Minachten

206 01 0182 TopicalBkg Via de profeet Mal‘achie (Mijn boodschapper) verklaarde God aan Isra‘El zijn liefde (Mal 1:2). Dat was na de terugkeer van Isra‘El uit hun Babylonische ballingschap (5de eeuw voor Chr.). Dat bleek daaruit dat Hij Ja’aqov verkoos uit de twee zonen van Jitschaq (Izak) en niet ’Esaw (Ezau), de eerstgeborene. In het verslag in het Bijbelboek Genesis blijkt die verkiezing echter niet expliciet, maar kan afgeleidt worden uit het feit dat Ja’aqovs leven uitgebreid is beschreven (Gn 25-50; bijna de helft van dat Bijbelboek!) en uit het kort noemen van de boze levenswijze van ’Esaw (Gn 25:34; 26:34; 27:41; 32:6). Ja’aqov wordt al op jonge leeftijd volkomen (tam in het Hebreeuws) genoemd en in contrast zijn broer ’Esaw sterker (‘amats), groter (rav) en een kundig jager (Gn 25:23, 27). God blijkt Zich zelfs tegen ’Esaw gekeerd te hebben (sane‘ – haten; Mal 1:3-4; Rm 9:13; Hb 12:17). Ook dat staat nergens expliciet in Genesis, alleen raakt ’Esaw in het verslag steeds meer op de zijlijn en gaat hij buiten het beloofde Land wonen (Gn 32:3; 36:8). Hij wordt leider van de natie ‘Édom dat vijandig werd tegen Isra‘El, maar van Godswege ophield te bestaan.

Haftarah – Toldot – Geschiedenis van Izak

Haftarah Toldot (Gn 25:19-28:9) gaat over de parallel tussen het minachten van God door Ezau en het latere Isra‘El. Isra‘Els priesters worden in het bijzonder aangesproken. Minachten van God Via de profeet Mal‘achie (Mijn boodschapper)…