Welke kalender is de juiste?

De maansikkel. Beeld: Pixabay
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Het volgen van de Bijbelse kalender zou makkelijk zijn als die niet gebaseerd was op de maan.

Door Thomas D. Lancaster

Omdat de cyclus van de maan niet overeenkomt met een zonnemaand, en twaalf maancyclussen geen volledig zonnejaar vormen, verschuift de kalender geleidelijk in de loop der tijd. Als dat niet af en toe wordt gecorrigeerd, dan duurt het niet lang voordat we Pascha in december vieren. Daarom compenseert de Joodse kalender dat door een extra maand toe te voegen om daarmee alles weer recht te trekken.

Van tijd tot tijd zijn er leraren in de Hebrew Roots-beweging die mensen proberen te overtuigen om de Joodse berekening van de Bijbelse kalender terzijde te schuiven en een alternatieve kalender te volgen – gebaseerd op het rijpen van het graan of andere seizoensgebonden middelen. Ze willen een preciezere en meer consistente correlatie tussen de fase van de maan en de datum van de maand dan de Joodse kalender biedt. Zij zijn voorstanders van een alternatieve berekening van de kalender omdat zij vinden dat hun interpretatie vanuit Bijbels oogpunt meer correct is. Maar is dat zo?

Bijbels correcte kalenders

Vanuit mijn visie op de Bijbel is het bijbels het meest correct om te verwijzen naar de Joodse autoriteit. In de Bijbel staat, dat als er discussies ontstaan over de toepassing van een gebod uit de Torah, we ons moeten richten tot de Joodse autoriteiten (Deuteronomium 17:8-13). Een discussie over de berekening van de kalender valt in die categorie.

Als Hij de vastgestelde tijden van de Bijbelse kalender aan Mozes kenbaar maakt, zegt JHWH tegen Mozes: “Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen van de HEERE, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen” (Leviticus 23:2). Er wordt aangenomen dat de woorden “die u moet uitroepen” zijn gericht aan de Joodse autoriteiten. De autoriteiten van de Joodse gemeenschap hebben de Bijbelse verantwoordelijkheid om de feesten uit te roepen, met andere woorden, de jaarlijkse feesten aan te kondigen en hun data vast te leggen. Het is hun taak om de nieuwe manen te bepalen, evenals de nieuwe maanden en de data van de feesten. God stelde zeventig oudsten aan over Israël (het Sanhedrin) evenals de Joodse rechtbanken en autoriteiten die beslissingen nemen over de berekening van de kalender:

Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God in gaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen. (Romeinen 13:1-2)

Observatie van de Nieuwe Maan

De verantwoordelijkheid voor het bepalen van de kalender was het eerste gebod dat God gaf aan het volk Israël toen Hij tegen Mozes en Aaron zei: “Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar.” (Exodus 12:2). De Bijbelcommentator Rashi rekende Exodus 12:2 als het eerste formele mitzwah (gebod) van de Torah omdat het het eerste gebod was dat God specifiek gaf aan het volk Israël. Hij merkte op dat JHWH het gebod rechtstreeks aan Aaron en Mozes had gegeven, de leiders van de generatie. Oftewel hij gaf het leiderschap de autoriteit om het begin van de maand te bepalen en de Bijbelse kalender vast te stellen.

Ten tijde van de Bijbel bepaalde het volk Israël de kalender aan de hand van het zien van de Rosh Chodesh, de nieuwe maan. Waarneming van de maan is afhankelijk van subjectieve observaties, omstandigheden en weersomstandigheden – variabelen die kunnen leiden tot meerdere mogelijkheden wanneer de nieuwe maand is begonnen. Om de hele gemeenschap dezelfde dag van de maand te laten aanhouden, was er een systeem nodig om de kalender te bepalen waar iedereen mee instemde. Anders zouden mensen in verschillende gebieden of iemand die de hemel minder nauwkeurig observeerde niet synchroon lopen met de rest van het volk.

Deze kwestie wordt kritiek als mensen zich willen houden aan geboden waarvoor specifieke data gelden. Bijvoorbeeld in Exodus 12, gaf God de hele gemeenschap van Israël verscheidene datum-specifieke geboden. Denk aan de situatie van de Israëlische gemeenschap in Egypte. Als een groep Israëlieten geloofde dat de nieuwe maan anders moest worden berekend dan hoe de meerderheid het deed, of als een bepaalde groep de waarneming van de maan de eerste nacht had gemist en daarom een dag achteropliep, zou dat rampzalig zijn. De splintergroeperingen zouden hun huizen niet op de juiste dag met het bloed hebben gemarkeerd. Die fout zou hen hun eerstgeboren zoon hebben gekost.

