. Doodsvijanden verzoenden zich met elkaar. Gestolen geld en goed werd terug gegeven. Niet alleen tegenover christenen werd oud onrecht hersteld, maar ook tegenover de heidenen. Een oude Chinese zakenman was zeer verrast toen een christen hem een grote som geld terugbracht, die hij eens bij vergissing van de koopman had gekregen. Vele heidenen werden door deze eerlijkheid van de christenen tot Christus gebracht.

De Koreanen die door de opwekking waren aangegrepen, stelden zich tot taak heel Korea met het Evangelie te bereiken. En nog altijd zendt Korea (nu Zuid-Korea) duizenden zendelingen de wereld in.

De Koreaanse opwekking is altijd ook een gebedsopwekking geweest. Al vanaf het begin van de opwekking stond de vrijheid van de christenen onder druk.
Maar het lijden, de vervolging van de christenen, werd door God veranderd in een zegen. De communisten in Noord-Korea sloten de ene naar de andere kerk, maar de gebedsstroom konden ze niet stoppen.

In 1906/1907 begonnen de christenen al om 4 uur ’s morgens samen te komen om te bidden. Hoe het weer ook was, ze kwamen, bij duizenden. Soms waren tienduizend of nog meer bidders bijeen. Maar de geestelijke strijd was enorm. De communisten pakten de leiders eruit, doodden hen, kruisigden hen soms. Langzaamaan veranderde de Noord-Koreaanse kerk in een ondergrondse kerk. Vele tienduizenden christenen werden in de loop van de jaren gearresteerd en in strafkampen gestopt. Zeer velen zijn in de kampen op gruwelijke wijze gemarteld en om het leven gekomen. En nog steeds gaan deze gruwelen door.

Bid om wijsheid voor alle leiders die bij dit conflict zijn betrokken. Dat ze geen ondoordachte beslissingen zullen nemen. Laten we bidden dat God de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un tot inkeer brengt. Ook hij heeft een ziel voor de eeuwigheid en ook hij kan alleen maar gered worden door geloof in de Heere Jezus.
Onze gebeden zijn met onze vervolgde broeders en zusters in Noord-Korea. We bidden hun Gods zegen en genade toe en vragen Hem hen zeer nabij te zijn, ook al degenen die veel moeten lijden vanwege hun geloof in de Heere Jezus.

Tienduizenden, honderdduizenden christenen in Noord- en Zuid-Korea liggen op hun knieën en smeken of God in wil grijpen in Noord-Korea en – indien mogelijk zonder bloedvergieten – een einde wil maken van de verschrikkelijke dictatuur. Ook wereldwijd wordt er veel voor beide broedervolken gebeden, om bevrijding van de Noord-Koreaanse christenen.

Ik ben er vast van overtuigd dat de strijd om Noord-Korea ten diepste een geestelijke strijd is. De bolwerken van satan in het land worden aangevallen en hij slaat krachtig terug.
Laten we meedoen in deze strijd, met onze geestelijke wapens. 2 Korinthe 10:4 en 5 zeggen: ‘De wapens van onze strijd zijn niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken. Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus…’

Dirk van Genderen publiceert wekelijks een nieuwsbrief over Israel en het Midden-Oosten. 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

2 Comments on "Geestelijke strijd om Noord-Korea"

  1. Vergeef het mij dat ik niet denk aan de gelovigen in Noord Korea.

    Ik ga bidden

  2. 13 april 2017 in het dossier CHRISTENVERVOLGING
    Bekeerde vrouw keert terug naar Noord-Korea
    Na in China tot geloof te zijn gekomen, keerde Myoung-Hee, een Noord-Koreaanse vrouw, naar haar land terug om met haar familie over haar geloof in Jezus te spreken. Zij riskeerde daarmee haar leven.

