Is er een hedendaagse coalitie van Edom? (4)

Anco van Moolenbroek
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone
Print Friendly, PDF & Email

Edom en Amalek worden in Psalm 83 genoemd onder de vijanden van de God en het volk Israël. Deze vijanden hebben een verbond gesloten en beramen aanslagen tegen Gods volk om hen geheel en al van de aardbodem uit te roeien, zelfs de herinnering aan het volk.

In een vorige aflevering hebben we kennis gemaakt met de tien volken. Samen vormen zij de coalitie tegen Israël. We hebben gezien dat in de opsomming van de namen ook een profetie voor de eindtijd verborgen is. Een profetie over de strijd tussen de twee volken op deze aarde. De strijd om het Koninkrijk. De profetie gaat echter verder met verwijzingen naar de strijd in de Richterentijd: Deborah en Gideon.

Het lied van Deborah

Op deze overwinning zingt Debora een veelzeggend loflied. Ik beperk me tot wat noties. Wat is het eerste wat zij zingt? Het is niet over Jabin, of over Sisera, maar van Edom!

HEERE, toen U uittrok uit Seïr,

Toen U voortschreed uit het veld van Edom,

Beefde de aarde, ook droop de hemel,

Ook dropen de wolken van water. (Richt. 5:4)

Volgens de kanttekening van de Statenvertaling haalt Debora hier de geschiedenis op dat JHWH Zijn volk langs de grenzen van de Edomieten leidde, die hun de doorgang weigerde. Maar de joodse geleerde Rashi verwijst naar Deut. 33:2 waar een vergelijkbare tekst te lezen is:

De HEERE is van Sinaï gekomen,

[Als de zon] kwam Hij uit Seïr op.

Hij verscheen blinkend vanaf de Paranbergen,

Hij kwam met tienduizend heiligen,

Aan Zijn rechterhand was een vurige wet voor hen.

Ja, Hij heeft volken lief! (Deut. 33:2-3a)

De relatie is dan, zegt Rashi, dat het schadelijk is om de Tora te verzaken. Het is de moeite waard om de Tora vast te houden en om te eerbiedigen. Vanwege het verzaken van de Tora was Israël in de hand van hun tegenstanders totdat zij besloten om zich weer daarnaar te voegen. Dan druipt een levensverlengende dauw van de hemel!

En bij de tekst in Deuteronomium verklaart Rashi: waarom kwam Hij van Seïr? Omdat God eerst de kinderen van Ezau (die in het land Seïr woonden) de Tora aangeboden heeft, maar zij weigerden deze te accepteren. Paran verwijst naar de woonplaats van de kinderen van Ismaël. Ook zij kregen de Tora aangeboden, maar weigerden. De Tora is dus de reden waarom Debora haar loflied begint met Seïr en Edom. Edom en Ismaël zijn ook de eersten die in Psalm 83 genoemd worden. Ook de profeet Habakuk haalt Deuteronomium 33 aan:

God kwam van Teman, de Heilige van het gebergte Paran. Zijn majesteit bedekte de hemel, de aarde was vol van Zijn lof. Er was een glans als van zonlicht; lichtstralen kwamen uit Zijn hand, daarin ging Zijn macht schuil. (Hab. 3:3-4).

Ook Amalek wordt door Debora aangehaald: uit Efraïm, waarvan de wortel was tegen Amalek. Dit verwijst naar de strijd van Jozua (een Efraïmiet) tegen Amalek. Ook in het vervolg van haar lied spreekt Debora over de gerechtigheid van God. En dat is niet vreemd voor een rechter in Israël!

En is het ook niet verrassend dat Mozes spreekt over tienduizend engelen en Debora over de sterren? Is het niet verrassend dat Mozes spreekt over JHWH die blinkend verschijnt en Debora over het noodweer: aardbeving en stortregens? Dit heeft alles te maken met de vijanden van JHWH en Israël. Zoals ook een andere psalm van Asaf zegt, Psalm 80: U, Die troont tussen de cherubs, verschijn blinkende!

