Vrijwel heel de christenheid vindt het fatsoenlijk, gepast en juist om getrouwd te zijn. Het zou scheppingsorde zijn. In sommige conservatieve denominaties is het zelfs een cult. Maar is getrouwd zijn ook Bijbels? Een vraag die velen niet eens stellen, omdat ze rotsvast overtuigd zijn dat dit zo is. De levenspraktijk mankeert echter steeds vaker bewijs daarvoor. De meeste huwelijken stranden. Wat staat er over in de Bijbel?
Algemeen aanvaarde Bijbels argumenten voor het huwelijk zijn:
1. Het feit dat God een mannelijk mens schiep en een vrouwelijk mens uit hem bouwde (Gn 1:27; 2:22)
2. De opdracht om talrijk te worden die ‘Adam en Chawwah (Eva) kregen van God in de gan ha’Edén (de omsloten tuin in ’Edén) (1:28)
3. Dat God Zelf het huwelijk zou hebben ingesteld (2:24)
4. Dat een huwelijk een messias kan voortbrengen
5. Dat het Gods volk in stand houdt
Ad.1 God schiep een man en bouwde een vrouw uit hem
Genesis 1 wordt door geleerden gezien als de beschrijving van Gods concept, blauwdruk, ontwerp van de schepping. Genesis 2 als de beschrijving van de werkelijke uitvoering ervan. De beschrijving van het scheppen van de mannelijke en vrouwelijke mens (1:27) wordt dan ook als concept opgevat.
Volgens de traditionele opvatting zou bij de werkelijke uitvoering ‘Adam zelf tot de conclusie zijn gekomen dat iets aan hem ontbrak; een hulp die bij hem paste, net als dieren die hadden (2:20). Die conclusie zou God dan de mogelijkheid hebben gegeven om hem die vrouw – wat Hij al eerder bedacht had – te geven. Dat verklaart dan ook dat de vrouw in werkelijkheid niet gelijktijdig met de man op aarde werd gezet, maar later.
Maar 1:27 kan ook anders worden opgevat. Vergelijk het namelijk maar eens met de Torahbepalingen over de Isra’Elitische koning (Dt 17:14 ev.). Die werden aan Mosjéh gegeven vlak voor de inname van het beloofde Land. Ze laten zien dat God al vooruitdacht over de komst van zo’n koning in de toekomst. Maar toen Isra‘El pas honderden jaren na Mosjéh echt om een koning vroeg was dat negatief/geen zegen en God zei dat ze met die behoefte eigenlijk zeiden dat zij aan Hem als hun Koning niet voldoende hadden (1 Sam 8:6-7).
Evenzo, zou dan gesteld kunnen worden dat God dan wel voorzag dat er naast de mannelijke ook een vrouwelijke mens zou (kunnen) komen (Gn 1:27), maar dat die (veel latere) behoefte van ‘Adam (2:20) negatief/geen zegen was. Waarom?
1. Het lijkt er namelijk op dat ‘Adam aan de dieren die God hem als hulp had gegeven niet genoeg had en zich ook aan die dieren gelijkstelde[1].
2. Het is opmerkelijk dat God niet de moeite nam een nieuw, vrouwelijk mens te scheppen op dezelfde manier als Hij ‘Adam had geschapen. Hij bouwde haar namelijk van een rib die Hij uit ‘Adam wegnam[2]. Zij is dus uit materiaal van ‘Adam geschapen, wat betekent dus voortgekomen uit…en afhankelijk van (1 Kor 11:8-9). Dit wijst al vooruit op iets wat later tot een vloek werd: dat de man over de vrouw zou gaan heersen en zij naar de (positie van de) man zou begeren (Gn 3:16)[3].
3. ‘Adam bestond vanaf dat moment uit minder materiaal dan oorspronkelijk. Het kostte hem iets van zichzelf.
Overigens, de beschrijving in Genesis 2 doet voorkomen dat de gebeurtenissen, van ‘Adam die om een hulp vraagt die bij hem past en God die hem een vrouw geeft, meteen op elkaar volgden. Het is echter veel aannemelijker dat ‘Adam eeuwen lang met God samen leefde op aarde voordat Chawwah erbij kwam. De traditionele Bijbelse tijdsrekening begint echter pas nadat ‘Adam en Chawwah uit de gan ha’Edén werden geworpen[4].
Wat wel van belang is dat God blijkt te hebben ingezien dat ‘Adam op zichzelf onvoldoende was, maar dat hij hulpbehoevend was en een aards maatje nodig had. Hij stelde daartoe de dieren aan hem voor (2:18-19). Aanvankelijk zullen de dieren die behoefte van hulp hebben beantwoord, maar ‘Adam zal gezien hebben dat de dieren zelfgenoegzaam waren, omdat ze paartjes vormden en zich voortplantte (6:19). Dat gaf ‘Adam een diepere behoefte over zijn hulpbehoefte en daardoor werd de vrouwelijke mens door God aan hem gegeven.
Maar deze vrouwelijke mens werd vervolgens helaas zijn ondergang, want ze was minder gehoorzaam aan God dan ‘Adam tot dan toe was geweest. Zij overtrad Gods verbod om van de boom van kennis over goed en kwaad te eten (3:6). Dit lijkt erop te wijzen dat de vrouwelijke mens feitelijk ook ongehoorzaam was aan ‘Adam uit wie ze was voortgekomen. Haar behoefte werd niet volledig beantwoord om ‘Adam tot een hulp te zijn, maar zij zocht wat anders. Iets groters (3:5). Dit laat overduidelijk zien dat de zonde al in de schepping aanwezig was voordat er daadwerkelijk gezondigd werd, in tegenstelling tot de traditionele opvatting volgens welke de zonde pas na die overtreding in de wereld kwam[5].
