‘t Zijn de Joden niet

Ondernemer, jurist en politicoloog Cor Verkade.
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Het tragische verschijnsel antisemitisme blijft mij bedroeven en verbazen. Niet alleen vanwege de gruwelijke gevolgen ervan, maar ook vanwege de tragische combinatie van antisemitisme en christendom.

Ik zal nooit vergeten dat in mijn studententijd één van mijn beste vrienden, als er weer een grof seksueel schandaal openbaar kwam, zei zich te schamen dat hij man was. Datzelfde gevoel heb ik bij mijn christen-zijn. In hart en nieren voel ik mij christen, maar tegelijkertijd schaam ik me bij elke antisemitische uitlating van christenen in verleden, heden en toekomst. Het christendom lijkt als het ware ondergedompeld te zijn in het antisemitisme en het vergt een heftige schoonmaakoperatie bij een christen om een prosemitische gelovige te worden, waarbij je je kunt afvragen of dat op aarde helemaal mogelijk is.

Uiteraard is mij de heftige oorzaak van dit christelijk antisemitisme niet onbekend. Al vanaf de vroege kerkvaders worden de begrippen ‘Godsmoordenaars’ en ‘Joden’ in het christendom gekoppeld omdat Jezus’ dood aan het kruis in de schoenen van de Joden geschoven wordt.

Het gekke is dat christenen beter hun belijdenis en de Heilige Schriften zouden dienen te lezen. Met nadruk wordt in de Twaalf Artikelen wèl de naam Pontius Pilatus gekoppeld aan Jezus’ lijden, maar is er geen enkele verwijzing naar het Joodse aandeel te vinden: “Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven.” Jezus’ lijden wordt dus in de belangrijkste christelijke geloofsbelijdenis in de schoenen van Pilatus geschoven, laat staan hetgeen na het lijden gebeurde: Jezus’ kruisiging en Jezus’ sterven. Wat je de toenmalige Joden ook rondom Jezus’ dood wilt verwijten, bij de kruisiging en Jezus’ sterven speelden zij slechts een passieve rol als toeschouwers.

Rolverdeling

Christenen dienen echter niet alleen hun belijdenis beter te lezen, maar ook de Heilige Schrift en Jezus’ woorden in het bijzonder. Met klem wijst Hij Zijn discipelen bij de voorzegging van Zijn toen dichtbij komende lijden op de rolverdeling daarin. “Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die Hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen Hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met Hem zullen drijven en Hem zullen geselen en kruisigen.’”

De taakverdeling is Jezus’ inziens dus heel duidelijk: de Joodse hogepriesters en schriftgeleerden zullen Jezus ter dood veroordelen, de heidenen zullen Hem bespotten, geselen en kruisigen. Zoals bij alle voorzeggingen van de Heere Jezus is het uiteraard gegaan zoals Hij gezegd heeft.

De Joden zijn dus niet zozeer de Godsmoordenaars als wel de Jezusveroordelers. Het lijkt erop dat de Heere God in Zijn Goddelijke plan rondom Jezus’ verzoeningswerk Joden en heidenen beiden een rol wil laten spelen. Jezus leerde zelf dat de heidenen Hem zouden vermoordden, waardoor het eeuwenoude verwijt dat Joden de Godsmoordenaars zijn geen hout snijdt.

Vergeving

Desondanks, desalniettemin, desniettegenstaande moet mij nog iets geks van het hart. Jezus’ die het tragische spel rondom Zijn lijden en sterven gespeeld ziet worden, laat aan het kruis nog iets zien met betrekking tot de veroorzakers van Zijn lijden. Uit Zijn mond klinken temidden van Zijn gruwelijke en volkomen onschuldige lijden ineens de markante bovenmenselijke woorden tot Zijn Vader: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” Mijns inziens is het niet naïef ervan uit te gaan dat God de Vader het gebed van Zijn Zoon in deze heftigste uren van de wereldgeschiedenis gehoord en verhoord heeft en daarom past het een christen die Jezus serieus wil nemen niet Zijn broedervolk ‘Godsmoordenaars’ te noemen. Met alleen al de suggestie daarvan vergroten christenen het lijden van de Heere Jezus, omdat ze daarmee doorgaan een wig te drijven tussen de Messias en Zijn Volk.

Christenen past verootmoediging naar het Joodse volk, de “beminden om der vaderen wil”. Het beste kunnen christenen de meest wijze woorden over het lijden van de Heere Jezus in verhouding tot het Joodse volk uit haar eigen traditie stamelend herhalen en met Jacobius Revius vol deemoed meefluisteren:

T’en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten,
Noch die verraderlijk u togen voor ’t gericht,
Noch die versmadelijk u spogen in ’t gesicht,
Noch die u knevelden, en stieten u vol puisten,

T’en zijn de krijgslui niet die met hun felle vuisten
De rietstok hebben of de hamer opgelicht,
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwe rok saam dobbelden en tuisten –

Ik ben ‘t, o Heer, ik ben ‘t die u dit heb gedaan,
Ik ben de zware boom die u had overlaân,
Ik ben de taaie streng waarmee Gij ging gebonden,

De nagel en de speer, de gesel die u sloeg,
De bloed-bedropen kroon die uwe schedel droeg,
Want dit is al geschied, helaas! om mijne zonden.

Cor Verkade (s)preekt, publiceert en doceert over Israël en de Bijbel. 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "‘t Zijn de Joden niet"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*