De anti-Joodse ziekte van de ziel

Print Friendly, PDF & Email

Wat kunnen we doen tegen het eeuwige antisemitisme? Geïnspireerd door Etty Hillesum zoekt Ronny Naftaniel ‘genezing’ van wat Hillesum een ziekte van de ziel noemde.

Ze was veelbelovend, Joods, en werd 76 jaar geleden in Auschwitz vergast. Etty Hillesum. Onderduiken wees ze af, ze verkoos het lot van haar volk te delen. Hoe kon zij zelfs onder de meest extreme omstandigheden zichzelf blijven? In haar dagboek schreef ze op 20 juni 1942: “Om te vernederen zijn er twee nodig. Die vernedert en diegene die men wil vernederen en vooral die zich laat vernederen. Ontbreekt de laatste, dus is de passieve partij immuun voor iedere vernedering, dan verdampen die vernederingen in de lucht. Wat overblijft zijn alleen lastige maatregelen, die in het dagelijkse leven ingrijpen, maar geen vernederingen of verdrukkingen die de ziel beklemmen. Men moet de Joden daartoe opvoeden…..”

Haat op basis van hun afkomst, geloof of ­levensovertuiging is het laagste wat er bestaat. Ongeacht wat mensen doen of zeggen, worden ze beoordeeld op wat jij denkt dat ze doen of zeggen. Louter omdat ze tot een bepaalde bevolkingsgroep behoren. Alle vormen van racisme zijn verwerpelijk, ze berusten op diep genestelde, hardnekkige vooroordelen in onze samenleving. Die verdwenen niet na de Shoah. Mijn eigen moeder kreeg op een zomerdag in 1945 een lift. Ze zat net in een vrachtwagen, toen de chauffeur haar aankeek. “Je ziet er zo Joods uit, ben je dat ook?” “Ja”, zei mijn moeder. “Je ziet ze”, zei de chauffeur, “toch overal weer als paddestoelen uit de grond rijzen.”

Lees hier meer in het dagblad Trouw.

Facebookreacties

Be the first to comment on "De anti-Joodse ziekte van de ziel"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*