Profetieën over het herstel van het volk Israël

Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Veel christenen en Joden bestuderen de Bijbel wel, maar zijn niet geïnteresseerd in chronologie.

Bijbelse chronologie is van wezenlijk belang om de profetieën te kunnen begrijpen. Vijf profeten profeteerden van 722 tot 500 vChr de terugkeer, het herstel en de hereniging van Israël (Samaria, de Tien Stammen, Jozef) met Juda (Jeruzalem, Sion, de Twee Stammen). Het feit dat Zacharia rond 500 vChr nog steeds die breuk benadrukt en de hereniging profeteert, benadrukt dat die hereniging nog niet had plaatsgevonden. Uit de Joodse en seculiere geschiedenis weten we dat er na de terugkeer van een deel (10 à 30%?) van Juda (Twee Stammen), in de 6e en 5e eeuw vChr, nooit een terugkeer der Tien Stammen is geweest. Orthodoxe rabbi’s zijn de laatste 1000 jaar op zoek naar waar de Tien Stammen kunnen zijn. Hieronder herenigings profetieën van die vijf profeten, met een overzicht van hun profeteren en van de ballingschappen.

Saul, David & Salomo (1050-930 vChr)

Volgens de Schrift regeerden Saul, David & Salomo 3000 jaar geleden, elk zo’n 40 jaar (Hand 13:21; 1Kon 2:11; 1Kon 11:42). Zij zijn de enige drie koningen die over geheel Israël, over alle 12 stammen, regeerden. Vanwege de afval van Salomo aan het einde van zijn leven, vanwege zijn ‘gedogen’ van de vreemde goden van zijn vrouwen, verdeelde God zijn rijk voor straf in twee koninkrijken.

De Tien Stammen (noorden)

De Tien Stammen in het noorden gingen naar Jerobeam. Dit noordelijke rijk behield de naam en heette Israël. Dit was geprofeteerd in Genesis 48: naar de zonen van Jozef, Efraïm & Manasse, zou Jakobs naam, Israël, gaan. Andere namen dan Israël voor het noordelijke rijk zijn: de Tien Stammen (1Kon 11:31-35), Huis Israëls (1Kon 12:21), Koninkrijk van het Huis Israels (Hosea 1:4), Jozef (Eze 37:17), Huis Jozef (Zach 10:6), Efraïm (Jes 7:17) en Samaria (2Kron 35:13).

De Twee Stammen (zuiden)

De Twee Stammen in het zuiden gingen naar Salomo’s zoon Rehabeam. Dit zuidelijke rijk heette Juda, naar de belangrijkste stam, de enige stam die in zijn geheel het Huis Davids trouw bleef. Andere namen dan Juda voor het zuidelijke rijk zijn: Huis Juda (Heb 8:8), Koninkrijk Juda (2Kron 11:17), Jeruzalem (Micha 1:5); Sion (Amos 6:1), Juda & Benjamin (2Kron 15:2).

De Twee Rijken (930-722 vChr)

Gedurende de gehele periode van het bestaan van Israël en Juda naast elkaar (930-722 vChr), wordt Juda nooit Israël genoemd, en worden de Israëlieten uit de Tien Stammen, nooit Joden genoemd. Dit geldt ook voor de profeten. Wanneer zij in één en dezelfde passage profeteren over Jeruzalem en Samaria of over Huis van Israël en Huis van Juda, dan worden altijd de twee onderscheiden rijken bedoeld.

De Tien Stammen (Jozef, Samaria, het Huis Israëls) verdwenen in 722 vChr in de Assyrische ballingschap (Gozan, Chabor, Kalach, Medië) en kwamen daar nooit uit terug, ook al voorspelden de profeten die terugkeer meer dan 222 jaar (ca. 722-500 vChr). De Twee Stammen (Juda, Sion, Jeruzalem) gingen 70 jaar lang in de Babylonische gevangenschap (ca. 605-535 vChr). Slechts een klein deel van de ballingen van Juda keerde uit die ballingschap terug.

Het is pas na die terugkeer dat de Joden (=Juda) ook weer de namen Israël (Ezra 4:3), volk Israël (Ezra 9:1), kinderen Israëls (Ha 5:21) en ‘de 12 stammen’ (Ha 26:7; Ja 1:1) voor zichzelf gingen gebruiken in hun geschriften. Om Israël of de 12 stammen voor de Joden, voor het deel Juda, te gebruiken, is overduidelijk de stijlfiguur ‘totum pro parte’, ‘geheel voor deel’. (vb. Nederland won de wedstrijd: alleen de spelers wonnen).

Hosea (750-715 vChr)

Hosea profeteerde van ca. 750-715 vChr. Hij was evenals Elia, Elisa, Jona en Amos, een profeet in het noorden, in Samaria, in Efraim. Het was Hosea’s taak de ondergang van het noordelijke rijk te moeten aanzeggen. Efraïm, Israël, het noorden, was ‘Lo-Ammi’, Niet-mijn-volk, geworden. Maar de Israëlieten van het noorden hebben niet geluisterd, en Hosea heeft moeten aanzien hoe het Huis Israëls (Samaria) in 722 vChr vernietigd werd.

