De Thora zegt het zelf: wees goed voor de vreemdeling

Beeld: Aantekeningen bij de Bijbel
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

De vreemdeling is een Bijbels thema van kaft tot kaft.

De patriarchen waren vreemdelingen en verkregen de belofte niet. De Israëlieten waren vreemdelingen in het land Egypte en werden eerst goed behandeld, later niet. Tientallen malen zegt God in de Thora dat de vreemdeling goed behandeld moet worden. Geen onderscheid! Achttien keer wordt de vreemdeling in één adem genoemd met weduwen en wezen. Christus zegt dat in het hiernamaals wij beoordeeld zullen worden ten aanzien van onze behandeling van de vreemdeling. Echter, bij nationale afval van het volk, kan God de vreemdeling ook als straf sturen.

Abraham – vreemdeling

 

Genesis 21:34 En Abraham vertoefde vele dagen als vreemdeling in het land der Filistijnen.

Abraham was 70 jaar ‘thuis’ in Ur der Chaldeeën. Voorts was hij vreemdeling in Haran, Kanaän, Egypte en Kanaän. Hij heeft de belofte nooit verkregen.

Izak 

Genesis 26:3 Vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u [Izak] zijn en u zegenen, want u en uw nageslacht zal Ik al die landen geven, en Ik zal de eed gestand doen, die Ik uw vader Abraham gezworen heb.

Izak kreeg de belofte, maar was ook zijn hele leven vreemdeling in het land Kanaän. Soms werden de aartsvaders als vreemdeling goed behandeld (dat wil God), en soms werden hun bronnen afgepakt (tegen Gods wil). Het is vaak moeilijk om een vreemdeling in een land te zijn, om een minderheid in dat land te zijn. Ik heb 1 jaar in Engeland gewoond, 1 jaar in Frankrijk en 3 jaar in Israël. Engeland was goed, Frankrijk was redelijk en Israël was moeilijk. Ik weet wat het is om een vreemdeling te zijn in een land.

En wanneer een vreemdeling bij u in uw land vertoeft, zult gij hem niet onderdrukken. Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HERE, uw God (Lev 19:33-34)

Jakob 

Genesis 35:27 En Jakob kwam bij zijn vader Isaak te Mamre bij Kirjat-arba, dat is Hebron, waar Abraham en Isaak als vreemdeling vertoefd hadden.

Genesis 37:1 Jakob echter woonde in het land der vreemdelingschap van zijn vader, in het land Kanaän.

Jakob’s 11 zonen

Genesis 47:4 Ook zeiden zij tot Farao: Wij zijn gekomen om als vreemdelingen in dit land te vertoeven, want er is geen weide meer voor de kudde, die uw knechten hebben, omdat de hongersnood zwaar is in het land Kanaän; nu dan, sta uw knechten toe in het land Gosen te wonen.

Genesis 47:9 En Jakob zeide tot Farao: Het getal der jaren mijner vreemdelingschap is 130; weinig in getal en kwaad zijn al mijn levensjaren geweest, en zij hebben niet bereikt het getal der levensjaren van mijn vaderen in de dagen hunner vreemdelingschap.

Mozes – vreemdeling

Exodus 2:22 Zij baarde een zoon en hij noemde hem Gersom, want, zeide hij: ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.

Mozes is eigenlijk 3 keer 40 jaar vreemdeling. Eerst 40 jaar ‘vreemdeling’ in Egypte. Toen was hij 40 jaar vreemdeling in Midian, noemde zijn zoon Ger-shom (Vreemdeling-daar) en tot slot 40 jaar in de woestijn. Dat was toch ook niet zijn thuis …

De Vreemdeling in de Thora

Exodus 12:49 Eenzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.

Keer op keer zegt de Thora dat er gelijke rechten en plichten zijn voor de Israëliet en de vreemdeling. De vreemdeling mag niet achter gesteld worden.

Exodus 22:21 Een vreemdeling zult gij niet onderdrukken, noch hem benauwen, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte.

Dit gaat niet over de 7 gewelddadige volken die destijds uitgeroeid moesten worden. Dit gaat over de vreemdeling die in Israël woonde. De lijfwacht van David bestond uit vreemdelingen. Denk ook aan Uria de Hethiet. Overspel en doodslag. David dacht hem anders te kunnen behandelen. God was zeer kwaad.

