Sjabbats­lezingen: Breng je zorgen bij de Heer

Torahrol Wat doe je wanneer je dorstig bij een oase komt, en het water is bitter, ondrink­baar? Klagen en mop­pe­ren, of tot God bidden om een oplos­sing? Het volk moest leren op God te vertrouwen voor uitredding, en Hij gaf die.

Wat doe je wanneer je dorstig bij een oase komt, en het water is bitter, ondrink­baar? Klagen en mop­pe­ren, of tot God bidden om een oplos­sing? Het volk moest leren op God te vertrouwen voor uitredding, en Hij gaf die.

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Beshalach (Toen hij wegzond) zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 13:17 – 17:16,
✡ Profetenlezing: Rechters 4:4 – 5:31,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Openbaring 19:1 – 20:6.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Hierna liet Mozes Israël vanaf de Schelf­zee opbreken en zij vertrok­ken naar de woestijn Sur. Drie dagen gingen zij door de woestijn en vonden geen water. Toen kwamen zij bij Mara. Zij konden echter het water uit Mara niet drinken, want het was bitter. Daarom gaf men het de naam Mara.
Toen morde het volk tegen Mozes, en zei: Wat moeten wij nu drinken? Hij riep tot de HEERE, en de HEERE wees hem een stuk hout. Dat wierp hij in het water. Toen werd het water zoet.
Daar heeft Hij het volk een verordening en een bepaling gegeven, en daar heeft Hij het op de proef gesteld. Hij zei: Als u aandachtig luistert naar de stem van de HEERE, uw God, en doet wat juist is in Zijn ogen, als u Zijn geboden gehoor­zaamt en al Zijn veror­de­nin­gen in acht neemt, dan zal Ik geen enkele van de ziekten over u brengen die Ik over Egypte gebracht heb, want Ik ben de HEERE, uw Heel­meester.

Toen kwamen zij bij Elim. Daar waren twaalf water­bron­nen en zeven­tig palm­bomen. Zij sloegen daar hun kamp op aan het water.
Exodus 15:22-27 (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Toen Elisa weer in Gilgal kwam, was er honger in het land, en de leerling-profeten zaten voor hem. Hij zei tegen zijn knecht: Zet de grote pot op (het vuur) en kook soep voor de leerling-profeten. Een (van hen) ging naar het veld om groenten te plukken. Hij vond een wilde slinger­plant en plukte daarvan wilde kolo­kwin­ten, zijn kleed vol. Hij kwam (terug) en sneed ze in stukken in de soep­pot, hoewel zij niet wisten (wat het was).
Daarna schepte men voor de mannen op om te eten. Het gebeurde nu, toen zij van die soep aten, dat ze het uit­schreeuw­den en zeiden: Man Gods, de dood is in de pot! Zij konden het niet eten. Maar hij zei: Breng dan meel. En hij wierp het in de pot en zei: Schep het voor de mensen op om te eten. Toen was er niets verkeerds (meer) in de pot.

2 Koningen 4:38-44 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In een brief aan de Korinthiërs vertelt Paulus, door welke beproevingen hij is gegaan – en God heeft hem uit deze alle gered:
Van de Joden heb ik vijfmaal de veertig min één (zweep­slagen) ontvan­gen. Drie­maal ben ik met de roede gegeseld, eenmaal ben ik geste­nigd, drie­maal heb ik schip­breuk geleden, een (heel) etmaal heb ik in volle zee door­ge­bracht. Op reis (was ik) vaak in gevaar door rivie­ren, in gevaar door rovers, in gevaar van de kant van volks­ge­no­ten, in gevaar van de kant van heide­nen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woes­tijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders, in inspan­ning en moeite, vaak in nachten zonder slaap, in honger en dorst, vaak in vasten, in koude en naaktheid. Afgezien van wat van buitenaf komt, over­valt mij dage­lijks de zorg voor alle gemeen­ten.
2 Korinthe 11:24-28 (HSV)