JHWH sloot die mogelijkheid uit toen Hij tegen Mozes en Aaron zei: “Deze chodesh (vernieuwing van de maan) zal voor u het begin van de maanden zijn” (Exodus 12:2). Hij bepaalde daarmee de eerste dag van de maand, en synchroniseerde daarmee de kalender van de gemeenschap:

God liet Mozes de maan zien in zijn eerste kwartier (chodesh) en zei tegen hem: “Als de maan zich vernieuwt zoals deze, zal het voor jullie het begin zijn van de maand.” (Mechilta 1)

Uitroepen van de Nieuwe Maand

In de Misjna wordt de ceremonie beschreven waarbij het Sanhedrin de nieuwe maan uitriep. Getuigen van de sikkel van de nieuwe maan reisden meteen naar het Sanhedrin. De leden van het Sanhedrin spraken de getuigen onafhankelijk van elkaar om vast te stellen dat ze de nieuwe maan ook echt hadden gezien. Daarna verklaarden ze: “het is geheiligd”. Ze stelden de rest van het volk op de hoogte door middel van signaalvuren en boodschappers die zich over het land en in de hele Diaspora verspreidden.

Het gebod om de nieuwe maan te bepalen verleent autoriteit om de Bijbelse kalender te bepalen, de vastgestelde tijden te bepalen en de data te benoemen waarop de Bijbelse feesten moeten worden gevierd. Geeft de Torah die autoriteit aan iedereen? Mag elk individu of elke afzonderlijke synagoge, gemeente en gemeenschap zelf de Bijbelse kalender vaststellen? Als dat zo zou zijn, zou er geen eenheid kunnen worden gevestigd en zou elke persoon zijn eigen kalender kunnen bepalen afhankelijk van zijn eigen interpretaties. Verscheidene gemeenschappen en gemeentes zouden strijden over de “juiste” dag voor het vieren van de feesten, en de heiligheid van de heilige dagen zou worden vertrapt. Een aantal gemeenschappen zou hun maaltijd aan het einde van Jom Kippoer houden terwijl anderen net waren begonnen met vasten. Een aantal mensen zou het een maand eerder dan de anderen vieren. We zouden vechten en discussiëren, en het gebod overtreden om “dwaze vragen te vermijden… en ruzies en onenigheid hebben over de Torah,” en dat is “nutteloos en zinloos” (Titus 3:9). Daarom ligt de verantwoordelijkheid voor het bepalen van de kalender niet bij ons; ze ligt bij het gevestigde en erkende leiderschap van het hele volk Israël. Ten tijde van de exodus waren dat Mozes en Aaron. 

De Kalender ten tijde van de Apostelen

In de dagen van de apostelen had het Sanhedrin de autoriteit om de kalender vast te stellen.

In de Apostolische tijd waren er verscheidene splintergroeperingen zoals de Essenen, die hun eigen kalenders bepaalden onafhankelijk van het Sanhedrin, maar daarmee scheidden ze zich af van de bredere gemeenschap van Israël en maakte ze zichzelf ondergeschikt. Jesjoea en de apostelen volgden echter de kalender die door de Joodse autoriteiten in Jeruzalem was vastgesteld en vierden de feesten samen met de rest van het volk. Als dat niet zo was geweest, dan zou het Nieuwe Testament daar iets over hebben vermeld.

In die dagen was er geen Koning

Een aantal moderne Karaïeten en Hebrew Roots enthousiastelingen heeft opgeroepen om terug te keren tot het waarnemen en bepalen van de nieuwe maan. Anderen hebben astronomisch meer correcte modellen van de maankalender overgenomen, en daarmee brengen ze het vers in vervulling waar staat: “In die dagen was er geen koning in Israël; iedereen deed wat goed was in zijn eigen ogen” (Rechters 21:25).

