Deze week viert de Joodse wereld het Chanoekahfeest, als herdenking van de geslaagde Joodse opstand, zo’n 2200 jaar geleden, tegen het Seleuciden-koninkrijk, de Griekse overheersing die zijn cultuur en leefwijze wilde opleggen aan het Joodse volk.
Tijdens opgravingen in het natuurreservaat Darageh Rivier in de Judeese woestijn, dat uitkijkt over de Dode Zee, werd drie jaar geleden een zeldzame houten kist met een kleine schat van 15 zilveren munten uit de tijd van Antiochus IV ontdekt. Ze waren gedateerd in de jaren voor de Makkabese opstand. De kist was ongeveer 2200 jaar geleden verstopt in de Muraba’at-grot in het natuurreservaat en werd ontdekt tijdens de reddingsopgraving, die daar in maart-mei 2022 werd uitgevoerd in het kader van het Judean Desert Excavation and Survey Project, een project van de Israëlische Oudheidkundige Dienst (IAA) en het Archeologische Bureau van het militaire bestuur van Judea en Samaria.
Ondertiteling uitschakelen, de video is al ondertiteld
Onder de vele vondsten werd de unieke, gedraaide houten kist ontdekt in een spleet in de grot. Toen het deksel werd verwijderd, bleek het bovenste deel van de kist gevuld te zijn met aangestampte aarde en kleine steentjes. Onder deze laag aarde werd een paarse wollen doek gevonden, die de 15 zilveren munten bedekte die met stukjes schapenwol in het onderste deel van de kist waren gerangschikt.
De munten, die in het metaallaboratorium van de IAA werden schoongemaakt, vormden een homogene groep zilveren tetradrachmen, geslagen door Ptolemeus VI, koning van Egypte. Deze regeerde over Egypte in dezelfde periode dat zijn oom Antiochus IV Epiphanes (“de Wrede”) regeerde over het Seleucidische Rijk, waartoe Judea behoorde. De drie vroegste munten in de schat werden geslagen in 176/5 v.Chr. en de laatste munt dateert uit 171/0 v.Chr. De naam ‘Shalmai’ in Aramees schrift werd secundair gegraveerd aangetroffen op een van de munten.
Op basis van de datering van de laatste munt in de schat, het jaar 170 v.Chr., moet de schat zijn verborgen in het begin van de Makkabese opstand en de oorlog die tegen Antiochus IV Epiphanes werd verklaard, vanwege zijn decreten tegen de Joodse religie, of wegens de gebeurtenissen die tot de opstand hadden geleid.
Volgens Dr. Eitan Klein, die de munten heeft bestudeerd, ‘is het interessant om je een beeld te vormen van de persoon die naar de grot vluchtte en hier zijn persoonlijke bezittingen verstopte met de bedoeling ze later op te halen. De persoon is waarschijnlijk omgekomen in de gevechten en is niet teruggekeerd om zijn bezittingen op te halen, die bijna 2200 jaar hebben liggen wachten tot wij ze hebben teruggevonden. Dit is een absoluut unieke vondst, die het eerste duidelijke archeologische bewijs levert dat de grotten in de Judese woestijn een actieve rol hebben gespeeld als toneel van de activiteiten van de Joodse rebellen of de vluchtelingen in de begindagen van de Makkabese opstand, of de gebeurtenissen die daartoe hebben geleid.’
Volgens dr. Klein beschrijven de boeken van de Makkabeeën de dramatische gebeurtenissen van die tijd, die ertoe hebben geleid dat mensen hun bezittingen in de Judese woestijn verstopten totdat het gevaar geweken was. Een verklaring zou kunnen zijn de plundering van de schatten van de tempel in Jeruzalem door Antiochus IV en de verwoesting van de stadsmuur van Jeruzalem in de jaren, gebeurtenissen die hebben geleid tot de Hasmonese opstand.
Een andere verklaring kunnen de religieuze decreten zijn, die in 167 v.Chr. aan de Joden werden opgelegd. Het Eerste Boek van de Makkabeeën vermeldt, dat groepen Joden naar schuilplaatsen in de woestijn vluchtten vanwege de decreten die aan de Joden werden opgelegd: “Toen gingen velen die gerechtigheid en rechtvaardigheid zochten naar de woestijn om daar te wonen: zij, hun zonen, hun vrouwen en hun vee, omdat het kwaad hen zwaar drukte. En het werd gemeld aan de koninklijke ambtenaren en aan de troepen in Jeruzalem, in de stad van David, dat mannen die het bevel van de koning hadden verworpen, naar de schuilplaatsen in de woestijn waren gevlucht. Velen achtervolgden hen en haalden hen in; zij sloegen hun kamp tegenover hen op en maakten zich op voor de strijd tegen hen op de sabbatdag (…) en zij stierven, met hun vrouwen en kinderen en vee, ongeveer duizend personen.” (I Makkabeeën 2:29–37).
Bronnen: De video; UWI. Zie ook Hebreeuwse les over Chanoekah.


Wees de eerste die reageert op "Archeologie: Muntenschat bewijst Makkabese Opstand"