    Het Noord-Koreaanse gezin waarin Myoung-Hee opgroeide (om veiligheidsredenen wordt haar echte naam niet prijsgegeven) had een groot geheim dat jarenlang voor haar verborgen was gehouden. De meeste familieleden waren christen. Zelf wilde zij niets met het geloof te maken hebben: geloofsvervolging hield haar daar vanaf. De jongere broer van haar vader was om zijn geloof geëxecuteerd. Tien andere christenen waren op diezelfde dag terechtgesteld.

    Nieuwsgierig
    Zij koos voor het ‘normale’ leven en richtte zich op school. Doordat zij boeken van Russische schrijvers las, begreep zij dat er nog een andere wereld was dan de Noord-Koreaanse. Daar wilde zij wel meer van weten, maar kon hier geen lastige vragen over stellen omdat dit slecht kon uitpakken. Zij nam zich voor om haar vaderland te verlaten.

    Vertrek
    Toen zij de kans kreeg om in China te studeren, liet zij die kans lopen. Zij wist dat zij dan door de staat in de gaten gehouden zou worden. Dat wilde zij niet. Nadat zij afgestudeerd was, verliet zij haar ouderlijk huis, ging naar de grens en stak de rivier over. In China werd zij door mensenhandelaren gevangengenomen. Zij werd aan een Chinese boer verkocht met wie zij trouwde. Zij kregen samen een kind.

    Geloof
    De stiefmoeder van deze boer vertrok een keer voor een aantal dagen en vertelde niet waar zij naartoe ging. Myoung-Hee ging haar achterna en kwam bij een geheime christelijke bijeenkomst aan. De stiefmoeder stond toe dat zij bleef. Myoung-Hee wilde meer over het geloof te weten komen en kwam uiteindelijk tot geloof.

    Terugkeer
    Het verlangen om haar geloof met haar familie in Noord-Korea te delen werd gaandeweg sterker. Hoewel haar Chinese familie haar niet wilde laten gaan, heeft ze hen weten over te halen. Ze keerde terug naar Noord-Korea, maar werd door een militaire patrouille gearresteerd. Ze werd in de gevangenis gegooid en werd daar onmenselijk behandeld.

    ‘God is een schuilplaats’

    Hoewel zij vreesde haar familie nooit meer te zullen zien, groeide er toch hoop. De verzen die zij uit de Bijbel onthouden had, herhaalde zij vaak voor zichzelf. ‘God is een Rots en een Schuilplaats…’

    Na een paar maanden ontdekten de bewakers waar zij oorspronkelijk vandaan kwam. Ze werd overgeplaatst naar een gevangenis die zich daar dichtbij bevindt. Toen op de bewakers een keer ’s nachts dronken waren en de celdeuren niet op slot zaten, zag zij de kans schoon: ze ontsnapte en rende weg. Zij wist haar familie terug te vinden.

    Haar familie was blij haar weer te zien. Zij vertelde van haar geloof en ging mee naar verschillende christelijke samenkomsten.

    Terug naar China
    Myoung-Hee koos ervoor om niet in Noord-Korea te blijven. Ze wilde terug naar China en ondernam deze gevaarlijke reis voor de tweede keer. Ze wilde haar man en haar zoon, die achtergebleven waren, over het geloof vertellen. Opnieuw slaagde zij erin om China te bereiken.

    ‘Blijf bidden!’
    Inmiddels is Myoung-Hee in de veertig jaar en woont zij met haar gezin in Zuid-Korea. Met dankbaarheid kijkt zij op haar jeugd terug. “Er zijn zoveel ouders die niet met hun kinderen over hun geloof in God kunnen praten. Dankzij het gebed van veel mensen ben ik tot geloof gekomen en dankzij het gebed van mijn moeder overleefde ik gevangenschap. Mijn ervaring toont de kracht van het gebed aan. Ik hoop dat dit christenen stimuleert om voor Noord-Korea te blijven bidden. Dit land heeft genade en gerechtigheid nodig.”

    Bron: chretiens.info

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd


*