Hoe Joden zonder succes integreerden in Duitsland

Graff, Anton. “Portrait of Moses Mendelssohn (1729-1786)”. Beeld: Wikimedia
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Vanaf het einde van de achttiende eeuw begon in Duitsland een proces waarbij Joden zich aanpasten aan de lokale gebruiken en cultuur. Sommigen van hen bekeerden zich zelfs tot het christendom, om – tevergeefs – af te rekenen met antisemitisme problemen vanwege hun joodse achtergrond.

Door Gerben van Roekel

De Duitse romantiek was een belangrijke culturele stroming in West-Europa in deze periode. Op welke manier beïnvloedde de romantiek de houding van Duitsers ten opzichte van Joodse assimilatie tussen 1815 en 1848? Voor de beantwoording van deze vraag is het allereerst noodzakelijk om duidelijk te hebben wat precies bedoeld wordt met “Duitsland”, “Duitser” en “Duits”. Dit artikel bespreekt de eerste helft van de negentiende eeuw. In deze periode was er nog geen sprake van een staat die “Duitsland” heette. Wel was er sprake van een aantal Duitse staten die zich verbonden hadden in de “Duitse Bond”. Binnen deze staten was er sprake van een grote mate van culturele eenheid.

Tussen 1815 en 1848 waren de Duitse gebieden staatkundig relatief stabiel en bleef ook de wettelijke positie van de Joodse gemeenschappen grofweg gelijk. Het eindpunt is het revolutiejaar 1848, toen alle Duitse Joden emancipeerden door toedoen van nieuwe revolutionaire regeringen of onder invloed van liberaal gedachtegoed.

In de eerste helft van de negentiende eeuw, raakten de Duitse gebieden onder invloed van romantisch gedachtegoed. In deze culturele stroming nam men afstand van het universele en strikt rationele karakter van de verlichting om meer nadruk te leggen op emotie, ervaring en verbeelding. De stroming werd vooral aangehangen door intellectuelen en studenten.

Kügelgen, Gerhard von. “Portrait of Johann Gottfried Herder”. Beeld: Wikimedia

Kügelgen, Gerhard von. “Portrait of Johann Gottfried Herder”. Beeld: Wikimedia

In de romantiek ontstond, onder invloed van de Duitse denker Johann Gottfried Herder, het beeld van één Duits volk, dat samengebonden werd door een gemeenschappelijke taal en cultuur. Deze stroming definieerde “volk” niet als een politieke, maar als een etnische eenheid. De Duitsers waren dan wel niet staatkundig aan elkaar verbonden, maar konden zich beroepen op een mythisch-culturele “Duitsheid”. Door een gemeenschappelijke “geest”, die door buitenstaanders begrepen noch gedeeld kon worden, onderscheidde het Duitse volk zich van de andere volken. Deze volksgeest kwam tot uiting in mythen, sprookjes en poëzie en niet door filosofische verhandelingen. Velen achtten de Duitse volksgeest superieur aan die van anderen. Op deze manier zetten de romantici zich af tegen het verlichtingsdenken. Een student uit die tijd schreef: “Those ideas [namelijk van de verlichting] have poisoned the Germanic soul, our rivers and our forests, our youth and our spirit.” (Goldfarb, Michael. Emancipation: How Liberating Europe’s Jews from the Ghetto Led to Revolution and Renaissance. New York: Simon & Schuster, 2009.

Maarten Luther was een Duitse held

Deze houding leidde meer dan ooit tot verlangen naar Duitse nationale eenheid, een staat waarin de “Duitse ziel” volledig tot bloei kon komen. Het opkomende Duitse patriottisme en het verlangen naar eenheid werd gevoed door het ideaalbeeld van een monocultureel, christelijk Duitsland, dat vrij is van buitenlandse invloeden. Deze omgeving zou gevormd zijn naar het geïdealiseerde Duitse verleden. Hierbij werd nostalgisch terugverlangd naar de middeleeuwen, die gezien werden als een periode van onbesmette “Duitsheid”, een periode waarin de Duitse geest nog niet vervuild was met de “Franse” rede. De Duitse held die aan deze lezing van de geschiedenis gekoppeld werd, was Maarten Luther, die zowel het onstuimige als het christelijke vertegenwoordigde.

Joodse acculturatie, aanpassen aan de overheersende cultuur, is gestoeld op de ideeën van de verlichting. In deze tijd was er alom sprake van geïnstitutionaliseerde en openbare discriminatie. Joden werden uitgesloten van vrijwel alle beroepen en woonden in armoedige omstandigheden. Veel Joden waren dan ook arm en verkregen inkomen als bedelaar of marskramer. Vooral binnen het welgestelde deel van de Joodse gemeenschap ontstond het idee dat de Joden een gelijkwaardige behandeling zou ontvangen, als ze zich zouden aanpassen aan de Duitse waarden en gebruiken. Zij hoopten door sociale aanpassingen volwaardig deel uit te kunnen maken van de Duitse samenleving.

Integreer, maar houd vast aan je godsdienst

Moses Mendelssohn (1729-1786) was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van dit principe. Hij wordt gezien als de grondlegger van de Joodse verlichting (Haskala). Hij benadrukte het universele en rationele karakter van het jodendom om aan te sluiten bij de Duitse samenleving. Mendelssohns acculturatiefilosofie schiep een belangrijk precedent voor de Joodse acculturatie, “since without that acculturation the individual and collective influence of Jews in Germany would have been negligible and the reaction to Jews very different.” Het credo van de Haskala werd door Mendehelssohn beschreven in zijn boek Jeruzalem: “Adapt yourselves to the morals and the constitution of the land to which you have been removed; but hold fast to the religion of your fathers.” 