Elke persoon mag handelen naar zijn eigen overtuiging, maar in de mate waarin wij kalenders ontwikkelen onafhankelijk van de rest van het Joodse volk, distantiëren we ons van gemeenschap en ontmoeting met het Joodse volk en met elkaar. Als we oprecht geloven dat Gods vastgestelde tijden zijn afspraken zijn met Israël, dan moeten we die vastgestelde tijden samen met heel Israël vieren en op basis van de autoriteit van Israël, niet onafhankelijk van het grotere volk van God.

De vastgestelde kalender

In de vierde eeuw wilde de gekerstende Romeinse regering voorkomen dat de christenen Pascha vierden op grond van de Joodse berekening van de kalender. Ze verboden het Sanhedrin om samen te komen en de nieuwe maan te bepalen. De Joodse gemeenschappen in de Diaspora begonnen de kalender onafhankelijk van elkaar vast te stellen. Chaos, onenigheid tussen gemeenschappen en verdeeldheid waren daarvan het gevolg. Een bewolkte dag kon de datum van Pascha veranderen. Zonder een centrale autoriteit die een extra maand toevoegt, begonnen de seizoenen te schuiven. Het duurde niet lang voordat Pascha in december zou vallen.

Om die situatie te herstellen gebruikte Rabbi Hillel II astronomische projecties en rekenkundige vergelijkingen om een vaste kalender te creëren die door heel Israël kon worden gehouden en waarmee de maanden en de feestseizoenen werden gesynchroniseerd zonder afhankelijk te zijn van de waarneming van de maan. We gebruiken die kalender van Rabbi Hillel vandaag de dag nog steeds. Totdat een Sanhedrin burgerlijke en religieuze autoriteit uitoefent over heel Israël en die afspraak wijzigt, blijft de kalender van Rabbi Hillel II de officiële standaard voor het bepalen van de nieuwe manen, Bijbelse maanden en de Bijbelse feesten. Geen rabbijn, leider of groep leiders heeft de autoriteit om te veranderen wat in de plaats is gesteld door het leiderschap van Israël. Elke persoon die dat probeert kan worden weggestuurd omdat ze autoriteit menen te hebben die niet aan hen is gegeven.

De vaste kalender is geen perfect systeem en bij tijd en wijle ontstaan er discrepanties tussen de Joodse datum op de kalender en de eigenlijke fase van de maan, en af en toe lijkt het erop dat de extra maand nog wel een jaar had kunnen worden uitgesteld, maar de vaste kalender voorziet in een universele standaard die in het leven is geroepen door een wettige en erkende autoriteit over Israël. Daarom moet die kalender voldoen totdat een enkelvoudige autoriteit over heel Israël opstaat die het kan corrigeren. Dat zal gebeuren niet lang nadat de zolen van de gezegende voeten van onze Messias Jesjoea opnieuw zullen staan op de Olijfberg. Op die dag zal hij het gebod voor het uitroepen van de nieuwe maan door middel van waarneming weer instellen, of hij zal de nieuwe maan zelf uitroepen.

Thomas D. Lancaster schrijft voor de bediening First Fruits of Zion

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

9 Comments on "Welke kalender is de juiste?"

  1. De Bijbel spreekt nergens over een 13de maand en chodesh betekend maanD en niet maan- misvertaling/misleiding
    De schrijver gaat totaal langs langs het feit heen dat 800 van de 1200 Qumran rollen spreken over de equinox kalender. De laatste inzichten zijn dat die geschreven zijn door de Zadok priesters die verdreven zijn uit de tempel door de Joden die later, olv Hillel, de maankalender definitief ingevoerd hebben. Met de wereldwijd te observeren voor en najaars equinox zijn zowel de voor- als de na-jars feesten uit te tellen; Geniaal idee van de Schepper van orde.
    Ik volg liever een zadok kalender aangezien Jesjoea onze Hogepriester is naar de orde van MelchiZEDEK (zadok) dan een kalender gebaseerd op de misjna/talmoed.

  2. Daar ben ik het met Charlie eens!

  3. 1 Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen,
    2 Zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeën zijn gezeten op den stoel van Mozes;
    3 Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet.

    Voor de schrijver en lezers; indien iemand mozes leert volg hem, leert iemand wat anders (ook al heet het sanhedrin) volg hen niet!
    Voor Charlie; lees je Bijbel en volg geen leerstellingen van mensen, en leer dat al helemaal niet aan je gemeente/anderen.
    Shalom

  4. In het stuk wordt er vanuit interpretatie van het woord een oordeel op gemaakt over hoe een bepaalde groep mensen vanuit hebrew roots zouden handelen, terwijl ik in werkelijkheid iets anders zie.