Exodus 23:9 De vreemdeling zult gij niet benauwen, want gij kent de gemoedsgesteldheid van de vreemdeling, omdat gij vreemdelingen zijt geweest in het land Egypte.

Leviticus 19:33-34 En wanneer een vreemdeling bij u in uw land vertoeft, zult gij hem niet onderdrukken. Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HERE, uw God.

Wij moeten niet alleen de naaste liefhebben als onszelf, maar ook de vreemdeling liefhebben als onszelf. Dit is in wezen onnatuurlijk en daarom hebben wij Gods Geest daar voor nodig. Het is ‘natuurlijk’ om iets tegen vreemdelingen te hebben: ze zijn anders, ze eten anders, ze ruiken anders, spreken een andere taal, zien er anders uit. Ze zijn te zwart, te geel, te lang, te kort, of hebben te grote neus, oren of spleetogen, etc. Ze hebben de verkeerde godsdienst.

Dit is als pesten in de klas. Wie wordt er gepest? Wie anders is. Rood haar, te dik, rare bril, andere taal, spraak, afwijkende kleding. God haat pesten, God haat het veroordelen van minderheden die anders zijn. Dat is in de klas zo, en dat is in het land zo. God herhaalt keer op keer in de Thora de vreemdeling niet te verdrukken, nee. Heb hem lief!

Spreek tot Aaron en zijn zonen en tot al de Israëlieten en zeg tot hen: Ieder van het huis Israëls en van de vreemdelingen in Israel, die zijn offergave brengt, overeenkomstig al de geloften en vrijwillige offers, die zij de HERE als brandoffer willen offeren … [offers moesten gaaf zijn, maar vreemdelingen mochten dus ook offeren] … Ook uit de hand van een vreemdeling zult gij niets van dat alles [van die niet gave dieren] uw God als spijze offeren, want zij zijn geschonden. (Lev 22:18-25).

In Leviticus 22 legt God uit dat alleen gave dieren geofferd mochten worden, dat gold zowel voor de Israëliet als de vreemdeling. Vreemdelingen mochten dus offeren in tabernakel en tempel.

Lev 25:23: En het land zal niet voor altijd verkocht worden, want het land is van Mij, en gij zijt vreemdelingen en bijwoners bij Mij. 

Leviticus 24:22: Enerlei recht zult gij hebben; de vreemdeling zij gelijk de geboren Israëliet, want Ik ben de HERE, uw God.

Kanaän, Palestina, Erets Jisraël, hoe u het noemen wilt. Het land is niet van de Joden of Israëlieten (en zeker niet van de Palestijnen). Het land is van God! De Israëlieten zijn slechts vreemdelingen en bijwoners bij God! Dit is een belangrijk Bijbels thema. Ik hoor dit te weinig bij zionisten en christen-zionisten. Alsof het land ten allen tijde onder alle omstandigheden van de Israëlieten zou zijn.

God zegt: Het land is van Mij. Jullie zijn ‘slechts’ vreemdelingen en bijwoners bij Mij en als jullie je niet gedragen … verbanning! Zo kwamen de Assyriërs als vreemdelingen de 10 stammen halen en kwamen de Babyloniërs als vreemdelingen de 2 stammen halen. Vanwege langdurige en wijdverbreide afval van de Thora, inclusief het vreemdelingen gebod!

Numeri 15:15: Wat de gemeente betreft, eenzelfde inzetting zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft; een altoosdurende inzetting zal het zijn voor uw geslachten: gij en de vreemdeling zullen voor de HERE gelijk zijn.

Dit geldt ook voor ons in ons land met onze eigen minderheden. We leven in een seculier land met vrijheid van godsdienst. Dan geldt dit ook voor onze minderheden. Als er volgens artikel 23 katholieke, protestantse, reformatorische, joodse en evangelische scholen mogen zijn, dan natuurlijk ook moslimscholen. Wie dat gaat betwisten, meet met twee maten en God haat het meten met twee maten. Natuurlijk moeten ook die scholen gecontroleerd worden aan de wet voldoen.