Breng je zorgen bij de Heer
Drie dagen lang trokken de Israëlieten al door de woestijn, met al hun vee, en dan raakt het water op. Er zit geen druppel meer in hun veldfles. Dat waren ze niet gewend in Egypte, waar de Nijl altijd zoet water in over­vloed levert.
Nog geen week daarvoor hadden ze het wonder gezien van de Schelfzee die droog viel voor hun voeten, en waarin daarna het Egyptische leger verdronk. Enthou­siast hadden ze meegezongen: ‘Ik zal zingen voor de HEERE want Hij is hoog verheven, het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen’.
En toen kwamen zij bij Mara, een oase met een bron. Heerlijk water? Nee, niet echt, het smaakte bitter. ‘Mara’, bitter, zo heette die oase, en bitter reageerden zij richting Moses. De dorst en de hete woestijn had hen prik­kel­baar en verbit­terd gemaakt. De moed zakte hen in de sandalen. Zij hadden nog niet geleerd, te vertrou­wen dat Gods nabijheid op de reis hen vol­doende bescher­ming en voedsel kan bieden. Ze hadden nog de menta­li­teit van slaven: hard werken, en voor je eerste levens­be­hoef­ten wordt gezorgd. Ze klaag­den en mopper­den tegen Moses: ‘Wat moeten wij nu drinken?’
Moses ging met hun klacht naar de Heer. Hij had leren bidden, niet alleen in nood, maar altijd. Hij betrok God bij alles in zijn leven. God was voor hem niet alleen maar een hulp in moeilijke tijden.
En God antwoordde: ‘De HEERE wees hem een stuk hout. Dat wierp hij in het water. Toen werd het water zoet’. Zo eenvou­dig! Zouden er, als we wat eerder tot God roepen, niet veel pro­ble­men een­vou­dig een op­los­s­ing vinden? Maar dan moet onze levens­in­stel­ling geheel veran­de­ren! Dan moeten we leren God als onze Koning te erkennen, van de vroege morgen tot de late avond. En God wil ons dat leren. Daarom heeft Hij ons zijn Woord gegeven, opdat we daaraan zouden gehoor­za­men.

‘Een stuk hout’, zo staat er in onze vertaling. ‘Een boom’, staat er in het Hebreeuws. Wat bete­kent ‘een boom’? Rabbi Ari Enkin zegt: De wijzen leren ons dat de boom de Torah is, want er staat geschreven over Gods onder­wij­zing ‘Zij is een boom des levens voor wie haar vast­grij­pen’ (Spreuken 3:18a). En een christen heeft deze zeker­heid: ‘Het woord van het kruis is voor hen die verlo­ren gaan wel dwaas­heid, maar voor ons die behou­den worden, is het een kracht van God’ (1 Korinthe 1:18).

Vrees niet, o mijn volk, zelfs niet in de woestijn,
de waat’ren van Mara, hoe bitter ze ook zijn.
Zij worden verzoet, door het hout van Mijn kruis,
vrees niet, o Mijn volk, want Ik draag u naar Huis.

De Heer stelde het volk ook op de proef, opdat het zou leren Hem te gehoor­za­men en vertrou­wen. Hij gaf hen veror­de­nin­gen en beloofde: Wanneer u die in acht neemt, dan zal Ik geen enkele van de ziekten over u brengen die Ik over Egypte gebracht heb, want Ik ben de HEERE, uw Heel­meester.

Daarna verbleven de Israëlieten bij Elim, waar twaalf water­bronnen en zeven­tig palm­bomen waren. Dat zijn bekende getal­len in de Bijbel. Getal­len die wijzen op de zeven­tig volken, vermeld in de volken­lijst, op de twaalf aposte­len, die Jezus uitzond om de wereld te berei­ken met zijn evan­ge­lie van het Konink­rijk, en op de twaalf stammen van Israël, die tot zegen moeten zijn voor de wereld. En dat zijn zij ook: tal van uitvin­din­gen en ont­dek­kin­gen zijn gedaan door Joden, en boven­dien gaven zij ons de Bijbel, waarin we God leren kennen, en hun grootste Zoon, Jezus, de Messias.

Breng je zorgen bij de Heer
Dan hoef ik dus niets te doen? Dan ben ik dus ontslagen van mijn eigen verantwoordelijkheid? Nee, zeker niet. Moses kreeg de opdracht om te handelen: werp een stuk hout in het water. En hij gehoorzaamde. Dus toch maar een noodpakket levensmiddelen in huis halen in deze spannende tijd.

Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt. Maar zoek eerst het Konink­rijk van God en Zijn gerech­tig­heid, en al deze dingen zullen u erbij gege­ven worden. Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zich­zelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. (Matteüs 6:32b-34)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Door een opgeheven hand geleid, Exodus 13-14,
Zij zullen weten dat Ik de Here ben, Exodus 14,
De Heer is een strijder, Exodus 14,
Zingen van Gods verlossingen, Exodus 15,
Gedenk wat Amalek u gedaan heeft, Exodus 17.

Met dank aan Bijbels dagboek Niet alleen van brood.

Wees de eerste die reageert op "Sjabbats­lezingen: Breng je zorgen bij de Heer"

Geef een reactie