    Behoren we God of een joodse broeder als autoriteit te nemen?

    De vraag is: in welke joodse autoriteit behoren we te wandelen? Als de bijbel op meerdere plekken aangeeft dat we God meer gehoorzaam moeten zijn dan mensen. Han 5:29. Dit is natuurlijk een principe vanaf den beginne. Dus wanneer de joodse autoriteit zelf niet naar Gods woord doet, en andere ook zo vraagt te doen, moeten we die dan volgen? Bovendien is er geen priester dienst momenteel en is voor mensen die in Yeshua geloven, Hij de hogepriester.

    Maar stel we gaan wel uit van de joodse autoriteit:
    Dan is de vraag nog steeds; welke joodse autoriteit dan? Welke stroming binnen het jodendom krijgt dan de autoriteit van God? En waarom laat God zijn hemelse lichten niet tegelijk vallen met de hilel 2 kalender? Is God het niet eens met die kalender die een joodse broeder gemaakt heeft?

    Nehemiah Gordon, hebrew scolar, een jood vanuit de karaitische secte (orthodox zou ik willen zeggen) Gaat uit van de nieuwe maan en gerst oogst systeem. Hij ziet zichzelf als een autoriteit binnen deze stroming. Dus als we een joodse autoriteit volgen, die wel doet wat de bijbel zegt, en waar het één is met wat de bijbel zegt en de natuur laat zien. Welke joodse autoriteit krijgt dan de autoriteit?? Is het dan de menigte die weer wint? Je kan er tegenwoordig bijna gif op innemen dat wat de menigte doet sowieso niet kloppend is. Waarom zou dat nu anders zijn?

    De bijbel laat ons duidelijk weten dat bijvoorbeeld voor Yom Teruah (lev 23), op de eerste van de 7e maand het feest is. We kunnen bijbels gezien alleen weten wanneer het de eerste dag is, wanneer we het principe hanteren van genesis 1:14. God geeft zijn hemelse lichten voor het aangeven van seizoenen en feesten. We zien dit terug hoe koning David daar mee omgaat 1 sam 20:5 morgen is het nieuwe maand feest. (Hij zag dat het niet op de 29e dag is, dus moest het de 30e maand zijn) Zo is het altijd gevierd in de bijbel.

    Wat voor mij persoonlijk uiteindelijk uitmaakt is: het gaat om het beeld dat we ‘kijken’. Want die mindset is exact wat nodig is om goed voorbereid te zijn op Zijn 2e komst. We weten dat Hij deze feesten weer gaat laten vervullen. Dus profetisch gezien is het heel goed om hier mee bezig te zijn en een patroon te leren van denken, zodat we goed voorbereid zijn. We weten namelijk de dag nog het uur niet (nieuwe maan). Maar we kunnen wel de tekenen in de gaten houden. Dit weerhoud tevens niet van dat we niet op de dagen die de menigte invoert ook gemeenschap met hen kunnen hebben. Want dat kan nog steeds vol, en dat doe ik ook graag. Maar wel wetende wanneer God laat zien wat er in de hemel gebeurd, en niet de mens. We kunnen overigens pas de feesten in volheid vieren als Messias terug is, maar we kunnen wel ons best doen dit zo goed mogelijk met een zuiver geweten te doen op ZIJN TIMING. En Zijn timing, heeft Hij vast gelegd in genesis 1:14.

  5. Flauwe, niet serieuze en ondoordachte reactie raywilliam, wat wil je er mee bereiken? Aan eenieder die JHWH de eer geeft en Zijn werk (h)erkent, als je het zelf niet eens herkent?

    De maan (Herach) kan geen “gezette tijd” (Moëd) bepalen, dat is de reden waarom Jeshua tegen de Farizeeën en Sadduceeën zei: “jullie kunnen wel over mooi weer praten maar de “vaste tijden” kunnen jullie niet bepalen” “Huichelaars! De aanblik van de lucht weet u wel te onderscheiden, en kunt u de tekenen van de tijden niet onderscheiden?” (Mat.16:3b) En vandaag is dat nog steeds zo, als ik je vraag wanneer er in 2020 op de Gregoriaanse kalender (die de meeste op deze wereld gebruikt) Pesach valt, kun je dat als je de Babylonische maankalender volgt niet direct zeggen, of wel soms?