Dit geldt ook voor onze gebedshuizen. Niet alleen katholieken, protestanten, joden, mormonen en jehovagetuigen hebben recht op hun kathedraal, kerk, synagoge, koninkrijkszaal of mormonen tempel, maar dan ook de moslim op zijn moskee.

Deuteronomium 10:19: Daarom zult gij de vreemdeling liefde bewijzen, want vreemdelingen zijt gij geweest in het land Egypte.

Deuteronomium 24:14: Gij zult de arme, behoeftige dagloner ‘niet hard behandelen’, hetzij hij behoort tot uw broeders, hetzij tot de vreemdelingen, die zich in uw land, in uw steden zullen bevinden.

Veel arbeid op het land wil de Nederlander niet meer doen. Er komen ‘dagloners’ uit het oosten. Ik schaam mij elke keer wanneer ik lees dat die ‘hard behandeld’ worden: in betaling, in gebrek aan rust of in slecht onderkomen.

Deuteronomium 24:17: Gij zult het recht van vreemdeling en wees niet buigen; ook zult gij het kleed der weduwe niet tot pand nemen.

De trits van vreemdeling, wees en weduwe wordt 18 keer genoemd in de Schrift. Zij zijn de zwakke partij. Zij mogen niet achtergesteld worden; ook niet voorgetrokken worden. Een gelijke behandeling voor iedereen.

Deuteronomium 27:19: Vervloekt is hij, die het recht van vreemdeling, wees en weduwe buigt. En het gehele volk zal zeggen: Amen.

Bij de Ebal en Gerizim zijn er 12 vervloekingen. Van de 613 geboden stopt God het verbuigen van het recht van de vreemdeling in één van die 12 vervloekingen. Dat zegt wel iets!

 

Jeremia 7:5-7 Neen, als gij werkelijk uw handel en wandel betert, als gij werkelijk onder elkander recht doet, 6 vreemdeling, wees en weduwe niet verdrukt, geen onschuldig bloed vergiet op deze plaats en andere goden niet achternaloopt, u tot onheil, 7 dan wil Ik u op deze plaats, in het land dat Ik aan uw vaderen gegeven heb, laten wonen van eeuw tot eeuw.

Het land is van God. Jullie zijn vreemdelingen en bijwoners van Mij, zegt God. Als jullie de vreemdelingen goed behandelen mag je hier blijven wonen. Het is één van de voorwaarden. Dit geldt ook voor ons en ons land. Onze voorouders zijn als Kelten en Germanen hier gekomen. Als Israëlieten vreemdelingen en bijwoners zijn bij God, hoeveel te meer dan wij. Ook ons land is van God, wij zijn vreemdelingen en bijwoners bij God.

Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven.

Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven,

Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest

(Matteüs 25:35)

Maleachi 3:5 Ik zal tot u ten gerichte naderen; Ik zal een snelle aanklager zijn tegen de tovenaars, tegen de echtbrekers, tegen de meinedigen, tegen hen die het loon van de dagloner drukken, weduwe en wees verdrukken, en de vreemdeling terzijde dringen, maar Mij niet vrezen, zegt de HERE der heerscharen.

Vreemdeling als straf

Deut 28:15 Maar indien gij niet luistert naar de stem van de HERE, uw God, en niet al zijn geboden en inzettingen, die ik u heden opleg, naarstig onderhoudt, dan zullen de volgende vervloekingen alle over u komen en u treffen: … 43 Steeds meer zal de vreemdeling in uw midden u te boven gaan, terwijl gij al dieper zinkt. 44 Hij zal u te leen geven, maar gij niet aan hem; hij zal hoofd zijn, en gij staart.

Deze nationale straf afwenden ligt niet in het verdrukken van de vreemdeling, maar in nationale bekering tot God.

Bert Otten is schrijver van Waarheid & Vrede, een gratis Bijbelstudietijdschrift. Klik hier om het blad vrijblijvend te proberen.