Hosea is ook een van de profeten die profeteerde dat het Huis Israëls zich in de eindtijd weer met het Huis Juda zal herenigen: Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee [Israël volkeren van NW-Europa, ca. 1500-2000 AD] … Dan zullen de kinderen van Juda en de kinderen van Israël zich bijeenscharen, een hoofd over zich stellen, en optrekken uit het land [uit het Noorderland](Hosea 1:10-11).

Jesaja (740-681 vChr)

Ten tijde dat Hosea een profeet in het noorden (Samaria) was, was Jesaja een profeet in het zuiden (Jeruzalem). Jesaja kondigde het oordeel aan over Israël en Juda. Hij profeteerde ook vóór en ná de val van Samaria (722 vChr).

Ook Jesaja geeft aan (in H. 11) dat ná de Komst van de Messias – die voor christenen de Wederkomst van de Here Jezus is – Israël met Juda herenigd zal worden. Let op de frase: ‘te dien dage’. Jesaja 11:1-5 gaat over de komst van de Messias en de verzen 6-10 over het Vrederijk. Jesaja 11:11 geeft met ‘te dien dage’ aan dat het dan, rond de Wederkomst, de tijd van herstel zal zijn voor het overblijfsel van Israël en Juda:

En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk … in de kustlanden der zee … en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde. Dan zal de afgunst van Efraim [van de Israël volkeren] verdwijnen en zij die Juda [de Joden] benauwen, zullen uitgeroeid worden; Efraim zal niet afgunstig zijn op Juda en Juda zal Efraim niet benauwen (Jesaja 11:11-13).

Jeremia (626-585 vChr)

Jeremia predikte vóór, tijdens en ná de val van het zuiden, van Jeruzalem (586 vChr), toen de Tien Stammen al meer dan 100 jaar verdwenen en niet teruggekeerd waren. De val van Jeruzalem (het zuiden) was 136 jaar na de val van Samaria (het noorden). Met de Tien Stammen in de Assyrische ballingschap, en met de Twee Stammen (Koninkrijk Juda) op weg naar de Babylonische ballingschap, is er geen profeet die meer en vaker de hereniging van Israël en Juda profeteert, dan Jeremia (Jer 3; 23a; 30-31; 33; 50a). Hieronder een kleine bloemlezing:

Te dien tijde [na de Wederkomst] zal men Jeruzalem noemen de troon des HEREN, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen …  In die dagen [na de Wederkomst] zal het Huis van Juda naar het Huis van Israël gaan, en zij zullen tezamen uit het Noorderland komen naar het land dat Ik … ten erfdeel gegeven heb (Jer 3:17-18).

Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren … In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen … Daarom zie, de dagen komen … dat men niet meer zal zeggen: Zo waar de HERE leeft, die de Israëlieten uit het land Egypte heeft doen optrekken, maar veeleer: Zo waar de HERE leeft, die het nageslacht van het Huis Israëls [alle 12 stammen] heeft doen optrekken en die het heeft doen komen uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; en zij zullen op hun eigen grond wonen (Jer 23:5-8).

Zie, de dagen komen [ná de Wederkomst], luidt het woord des HEREN, dat Ik met het Huis van Israël en het Huis van Juda een Nieuw Verbond sluiten zal (Jer 31:31). Dit vers is alleen in type, en ten dele, vervuld, in Handelingen 2, met de uitstorting van de Heilige Geest. De volledige vervulling van dit vers komt wanneer Christus aan het begin van het Millennium met Juda en Israël een Nieuw Verbond zal sluiten en de Tempel van Ezechiël zal laten bouwen, en de Twaalf Stammen vanaf de Eufraat tot aan de Beek van Egypte in de Sinaï zullen wonen (Eze 47-48).

Ja, Ik zal een keer brengen in het lot van Juda en Israël en hen opbouwen als weleer (Jer 33:7).

In die dagen en te dien tijde, luidt het woord des HEREN, zal de ongerechtigheid van Israël [momenteel zéér veel ongerechtigheid in onze volken] gezocht worden, maar zij is er niet, en de zonden van Juda [momenteel zéér veel zonden in de Joodse Staat], maar zij zijn niet te vinden; want Ik zal vergeving schenken aan wie Ik doe overblijven (Jer 50:20).

Ezechiël (593-571)

Er is geen enkele profeet in het OT die zo nauwgezet zijn profetieën en visioenen dateerde als Ezechiël. Hij profeteerde van 593 tot 571 vChr, vóór, tijdens en ná de val van Jeruzalem, maar niet in Jeruzalem zoals Jeremia, zijn tijdgenoot, maar vanuit de nederzettingen van de Joodse (Juda) ballingen in Babylonië (huidig zuid Irak). Ezechiël zat bij de tweede wegvoering van Judese ballingen naar Babel (597 vChr).

Na de val van Jeruzalem (586 vChr) profeteerde Ezechiël over de Twee Houten, over de Twee Koninkrijken – die dus beiden in ballingschap waren – en dat zij in de eindtijd weer herenigd zouden worden. Het is belangrijk te constateren (chronologie!) dat er dus nog geen herstel en hereniging was van het Huis Israëls en het Huis Juda aan het einde van Ezechiëls ministry in 571 vChr. Zijn laatste profetie is van die datum.

