Parasha Emor: Spreek tot het volk Israël

Karen en Yair Strijker maakten in 2013 alijah naar Israël.
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

De Parasha is deze week Emor אמור ,zeg! We lezen Leviticus 21:1-24:23. Uit de Haftara lezen we Ezechiël 44:15-31 en uit het Nieuwe Testament lezen we Lukas 14:12-24.

Een grappig Joods raadseltje is hier van toepassing: wat is de achternaam van Mozes/Moshe? Antwoord: Lemor לאמר. God zegt namelijk heel vaak in deze hoofdstukken tegen Moshe: “Zeg, lemor, לאמר.” Zo staat er dan achter elkaar geschreven: Moshe Lemor, לאמר משה waarbij het lijkt alsof dat zijn naam plus achternaam is.

Het belangrijkste uit de Parasha deze week is de instelling van de Hoogtijden des Heren met daarin de kerntekst: “Deze zijn de gezette Hoogtijden, mo‘adim מועד׳ם des Aanwezige, vastgezette tijden die JHWH heilige samenroepingen noemt: “mo’adim, welke gij uitroepen zult op hun gezette tijd.” God is er hier heel duidelijk over Wiens Feesten we vieren, of beter gezegd, welke Hoogtijdagen we vieren, het zijn Zijn eigen Hoogtijden.

Het zijn geen Joodse, maar het zijn Gods hoogtijden, daar laat Hij in dit vers geen enkele twijfel over bestaan. Eén van de grootste misstanden uit de geschiedenis is al voorspeld in Daniel 7:25, waar staat dat er een macht zal opstaan die erop uit zal zijn om tijden en wet te veranderen. Dit is ook gebeurd: de shabat is naar de zondag verzet omdat men dat in de tijd van de eerste christenen zo handig kon combineren met het aanbidden van de zonnegod en de andere Hoogtijden des Heren zijn ook aangepast ten tijde van de opkomst van Rome, uit antisemitische overwegingen… Gods Hoogtijden zijn hierbij ‘afgekort’ tot ‘Joodse Feesten.’

In de Haftara spreekt God over de gebruiken van de priesters die in de nieuwe Tempel zullen gaan dienen, een mooi gegeven is dat God wil dat de priesters hun haar behoorlijk laten knippen, niet kaalscheren dus, maar zeker ook geen lange lokken laten zitten. De hoek van de baard zal men niet afscheren. In christelijke kringen wordt doorgaans gedacht dat Jehoshua lang haar had, echter, men had alleen als man lang haar als men onder de gelofte van de Nazireeër leefde, dan knipte men zijn haar niet af en dan dronk men absoluut geen wijn, denk maar aan Simson, zijn kracht zat hem niet in het haar, maar in de gelofte die hij had bij God.

Jehoshua dronk wel wijn en stond dus niet onder de gelofte van de nazireeër, maar omdat Hij uit Nazareth kwam, vergist men zich algemeen waarschijnlijk daarmee. Paulus zegt later dat het voor een man een schande is in die tijd om lang haar te dragen (1 Kor. 11:14) dus kunnen we ervan uitgaan dat Jehoshua zich behoorlijk had laten knippen, net zoals iedere man in die tijd. Belangrijker echter dan hoe Zijn haar zat, is wat Hij te zeggen heeft in Lukas: ‘Als de genodigden niet komen opdagen, dwing dan iedereen om binnen te gaan in het Koninkrijk, iedereen is genodigd op Mijn Hoogtijdagen want het moet vol worden.’ Wel, daar geven we heel graag gehoor aan! Shabat shalom!

Yair en Karen Strijker van Studiehuis Reshiet maakten november 2013 met hun kinderen Ruth en Shmuel alija naar Israël. Na een roerige tijd in Sde Tsvi, hemelsbreed 16 kilometer van Gazastad, verhuisden ze januari 2015 naar Na’ale in Samaria, waar ze volgens de profetie van Jeremia 31:6 de volken oproepen naar Jeruzalem te komen om ‘te leren van onze God’. 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "Parasha Emor: Spreek tot het volk Israël"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*