We maken vandaag even een uitstapje van Sichem naar het Altaar van Jozua op de berg Ebal. In Deuteronomium 27:4-25 beschrijft Moses de ceremonie die op de bergen Ebal en Gerezim moet worden uitgevoerd bij binnentrekken van het land, en de bouw van een altaar op de Ebal.
Het altaar van Jozua is niet zo groot, ongeveer 10 x 10 meter, en niet zo hoog. Het is nu opgegraven, maar was oorspronkelijk overdekt met stenen en niet herkenbaar als een altaar. In de jaren 1980 deed een professor van de universiteit van Haifa onderzoek in de heuvels van Samaria, die na de Zesdaagse Oorlog in 1967 toegankelijk waren. Hij vond dit een geschikte plek voor zijn doctoraalstudie, en begon met opgravingen, die zeven jaar duurden.
In het begin wist hij niet wat hij vond. Het was een vreemd bouwsel, dat niet leek op iets anders in of buiten Israël. Aan de hand van de datering van potscherven en aangetroffen botten wist hij, dat het dateerde uit de tijd van Jozua, maar kon niet duiden wat het was. Hij vroeg een paar mannen om raad, en een van hen, een orthodoxe rabbijn, ging naar huis en kwam terug naar Adam Zeral met het antwoord: Ik denk dat dit het is. Het komt precies overeen met het plan in de Misjna van het altaar van de tempel. Dit is een altaar!’
Wel, als dit een altaar is, en dit is de berg Ebal, dan moeten we lezen wat de Bijbel ons er over vertelt: ‘Toen bouwde Jozua een altaar voor de HEERE, de God van Israël, op de berg Ebal, zoals Mozes, de dienaar van de HEERE, aan de Israëlieten geboden had, overeenkomstig wat in het wetboek van Mozes geschreven staat: een altaar van hele stenen die men niet met een ijzeren (voorwerp) bewerkt had. Daarop brachten zij brandoffers aan de HEERE. Ook brachten zij dankoffers.’ (Jozua 8:30-31) De opdracht voor dit altaar staat vermeld in Deuteronomium 27:4.
Kijk naar de stenen: geen enkele is behakt, er zijn geen ijzeren gereedschappen gebruikt, en er zijn brandoffers en vrede-offers aan de HEER gebracht. Jozua schreef daar op stenen een afschrift van de Wet van Moses.
Wanneer je naar het altaar kijkt, dan zie je eerst een helling omhoog. Volgens wat in de Misjna staat, en ook in Exodus 20:25-26, mag je bij de bouw van een altaar geen trap gebruiken maar een helling, opdat de priesters zich niet blootgeven.
Links en rechts van deze helling vonden zijn een grote hoeveelheid verbrande botten, allemaal van kosjere dieren. Wat kan dit dus anders zijn dan het altaar van Jozua!
In de video wordt de plaats controversieel en mysterieus genoemd. Waarom? Het is toch duidelijk het altaar dat Jozua heeft gebouwd. Maar velen zijn het daar niet mee eens. De meeste archeologen zullen u zeggen: ‘Nee, dit kan het altaar niet zijn dat Jozua heeft gebouwd’. Waarom niet? Omdat zij niet geloven dat Jozua heeft bestaan, dat hij hier ooit is geweest. Zijn verhaal zou vele jaren later zijn opgeschreven, want in Jozua’s dagen schreef men niet.
Een andere probleem is, dat het een unieke vindplaats is. Er is niets waarmee je het kunt vergelijken. Wanneer je meerdere altaren vindt, kun je zeggen: we hebben allerlei altaren, we kennen allerlei soorten. Maar hier bestaat er maar een van, je kunt het niet met andere vergelijken. Maar dit is precies zoals het is beschreven in de Bijbel: men bouwde een maal op een plaats een altaar toen men het land binnentrok, en daarna niet meer, omdat (later) het altaar in Jerusalem zou komen, niet hier.
Helaas kun je als toerist niet even het altaar gaan bekijken, daarvoor heb je een begeleiding van de IDF op dit Palestijnse gebied nodig.
Lees ook: Palestijnen tonen geen respect voor Jozua’s altaar (2021),
Het altaar van Jozua op de berg Ebal (2023).


Wees de eerste die reageert op "Archeologie: Sichem (4) Het Altaar van Jozua op de Ebal"