Ezechiël geeft ook heel duidelijk aan dat ook al zijn er wat Israëlieten uit het noorden naar Juda gegaan in die 200 jaar van co-existentie en bij de val van Samaria in 722 vChr, dat toch geheel Israël bij Jozef is! De uitzondering bevestigt de regel. De profetes Anna van het NT was van de stam Aser en behoorde klaarblijkelijk tot die weinigen die naar het zuiden waren gegaan. Toch behoorden de Stammen Israëls ten tijde van Ezechiëls profeteren (rond 570 vChr) bij het Hout van Jozef (Efraïm, Samaria), en niet bij Juda:

Het woord des HEREN kwam tot mij: Gij mensenkind, neem een Stuk Hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een Ander Stuk Hout en schrijf daarop: voor Jozef (het Stuk Hout van Efraim) en het Gehele Huis Israels dat daarbij behoort; voeg ze dan aan elkander tot één Stuk Hout … Wanneer nu uw volksgenoten u vragen … wat gij daarmee bedoelt? zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik neem het Stuk Hout van Jozef (dat aan Efraim toebehoort ) en van de Stammen Israëls die daarbij behoren [bij Jozef!!] en Ik voeg het bij het Stuk van Juda [de Joden] en maak ze tot één stuk hout, zodat zij één zijn in mijn hand … zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik haal de Israëlieten weg uit de volken … Ik zal hen van alle kanten bijeen verzamelen en hen naar hun land brengen. En Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen Israëls, en één koning [de Joodse Staat Israël is een republiek] zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij Twee Volken zijn en niet langer verdeeld in Twee Koninkrijken. Niet langer zullen zij zich verontreinigen met hun afgoden … maar Ik zal hen verlossen van alle afvalligheid [momenteel veel afval] waarmee zij gezondigd hebben … zodat zij Mij tot één volk zullen zijn en Ik hun tot een God zal zijn. En mijn knecht David zal koning over hen wezen [ná de Wederkomst dus]; één herder zal er voor hen allen zijn. Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen [óók het 4e gebod!] … Zij zullen wonen in het land [Eze 47-48] dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb … Ik zal met hen een Verbond des Vredes sluiten [=het Nieuwe Verbond met Juda & Israël (Jer 31:31)], een Eeuwig Verbond … Mijn woning [Eze 40-46] zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn (Eze 37:15-28).

Zacharia (520-480)

Christenen die in de terugkeer van één derde van Juda naar de huidige Joodse Staat Israël de ultieme vervulling willen zien van profetie, beweren nog al eens dat die hereniging van Juda en Israël al plaatsgevonden heeft, dit in weerwil van de feiten van de Bijbel en van de geschiedenis.

In dat licht is het van belang te zien dat Zacharia die profeteerde van ca. 520 tot 480 vChr, de breuk tussen Juda en Israël ten stelligste benadrukte:

Daarom heb ik … Twee Staven genomen, de ene heb ik genoemd Lieflijkheid, en de andere Samenbinding … Toen heb ik mijn staf Lieflijkheid genomen en die verbroken, tenietdoende mijn verbond … Daarop heb ik mijn tweede staf, Samenbinding, verbroken, tenietdoende de broederschap tussen Juda en Israël (Zacharia 11:7-14).

Zo’n 220 jaar na de wegvoering van het Huis Israëls en zo’n 80 jaar na de wegvoering van het Huis Juda, profeteerde Zacharia (ca. 500 vChr) de terugkeer van Juda èn Jozef:

Zo zal Ik het Huis van Juda sterken en het Huis van Jozef verlossen; ja, Ik zal hen terugbrengen … en zij zullen worden, alsof Ik hen niet verworpen had. Want Ik ben de HERE,  hun God, en Ik zal hen verhoren (Zach 10:6).

De geschiedenis leert ons dat ‘Jozef’ nooit teruggekeerd is. Geen wonder dat Joodse rabbi’s de wereld afstruinen naar de Tien Verloren Stammen. Echter, zoals Juda en zijn broers Jozef niet herkenden in Egypte (Gen 42-43), zo herkennen de Joodse rabbi’s vandaag de dag het Huis Jozef niet in NW-Europa.

Bert Otten is schrijver van Waarheid & Vrede, een gratis Bijbelstudietijdschrift. Klik hier om het blad vrijblijvend te proberen.

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

1 Comment on "Profetieën over het herstel van het volk Israël"

  1. Tenzij men de inleiding van de Jacob(us) brief terzijde schuift, staat daar toch echt; Jacobus een dienstknecht van God en van den Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooing

    En Handelingen 2:5,9-11;
    Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken…
    Parthen, Meden, Elamieten, inw van Mesopotamie, Judea en Capadocie, Pontus en Asia, Phrygie en Phamphilie, Egypte, en de streken Libye bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Cretenzers en Arabieren..

    En dat was rond het jaar 30 vdgj.

    Noord-West Europa?
    Onze God weet het.

    Shalom

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd


*