Met het doorvoeren van emancipatoire maatregelen in de periode van Napoleon, ontstonden vrijwel gelijktijdig hervormingsgezinde joodse religieuze gemeenschappen. Zij wilden ook de religieuze praxis aanpassen aan de moderne samenleving om beter aan te sluiten bij de Duitse maatschappij. Veel Joodse intellectuelen bleven in de loop van de negentiende eeuw trouw aan de universele gelijkheidsideeën van de verlichting en voerden religieuze vervormingen door in de verwachting daardoor geaccepteerd te worden in de Duitse gemeenschap. Vrijwel alle Joden bleven echter – in welke vorm dan ook – trouw aan hun religie.

Joods? Dan maar bekeren tot het christendom

De belangrijkste elementen van de acculturatie vonden echter niet plaats op religieus, maar op cultureel vlak. De joodse Duitsers, zowel orthodox als reform, namen in de loop van de negentiende eeuw de Duitse manieren en gebruiken over. De eerste en belangrijkste aanpassing was het gebruik van de Duitse taal in plaats van het Jiddisch en het Hebreeuws, maar ook op andere gebieden gingen de Joden op in de Duitse cultuur. Een groot gedeelte van Joden was, op hun religieuze overtuiging na, niet meer te onderscheiden van de niet-Joodse Duitsers. Veel Joden begonnen zich in die periode ook buiten de Joodse wereld cultureel te uiten. Zij waren bijvoorbeeld actief als journalist, schrijver of componist. Veel Joden uit de eerste helft van de negentiende eeuw voelden zich veel meer verbonden met Duitsland en de Duitse cultuur dan met het jodendom. Zij voelden zich eerst en vooral Duitsers en dan pas Joden. Zij geloofden in een samenvloeiing van de joodse identiteit en hun Duits-zijn en identificeerden zichzelf als Duitsers. De meesten van hen bleven een vorm van jodendom aanhangen, hoewel sommigen zich bekeerden tot het christendom.

Ondanks de Joodse bereidheid om te integreren, werden Joden veelal niet als gelijkwaardig geaccepteerd. Vooral jonge Duitsers zagen Joodse emancipatie als onverenigbaar met hun ideaal van Duitsland. Het romantische nationalisme botste met het emancipatie-ideaal van de Joodse hervormers. Veel Duitsers vreesden voor een besmetting van “de Duitse ziel” door invloeden van buitenaf. Zij vonden de gelijkheidsidealen en burgerrechten gevaarlijk. Deze ideeën werden gezien als on-Duits. De denkers van de romantiek zagen met name “Joods” intellectualisme en “Frans” rationalisme als onverenigbaar met de ware Duitse geest. De romantiek zette zich af tegen de verlichting, terwijl juist de ideeën van de verlichting geleid hadden tot de Joodse emancipatie. De meeste liberale Joden bleven daarom trouw aan het universalistische en rationalistische gedachtegoed van de verlichting. Dit droeg niet bij aan de acceptatie van Joden in deze tijd.

Christelijke Joden werden ondanks hun bekering niet geaccepteerd

Duitse romantici legden veel nadruk op een gemeenschappelijke traditie en afkomst. De Joodse acculturatie werd gezien als afval van hun eigen traditie. Joden werden ook niet als Duits geaccepteerd, want Duitser, dat was je omdat je in de lange lijn van de traditie stond, dat kon je niet zomaar worden. Zelfs tot het christendom bekeerde Joden werden niet als gelijkwaardig gezien. Joodse acculturatie werd beschouwd als infiltratie in en besmetting van de Duitse cultuur en “volksgeest”. Het idee dat Joden, hoe geassimileerd ze ook mochten zijn, niet tot het Duitse volk konden behoren, bleef een algemeen idee in de rest van de negentiende eeuw in grote delen van de Duitse maatschappij.

De Duitse samenleving stond in de eerste helft van de negentiende eeuw dus niet open voor integratie van de joodse gemeenschap. Culturele verschillen werden als een onoverbrugbare kloof beschouwd. Wie geen deelhad aan de Duitse geschiedenis, wie geen “Duits bloed” had, kon geen Duitser zijn. Het concept van een mythische verbinding tussen Duitsers onderling, de eerder genoemde “volksgeest”, was iets waar een Jood geen weet van had. Veel romantici hadden een streefbeeld van Duitsland waarin de Duitse volksgeest zo puur en oorspronkelijk mogelijk bewaard was. Hierin was geen plaats voor joodse acculturatie, maar werd dit gezien als infiltratie en besmetting van de Duitse cultuur, maar ook als verraad ten opzichte van de eigen volksgeest.

We hebben gezien dat de Joodse pogingen om als gelijkwaardig aan de niet-Joodse Duitsers te worden beschouwd, grotendeels onsuccesvol waren in de periode 1815 tot 1848. Dit had onder andere te maken met de vijandige houding van romantische denkers ten opzichte van Joden. Zij zagen de Joodse integratie niet als bewijs voor de notie dat Joden echt Duits zijn, maar juist als een bedreiging voor de Duitse “volksgeest”. Dit betekende dat de Joden – of ze nu wilden of niet – door de romantici als Jood werden beschouwd. Dit hangt samen met het romantische idee waarin een volk eerst en vooral verbonden is door een gezamenlijke traditie en geschiedenis. Hierdoor was in hun optiek geen plaats voor de Joodse gemeenschap in het ideale Duitsland.

Gerben van Roekel studeert Liberal Arts and Sciences aan de Universiteit Utrecht. Dit is een ingekorte versie van zijn paper voor het vak Jodendom. 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "Hoe Joden zonder succes integreerden in Duitsland"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*