    De maan komt in de Bijbel zeker voor en dat is om waarschuwing(en) aan het volk van God te geven zoals in Lucas 21 vers 25 en in Openbaring 12 vers 1. De maan heeft zeker wel een functie! Alleen niet om ‘de gezette tijden’ (Moadim) te bepalen.

    En van die 54 keer dat maan in de Bijbel voorkomt? Is dat wel zo. Vertalingen van het Hebreeuwse woord ‘Codesh’ en het Hebreeuwse woord ‘Jerach’. Kun jij van de beide Hebreeuwse woorden dan verklaren dat beide grondwoorden dezelfde betekenis hebben, in jouw geval ‘maan’?
    Denk dat je verklaringen op niets berust is dan alleen menselijke aannames zonder Zijn werk echt te (h)erkennen.

    • ik gebruik geen menselijke instellingen om pesach te bepalen maar zoals JHWH het in Zijn woord aangeeft, de 14de na de nieuwe maan. net als andere moadim.
      Het mooie van Hebreeuws is dat; precies zoals Hij dat aangeeft “Zijn woord niet veranderd” en dat kan het ook niet.
      Dus als volgens sommige in Gen 1:14 de maan niet wordt bedoeld 1 van de 2 lichten en dus geen deel heeft in de moadim.
      Dan is dat dus nergens in Zijn woord, sterker nog, als Zijn schepping werd volbracht in de 1ste zes dagen.
      Hoe komt de maan dan in de hemel?? waarom geeft de maan licht?? en waarom wordt er uberhaubt over de maan gesproken in Zijn woord?? JHWH behandeld/hersteld alleen en alleen Zijn woord en dus schepping, Als Hij de maan niet in Geneisis heeft geschapen dan zou je daar niets moeten zien en elke 4 jarige weet als je vraagt welke groot licht er schijnt op de dag en welk minder groot in de nacht welke lichten JHWH heeft bedoeld. (worden als kinderen)
      Het is idd JHWH eer die Hij in de hemelen heeft gezet zodat mensen er niet mee kunnen knoeien.
      Blijkbaar wordt dat toch geprobeerd.
      Ik ben benieuwd hoe mensen die nieuwe maanden en of moadim met sterren bepalen, kunnen vertellen hoe je dat doet?
      Shalom

      • Shalom, Beide lichten uit Gen.1:14 en 16 moeten in staat zijn om de dag te kunnen bepalen (= onderscheiden of aangeven) en/of de jaren te kunnen bepalen. De maan kan dat in beide gevallen niet. Nu (8-okt-2017) zie je de maan alleen s’nachts, maar hij gaat zijn laatste kwartier in en dan zul je hem in de ochtend in het oosten nog zien als de dag begint zodra de zon boven de horizon verschijnt. In de dagen daarna zal de zon overdag steeds dichterbij de maan komen. Hij schijnt dus ook overdag, niemand kan dit ontkennen. De maan kan dus niet de dag van de nacht onderscheiden. De Maan kan ook niet een jaar bepalen (een gezette/vast moment in het jaar = Moed) want hij komt elk jaar gemiddeld 10 dagen te kort. Zo de zogenaamde Farizese en Sadducese zuurdesem die de maankalender leren geven geen Moed (=gezette/vaste tijd) in het jaar aan. En consequent 12 maanden aanhouden zoals de Moslim dat wel doet, doen ze ook niet want ze voegen 4 keer in 19 jaar (= ook al onbijbels) een 13de maand (2Adar) toe aan hun maankalender. Volledig onbijbels. Vandaar dat Jeshua in Mat. 16 vers 3 tegen hen zei: “Jullie kunnen de tekenen van de [gezette] tijden niet bepalen”. Blijf in de context van Gods Woord. De maan heeft wel betekenis maar niet voor de Hemelse/Genesis kalender, dat is toch deze toppic?

