Parasha Ba’midbar: De woestijn als leerschool

Karen en Yair Strijker maakten in 2013 alijah naar Israël.
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Parasha Ba’midbar במדבר in de woestijn. We lezen Numeri 1:1-4:20. Uit de Haftara lezen we Hosea 1:10-2:22. Uit het Nieuwe Testament lezen we Romeinen 9:22-33.

Midbar מדבר betekent woestijn, ba’midbar במדבר is dan in de woestijn. Het woord heeft woordverband met dabhar דבר , woord en medaber מדבר, spreken. Het is dan ook in de woestijn waar Adonai tot Zijn volk spreekt en hen vertelt aangaande de wegen des Heren. Niet in Jeruzalem of in het gebied van één der stammen Israels in het land Kanaän spreekt Adonai de Tien Woorden Gods, maar Hij kiest voor een algemene plaats, een desolate plek, waar het doodstil is zodat Zijn Stem gehoord wordt.

Zo verging het ook Eliyahu אליהו. Hij werd in 1 Koningen 19:12-13 naar de woestijn gestuurd en niet in een donder of aardbeving hoorde hij de woorden van Adonai, maar in de stilte hoorde hij een zachte Stem, een qol demama דממה קול. Deze stem vertalen onze Nederlandse Bijbelvertalingen doorgaans foutief met ‘stilte/koelte.’

Numeri is het laatste Boek van de Torah waarin Adonai doorgeeft ‘hoe en wat.’ Het vijfde Boek is een samenvatting van de eerdere vier. (Deels vergelijkbaar met de vier Evangeliën met het vijfde boek Handelingen als een soort Deuteronomium). In de vorige Parasha stierf Mirjam in de eerste maand van het veertigste jaar! Daarvóór wordt in Numeri enkel over het tweede jaar gesproken. Waar zijn die andere 38 jaar dan gebleven? De grote Joodse geleerde Rashi zei het zo: ‘Van de 42 maal dat men de tenten opbrak en verder trok was dat 14 maal in het eerste jaar en 8 maal in het laatste jaar. Dat betekent dat het volk in die 38 jaar slechts 20 maal opbrak en verder trok, dat is ongeveer eens in de twee jaar. Er waren geen oorlogen en er was geen landbouw in die tijd dus wat deed men dan al die tijd?

Nagenoeg continu studeerde men op Gods regels onder leiding van Moshe; de woestijn was één grote jeshive waarin het voormalige slavenvolk langzaam maar zeker van gestalte veranderde en een heilig priestervolk van ‘leerling-wijzen,’ talmiedé chachamim werd. (Hoewel er nog heel wat steken vielen, denk onder meer aan de maak van het gouden kalf…) Wij noemen dat ook wel leerling-aren, oftewel ‘leerlingleraren;’ we blijven altijd leerlingen, maar gaan zelf steeds meer vast voedsel eten in plaats van moedermelk en worden daardoor zelf leraren (1Kor. 3:2). Dit geldt voor iedereen!

Laat ons kijken naar het volk Israel en hen tot voorbeeld nemen want God Zelf heeft hen tot voorbeeld gegeven. Opmerkelijk is de ruil van de zonen van het volk Israël voor de zonen van de Levieten, die afgezonderd werden om dienst te doen bij de Tabernakel. Voor de zonen van de rest van het volk, die overbleven, moest geld worden betaald. De Levieten namen wat betreft de Tempeldienst hun plaats in als priester. Levi לוי betekent aanhechting, hij was de derde zoon van Lea, bij zijn geboorte zei zij: ‘Nu zal mijn man zich ditmaal aan mij hechten.’ Moshe hechtte zich aan God bij de brandende braamstruik; de Levieten hechtten zich aan God door hun Tempeldienst; Lea hoopte dat Jacob zich aan haar zou hechten door haar derde zoon; God wil dat het volk zich aan Hem hecht door het bloed van Zijn Zoon.

Jehoshua nam later in de geschiedenis ook de plaats in van het volk wat betreft de hogepriesterlijke taak, maar niet voordat Hij hun plaats innam door de straf voor hun zonden op Zich te nemen. Dat is Zijn onnavolgbare manier om de mens aan Zich te hechten. Hosea legt de nadruk op Gods onnavolgbare barmhartigheid ook al is het volk ontrouw en ook al zegt Hij: jullie zijn niet meer mijn volk, lo ammi עמי לא, toch trekt Hij hen weer bij Zich en zegt: ‘Jullie zijn Mijn volk en jullie zullen zeggen: O, mijn God!’ Lyrische taal in liefde gesproken. God neemt hier duidelijk het initiatief met Zijn volk, zelfs wat betreft bekering. Ook dat komt hier bij Hem vandaan, nergens lezen we in deze perikoop dat het volk zelf op Hem af komt: ‘Ik zal haar lokken en voeren in de woestijn en daar zal Ik tot haar hart spreken.’

Ook Paulus spreekt over deze dingen: het is uiteindelijk God, Die uitmaakt wat tot verderf en wat tot behoud is. Hij ziet het hart aan en weet precies wat zich erin bevindt… Wat een veiligheid vinden we hierin, we mogen Hem alles zeggen, ook wat niet zo mooi is en wanneer we er eerlijk voor uitkomen en oprecht onze spijt betuigen, dan maakt Hij het mooi want Hij is getrouw en vergevend, zowel naar het volk Israel als naar ieder mens die Hem zoekt.

Yair en Karen Strijker van Studiehuis Reshiet maakten november 2013 met hun kinderen Ruth en Shmuel alija naar Israël. Na een roerige tijd in Sde Tsvi, hemelsbreed 16 kilometer van Gazastad, verhuisden ze januari 2015 naar Na’ale in Samaria, waar ze volgens de profetie van Jeremia 31:6 de volken oproepen naar Jeruzalem te komen om ‘te leren van onze God’. 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "Parasha Ba’midbar: De woestijn als leerschool"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*