Zij keek aan ‘Adam voorbij. Zij wilde net als God zijn en wilde haar eigen begeerte bevredigen. Zij nam de plaats van ‘Adam in, want in plaats dat hij haar voorziener was en haar te eten gaf, ze was immers uit en om hem voortgekomen, nam zij het initiatief om hem te eten te geven. Ze keerde de scheppingsorde om die God bedoeld had voor de man en de vrouw. ‘Adam zou op die manier haar hulp worden.
Die houding zien we wat later ook terug als haar eerste kind wordt geboren. Zij roept dan dat ze met de hulp van God een nieuwe man had verkregen (4:1). Ze erkende dus niet dat ‘Adam die nieuwe man bij haar verwekt had. Volgens haar uitroep had ze eigenlijk ‘Adam niet nodig, want God had die nieuwe man door haar voortgebracht. Dat is precies het omgekeerde hoe zijzelf was ontstaan; zij was uit ‘Adam voortgekomen. Alles wijst erop dat er een negatieve spanning van haar met ‘Adam bestond over wie de baas was. Deze spanning blijk dus al voor de overtreding van Chawwah te hebben bestaan.
Die houding, dat de vrouw de plaats van de man over wil nemen (vervangingsdenken[6]), heeft zich voortgezet[7]. God heeft dat kromme naar Zijn Hand gezet, want in de vrouw Maria is van Godswege een Nieuwe Man voortgekomen, zonder directe betrokkenheid van Josef[8]. Maar Die Nieuwe Man, de Here Jezus, heeft overduidelijk het kromme rechtgebogen door klip-en-klaar te verkondigen wat de positie van de vrouw uit Gods optiek is (Mat 15:38; Joh 2:4).
Dat vervangingsdenken met betrekking tot de vrouwelijke mens is een uitermate negatieve en antigoddelijke houding wat verzet tegen de scheppingsorde toont. De Here Jezus heeft zich hier indirect tegen verzet door Torah navolging. Maar bij Zijn wederkomst zal Hij logischerwijs hier harder tegen optreden. Uiteindelijk zal God in de nieuwe schepping die orde weer volledig herstellen.
+++
[1] Alles wijst erop dat ‘Adam gaandeweg het juiste zicht op zijn oorspronkelijk plaats in de wereld volgens Gods orde aan het verliezen was. Dat is deels te wijten aan satans heerschappij over de fysieke wereld.
[2] Er is een opvallend onderscheid. De vrouwelijke mens werd niet geschapen, maar gebouwd uit materiaal van ‘Adam. Opmerkelijk genoeg uit zijn zijkant, wat opgevat kan worden als van zijn zaad of minstens als zijn afgeleide.
[3] Tegenwoordig is er in het westen een ontwikkeling waarin de vrouw de weg wordt geboden zich kunstmatig te ontdoen van de overheersing en begeerte naar de man. Maar dat is een ontkennen van de scheppingsorde, wat de mens altijd leidt tot ellende, verdriet en ondergang.
[4] Een foutieve tijdsrekening die het ook het Judaïsme volgt, maar die eigenlijk ‘meet’ hoe lang de mens al onder de zondemacht is. Een uitermate negatieve tijdsmeting. Het geeft in elke geval niet de werkelijke oudheid vanaf de schepping van de mannelijke mens weer. De schepping zelf – voordat de mannelijke mens werd geschapen – moet in elk geval nog ouder zijn.
[5] Dit is een merkwaardige kromme redenering. De zonde zou volgens deze pas in de wereld zijn gekomen nadat er gezondigd was, maar hoe kan er gezondigd worden als zonde nog niet bestaat?!
[6] Een kerneigenschap van het satanische, tegen Gods orde gerichte bestel; omkering van het goede/juiste in het kwade/kromme.
[7] In het heidendom komt steeds de verering van de godin als moeder voor en ook de aarde wordt als moeder voorgesteld. Zelfs een groot deel van de christenheid volgt dat spoor met de Mariaverering. In sommige kerken staat Maria meer centraal dan God of Zijn Zoon. Ook zijn er Bijbelgelovigen die denken dat de aarde een moeder is en in die gedachtelijn zou dan ‘Adam niet uit God, maar uit een vrouw (Moeder-aarde) zijn voortgekomen (vervangingsdenken).
[8] God maakt dat kromme recht, want Maria wordt minder vaak in de Bijbel genoemd dan Josef en uiteindelijk verdwijnt ze ook in de Bijbel. Ook is Maria’s oorsprong onbekend en is haar naam opmerkelijk genoeg niet Hebreeuws, maar Egyptisch. Feitelijk staat Josef centraal en van hem erfde de Here Jezus diens stamverband (Jehoedah) en diens koninklijke verband (koning Dawied). Dat ook Josef weer snel uit beeld verdwijnt in de Bijbel wijst erop dat de Bijbelboodschap Theocentrisch is. Het draait om Zijn Vader in de hemel.
Ontdek meer van MessiaNieuws
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wees de eerste die reageert op "Getrouwd zijn volgens Bijbelse Godsdienst – deel 1"