Calendar

Print Friendly, PDF & Email
< 2018 >
April
  • 17
    17.April.Dinsdag

    400 jaren 'Joden en het Huis van Oranje'.

    00:00 -18:00
    17/04/18-30/09/18
    Joods Historisch Museum
    Nieuwe Amstelstraat 1, 1011 PL Amsterdam

    De Joodse gemeenschap in Nederland heeft een eeuwenoude band met de koninklijke familie. In de expositie komt de Oranjeliefde naar voren, maar vertelt ook over de teleurstelling in het Koninklijk Huis tijdens de Tweede Wereldoorlog.

    Aan de hand van ruim honderd objecten vertelt het museum over de band tussen stadhouders, koningen, koninginnen en de Joden in Nederland. Dat begon na 1600 toen rijke Portugese Joden naar ons land kwamen. Ze leenden als kooplieden en bankiers geld uit aan de stadhouders en raakten bevriend.

    DE VESTIGING VAN JODEN IN NEDERLAND

    De eerste joden die zich blijvend in Nederland vestigden, waren afstammelingen van Spaanse en Portugese joden. Hun komst werd voorafgegaan door een reeks ingrijpende veranderingen op het Iberisch Schiereiland, waar zij eeuwenlang onder wisselende omstandigheden gewoond hadden. In 1492 werden de Spaanse joden onder druk van de inquisitie voor de keus gesteld zich tot het katholicisme te bekeren of het land te verlaten. Veel joden vluchtten naar Portugal, waar ze in 1497 massaal werden gedoopt. Zowel in Spanje als in Portugal bleven sommigen van deze bekeerden in het geheim het jodendom belijden, terwijl ze voor de buitenwereld als katholieken leefden.

    Eindbestemming: Amsterdam

    In 1536 werd ook in Portugal de Inquisitie ingesteld, die de onder dwang gedoopte joden scherp in de gaten hield. Dit was voor velen van hen een reden het land te ontvluchten, ondermeer naar Brazilië en Frankrijk. Ruim een halve eeuw later kwamen sommigen van hun afstammelingen als kooplieden naar de Republiek der Verenigde Nederlanden. Zij vestigden zich in Amsterdam, van waaruit zij, onder meer via Lissabon, handel dreven in suiker en tabak uit Brazilië en diamant, specerijen en katoen uit India. Eenmaal in Amsterdam gevestigd keerden ze vaak terug tot hun oorspronkelijke joodse geloof. Gezien hun gemengde Spaans-Portugese afkomst worden zij Sefardische joden genoemd, naar het Hebreeuwse voor Iberisch Schiereiland, Sefarad. Ook wordt de term Portugese Joden gebruikt, omdat Portugees hun voertaal was.

    Vrije vestiging

    Omstreeks 1630 bereikten Joden uit Midden- en Oost-Europa de Republiek. Deze Hoogduitse of Asjkenazische joden, zo genoemd naar analogie van het Hebreeuwse woord voor Duitsland Asjkenaz, spraken Jiddisj, een vroege vorm van Duits gemengd met Hebreeuwse, Slavische en Romaanse woorden en in Hebreeuwse letters geschreven. De Asjkenazische Joden waren gevlucht voor het geweld van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) en voor de vervolgingen van de kozakkenhoofdman Chmielniki in Polen in 1648. Berooid kwamen zij in Amsterdam aan; ze konden blijven omdat Joden zich hier vrij konden vestigen en omdat zij op ondersteuning mochten rekenen van hun Sefardische broeders.

    De Portugese en Hoogduitse Joden brachten zeer verschillende culturele achtergronden mee. Zij spraken een verschillende taal en vormden ook in sociaal opzicht verschillende groepen. Voor de buitenwacht telde echter voornamelijk hun gemeenschappelijke religie en werden ze als één (geloofs)gemeenschap gezien.

    Bekoelden

    Na het ontstaan van het koninkrijk in 1815 voelden de Joden zich steeds meer verbonden met het Koninklijk Huis. In de synagoge werd ingespeeld op gebeurtenissen in het leven van de Oranjes. Zo werd de inhuldiging in 1898 van koningin Wilhelmina uitbundig gevierd. Joden vanuit het hele land schonken rituele voorwerpen.

    De warme gevoelens bekoelden in de oorlog, toen koningin Wilhelmina naar Engeland ging. “Een pijnpunt,” aldus de conservator van de tentoonstelling, Julie-Marthe Cohen. “De Joodse gemeenschap voelde zich in de steek gelaten.”

    In de expositie vertellen mensen in een filmpje over hoe ze dit hebben ervaren. Veel Joodse mensen meenden dat het koningshuis niet genoeg had gedaan om ze te beschermen tijdens de oorlog.

    Jaren zeventig

    De band herstelde in de jaren zeventig. Hoewel de relatie tussen prinses Beatrix en de Duitser Claus van Amsberg aanvankelijk tot protesten leidde, wist juist hij de harten te heroveren van de Joden in ons land. Volgens Cohen was hij enorm betrokken bij de Joodse gemeenschap.

    Ze noemt daarnaast de toespraak van Beatrix in 1995 in de Knesset tijdens een staatsbezoek aan Israël historisch. De tentoonstelling begint ook met een fragment hiervan. In haar speech spreekt de koningin over de historische banden tussen het Joodse volk en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

    De conservator zegt de indruk te hebben dat de Joden tegenwoordig “net zo of net zo min” koningsgezind zijn als de rest van Nederland. “Die enorme gehechtheid van voor de oorlog is er niet meer.”

    De expositie is reeds te zien tot en met 30 september dit jaar.

    Bron: Joods Historisch Museum
    https://jck.nl/nl/longread/vierhonderd-jaar-joden-nederland

Facebookreacties