Parasja Va’era: God zal regeren vanuit Jeruzalem

Karen en Yair Strijker maakten in 2013 alijah naar Israël.
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone
Print Friendly, PDF & Email

Parasja Va’era, ‘en ik verscheen’, Torahlezing: 6:2-9:35. Profetenlezing: Ezechiël 28:24-29:21 en Openbaringen 16:1-21. 

De naam van de Parasja komt van het werkwoord ra’ah ראה, zien, kijken, meemaken. Voordat we verdergaan met deze Parasja moeten we iets rechtzetten van de uitleg van de vorige Parasja, namelijk in Genesis 49:7 vervloekte Jacob niet zijn zonen Shim’on en Levi, maar vervloekte hij hun toorn. Met dank aan de oplettende lezer die dit zag en aan ons meldde.

Era ארא betekent ik verschijn, verscheen en zal verschijnen. Het is diepzinnig om bij het lezen van het Hebreeuws te zien in welke werkwoordwijze het staat geschreven, ditmaal in de onvoltooide wijs. Hij zal dus ook opnieuw verschijnen. Zo lezen we ook in het begin van Genesis dat Adonai zegt: “Er geschiedde licht” en kunnen we dat ook lezen als: en Adonai zal zeggen: “Er geschiedde licht,” iedere dag doet Hij dat opnieuw, Hij is de levende Eeuwige Aanwezige.

Hashem

Ook zegt Hij tegen Moshe bij het begin van deze Parasja: ‘Abraham, Izak en Jacob waren niet bekend met Mijn Naam JHWH יהוה ‘. Aan Moshe noemt God Zijn Naam JHWH en niet meer Elohim. JHWH betekent: gebeuren, geschieden, aanwezig zijn. Zo wil Hij vanaf nu genoemd en herdacht worden (zie ook Hosea 12:6).

Zeven plagen worden behandeld in de Parasja en zeven plagen worden behandeld in Openbaringen. Wat betreft de plagen in Egypte: deze hebben te maken met de draak die in de rivier woont en waarmee de pharao wordt aangeduid. Hij was als zo’n draak of zo zag hij zichzelf, als een god. Moshe moest zijn staf op de grond gooien en deze verandert terstond in een slang. God zei hem de staart te pakken en daarmee veranderde de draak weer in een stok. Dit is zinnebeeldig bedoeld: de pharao is in Gods handen gereduceerd tot niets meer dan een nietszeggende stok die niets kan.

Ezechiël en Exodus dienen goed met elkaar bestudeerd te worden omdat het elkaar overlapt; God legt uit in Ezechiël waarom Hij begint met de plagen die met de Nijl te maken hebben. In het Joodse denken staat de rivier (overigens in Ezechiël in het meervoud bedoeld door God: rivieren) gelijk aan hoe de pharao over zichzelf dacht: als een godheid. De rivieren werden in Egypte gezien als goden omdat ze de bron waren van de enorme rijkdom van de Egyptenaren en de pharao zag zichzelf als een draak/krokodil die de scepter zwaait over de rivier, als een god der goden. Elk jaar trad de Nijl buiten haar oevers en liet vruchtbaar land achter. Geen wonder dat God het water het eerst aanpakte met plagen. Elke plaag stelt een Egyptische afgod buiten werking.

Kanalen

Overigens hadden de Egyptenaren talloze kanalen gegraven vanaf de Nijl, misschien was het eerste kanaal nog wel door Jozef gegraven. We weten dat Jozef in ieder geval een kanaal groef om de hongersnood voor te zijn en om water op te slaan. Of hij de eerste was die met dat idee kwam weten we niet, maar we weten wel dat er een kanaal bestaat aan de grens van het land Gosen dat ook heden ten dage nog het Jozefkanaal wordt genoemd.

Na elke van deze eerstgenoemde zeven plagen verzwaarde- kabhed כבד is zwaar, verstokt- de pharao zijn hart, werd hij meer en meer verstokt. Had God dat al heel goed gezien door de stok van Moshe te gebruiken, meer en meer werd de pharao als een stok, die star Gods waarschuwingen weerstond, maar die zich ook niet meer vrij kon bewegen zoals hij zelf wilde.

Lees in Openbaring de zeven plagen die niet alleen voor Egypte gelden, maar voor alle mensen die God afwijzen. Ook daar verandert water in bloed, krijgen we te maken met kikvorsen en hebben we te maken met water dat droog valt. Ook Openbaringen en Ezechiël dienen goed met elkaar bestudeerd te worden omdat God in Ezechiël 24 tot 26 het volk Israël apart zet, zoals ze ook apart waren gezet in het land Gosen.

Dus geen opname, geen geheime terugkomst van de Messias om een stel gelovigen mee de hemel in te nemen, maar wel een aliah, een opgang naar Jeruzalem en de belofte dat God dit nu nog kleine landje apartzet om haar inwoners te sparen. God komt op aarde om vanuit Jeruzalem te regeren. 

Yair en Karen Strijker van Studiehuis Reshiet maakten november 2013 met hun kinderen Ruth en Shmuel alija naar Israël. Na een roerige tijd in Sde Tsvi, hemelsbreed 16 kilometer van Gazastad, verhuisden ze januari 2015 naar Na’ale in Samaria, waar ze volgens de profetie van Jeremia 31:6 de volken oproepen naar Jeruzalem te komen om ‘te leren van onze God’. 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "Parasja Va’era: God zal regeren vanuit Jeruzalem"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*