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

3 Comments on "De Thora zegt het zelf: wees goed voor de vreemdeling"

  1. Wel de Bijbel heeft het idd over dat je de vreemdelingen moet liefhebben, en verwijst hier een paar X naar.
    Ook wij uit de natien zijn tov Israel ‘vreemdelingen’ .
    Maar net als de vreemdelingen in de tijd van Mozes was het de bedoeling dat die vreemdelingen 1 werd met Israel.
    Jahweh Heeft geen 2 volken, geen 2 wetten, geen 2 evangelien. Hij heeft 1 volk, 1 Wet, 1 evangelie, 1 geloof, 1 doop etc.
    Toen het volk voor de berg stonden waren zij 1, 1 volk Israel geen Israel en de vreemdelingen.
    Hoe vroom en mooi het misschien klinkt, God accepteerd de vreemdeling pas indien de vreemdeling zich houd en Zijn woord doet.
    Je hebt een pracht voorbeeld hiervan met Ruth, die als Moabitische niet welkom was, maar door het geloven in de God van Naomi, en verklaarde; ‘ Uw God is mijn God Uw volk is mijn volk’. 100% israelische werd en zelfs de lijn van David en uiteindeljk van Yeshua werd.
    En later Rachab.
    Ja vreemdelingen opnemen is een opdracht maar de vreemdeling die zich niet met Israel of Jahweh wilde vereenzelvigen, is en heeft geen deel aan het volk.
    Israel werd geplaatst in het midden van zijn vijanden om een licht te zijn zodat die volkeren jaloers werden en zich konden aansluiten, niet om andere geloven te tolereren. JAHWEH heeft heel de wereld lief en geeft ze de kans om Zijn liefde te kennen, Zijn leven te aanvaarden, Zijn woorden aan te nemen, niet om leugens en dood mee te nemen, door andere geloven toe te laten.
    shalom

  2. Probeer met alle mensen in vrede te leven, zoek voor allen het goede bovenal medegelovigen.

    Ook ik ben een vreemdeling hier beneden.

    Het beloofde land, het land van Israel van de ene tot de andere rivier en van de voorste tot de achterste zee is beloofd aan de kinderen Israels. En een ieder die wil kan zich daarbij voegen, erkenende de God van Israel: JHWH, kadosh baruch hu.
    Die zijn Sabbatten houdt. Lees Jesaja.

    Aan welk volk is dit land of gebied toegewezen waar ik nu woon, noemende het koninkrijk der Nederlanden?

    De regels van de vreemdeling toepassen buiten Israel is eigenlijk krom, immers is een Israeliet buiten zijn eigen land zelf een vreemdeling in een ander land.

    Ik wil geen moskeeen, hindoetempels, pagodes, rooms-katholieke kerkgebouwen, etc. in dit land.
    Ik wil geen vrije dagen voor de ramadan, suikerfeest, lichtjesfeest of halloween.
    Ik wil niet hoeven stoppen met mijn auto omdat een groep moslims het als hun recht ziet om midden op de weg 5 keer per dag te moeten gaan bidden, terwijl er in de moskee genoeg ruimte is.
    Maar als ik een vreemdeling moet gedogen en accepteren dat deze een van bovenstaande graag wil, dan ben ik geneigd om zelf als vreemdeling asiel aan te vragen in Eretz Israel.

    U begrijpt waar ik heen wil, neem ik aan.

    Echter dit land waarin ik nu woon is voor zover ik weet niet beloofd aan mijn voorvaderen.
    Dit land waarin ik nu woon wordt voor zover ik weet niet beschreven in de Tenach.

    Dus probeer met alle mensen in vrede te leven, en zoekende voor allen het goede.

    Sluit ik af met:

    Heb JHWH uw God lief met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw kracht. En men dient onze God meer gehoorzaam te zijn dan mensen.

    Shalom

  3. De vreemdeling wat hier wordt aangehaald wordt in het Hebreeuws “Ger” genoemd. Een “Ger” is een gelovige in de God van Israël een proseliet is een andere aanduiding hiervoor.

    Het volk Israël had de opdracht om de vreemde volken die hun afgoden dienden op hoogten en onder bladerrijke bomen uit het land te verdrijven en/of te vernietigen en mochten zich niet met hen vermengen opdat zij niet in de verleiding zouden komen ook deze “goden” te dienen.

    Dit is nu precies wat wij in ons land wel doen, we halen de afgoden dienaren massaal binnen en vermengen ons hiermee oftewel we rebelleren tegen YHWH de God van Awraham, Yitzchak en Ya’akov!

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd


*