        • Kunnen we vandaag de ware “gezette tijden” (=Moadim) van JHWH bepalen? Het antwoord is volledig ‘Ja’. Neem bijvoorbeeld het feest Pesach, deze valt op de Hebreeuwse datum 14 Aviv (Abib). Dus niet op 14 Nisan, dat is een datum afkomstig van de Babylonische maankalender die door de Farizeeërs en Sadduceeërs verkondigd worden en tot op de dag van vandaag geleerd wordt en dus een variabele datum is en elk jaar verschuift op bijvoorbeeld de Gregoriaanse kalender (als we die even als referentie gebruiken). Aviv is niet hetzelfde als Nisan zoals velen beweren om een poging te doen om de maankalender te rechtvaardigen.
          Eerst moet het begin van het jaar bepalen worden, wat onmogelijk door de maan gedaan kan worden. In Exodus 34 vers 22 staat “Ook moet u voor uzelf het Wekenfeest houden, dat is het feest bij de eerste vruchten van de tarweoogst; en ook het Feest van de inzameling, bij de jaarwisseling.” De jaarwisseling is dus het einde en tevens het begin van een nieuw jaar. Het Hebreeuwse woord hiervoor is TEQUFA. Letterlijke betekenis is ‘1 omwenteling’ van de aarde om de zon. 4 keer in de Bijbel wordt gesproken van dit woord ‘bij de jaarwisseling’ of aan ‘het einde van het jaar’. Dat uitsluitend bepaald kan worden door de zon volgens Gen1:14 en 16. In het voorjaar is dit op de gezette tijd van 1 Aviv dat op de Gregoriaanse kalender valt op 20 maart en soms (1 keer in de 4 jaar) op 21 maart, deze verschuiving ligt niet aan de Hemelse kalender maar aan de Gregoriaanse kalender (schrikkeljaar). Pesach valt altijd op de ‘gezette en vaste tijd’ (=Moëd), 14 Aviv dat overeenkomt met 2 april. Pesach kan niet vallen op een ‘variabele tijd’ 14 Nisan dat telkens veranderd op bijvoorbeeld op de Gregoriaanse kalender. Zo weten we ook op welke gezette tijd (elk jaar op dezelfde datum) Jom Terruah (bazuinfeest) valt, dat is op 1 Ethanim van de Hemelse kalender en niet op 1 Tisri van de Babylonische maankalender. Zo weten we elk jaar de exacte “gezette tijden” (=Moadim) en op welke “gezette tijden” we de feesten van JHWH kunnen vieren.
          Overigens nog een grote misleiding, ‘Moadim’ betekent niet ‘feesten’ zoals farizese leer beweert. De leer over Moadim is een leer van “vaste tijden” zoals Paulus dat zegt in 1 Thess.5 vers 1: “Maar wat de [gezette] tijden (King James – Seasons) en de gelegenheden betreft, broeders, is het voor u niet nodig dat men u schrijft.” De kinderen die in het licht wandelen weten dat, maar wie het zuurdesem van de Farizeeën volgt wandelt in duisternis.

  6. Beste Thomas,

    In Deut,17:8-13 staat niet dat (het huis Juda) de Joodse autoriteit het gezag kregen, maar wie wel het gezag had (onder leiding van Mozes) waren de Levieten. Mozes was zelf ook een Leviet uit het huis Levie. Wat er wel staat is. “Dan moet u naar de Levitische priesters gaan, en naar de rechter die er in die dagen is, en henraadplegen. Zij zullen dan een gerechtelijke uitspraak voor u doen.” Ook de rechters waren Levieten, zie het boek Leviticus.
    Dit gezag ging door, in de eerste tempel onder leiding van de Hoge Priester Zadok, een nageslacht van Aaron. En dat is tot op de dag van vandaag ingesteld door JHWH; “u moet de Levitische priesters die van het nageslacht van Zadok zijn en die tot Mij naderen – spreekt de Heere JHWH – om Mij te dienen. Niemand mocht als hoge priester God naderen dan alleen een Zadok priester. Johannes de doper en Jeshua waren uit dit zelfde geslacht en rechtmatige Zadok priesters. (Ez.43:19 44:1 44:15 48:11)
    De Zadok priesters zijn verjaagd uit de (tweede) tempel en de leiding is overgenomen door Joden die later de sadduceeërs werden genoemd en vandaag bekend staan als de Karaieten en die ook nog steeds ruzie hebben met de farizeeërs, (zij die zich vandaag rabbie noemen), over wat de nieuwe maan zou moeten zijn.
    Met de komst van Johannes de doper en Jeshua is het gezag en het onderwijs over de Torah weer in goed handen gekomen en dat is gelukkig ook tot op de dag van vandaag.
    Joh.14:26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.

Leave a comment

Your email address will not be published.


*