Gideon

Maar waar Psalm 83 over Endor spreekt, lezen we in Richteren daar niet over. Het is ook niet duidelijk bij welke strijd het hoort: die van Debora en Barak of die van Gideon. Aangezien de Psalm vervolgt met de vier vorsten die zeggen de woningen van God voor zichzelf in bezit te nemen, ga ik er vanuit dat Endor te maken heeft met de strijd van Gideon met Midian. Want Endor betekent zoveel als oog/bron van de generaties/bewoning.

Endor is een plaatsje net onder de zee van Galilea, ongeveer zes km van de berg Tabor verwijderd. Hier ging Saul naar de vrouw met de waarzeggende geest woonde om ‘Samuel’ te raadplegen. Gezien de waarzeggende geest sluit ik niet uit dat het noemen van Endor in Psalm 83 ziet op de inwoning of bron van demonische machten.

Gideon

Gideon is het tweede voorbeeld dat Asaf in Psalm 83 aanhaalt. De nadruk valt daar op de vier vorsten van de Midianieten. Zij verdrukten de Israëlieten zodanig dat deze voor zichzelf holen en grotten in de bergen gereed maakten. Ook Amalek en de mensen van het Oosten (Ismaëlieten) trokken met de Midianieten op. Zij kwamen met zovelen dat het wel een zwerm sprinkhanen leek. Zij ‘aten’ het land kaal zodat Israël verarmde. Als het volk tot JHWH roept, roept JHWH Gideon als rechter. God zegt hem dat hij Midian zal verslaan alsof het maar één man is. Uiteindelijk worden Midian en Amalek en de mensen uit het oosten door een legertje van driehonderd man zo in verwarring gebracht dat ze vluchten. Hoe talrijk ook de vijanden, met JHWH aan je zijde ben je altijd in de meerderheid. Geen wonder dat Asaf dit voorbeeld aanhaalt.

De vluchtende vijanden worden door de mannen van Efraïm achtervolgt en verslagen. Twee koningen van Midian worden gedood. Oreb op de rots Oreb en Zeëb in de perskuip van Zeëb. Gideon en zijn mannen achtervolgen twee andere koningen van Midian, Zebah en Zalmuna. Het blijkt dat deze koningen de broers van Gideon, koningszonen, bij de Tabor gedood hebben. Daarop worden zij door Gideon gedood.

Het blijft de vraag waarom Asaf deze twee geschiedenissen aanhaalt. Wat is het gemeenschappelijke? Een paar elementen vallen op. (1) Debora spreekt in haar lofzang over de Engel van JHWH. Diezelfde Engel treedt ook Gideon tegemoet. (2) Bij Debora vinden we een verwijzing naar de sterren, de engelen. Bij Gideon kunnen we in Endor verwijzingen lezen naar demonische machten. (3) Zowel bij Debora als bij Gideon hebben we te maken met een bijzonder ingrijpen van JHWH. Bij de ene noodweer en een bruisende beek, bij de ander brekende kruiken en vurige fakkels van een klein legertje.

Naamverhaal

We kunnen de vraag naar het waarom van deze voorbeelden ook bekijken door het te vergelijken met de gegevens uit de namen van de vijanden. (1) Het viel al op dat in het naamverhaal van de vijanden de volken groepeert in de nakomelingen van Sem (Ismaël, Moab, Hagrieten) en een groep nakomelingen van Cham (Amalek (via zijn moeder), Filistea, Tyrus). Die indeling zien we in spiegelbeeld ook bij Debora (Cham: Kanaänieten) en Gideon (Sem: Midian, Ismaël, Amalek (via zijn vader)). (2) In het verhaal van de vijanden kunnen we een aanwijzing zien dat het volk zich in de eindtijd in veiligheid moet brengen door naar de bergen te vluchten. In de geschiedenis van Gideon wordt melding gemaakt dat het volk zich bij het naderen van de Midianieten in veiligheid bracht in de holen en grotten in de bergen!

Waarom worden er namen en geen volken genoemd, met uitzondering van Midian? Waarom wordt Midian genoemd, terwijl eerst aan het verslaan van de Kanaänieten gerefereerd wordt? Dat maakt het mogelijk om een naamverhaal te maken:

In de twist wordt de slagorde door God gadegeslagen als gedraai, gewemel. Hun bron van bewoning, generaties lang, wordt weggevaagd. De lijken van de vijanden zullen als mest op de aarde liggen, tot voer van raven en de wolf. Zij zijn beroofd van bescherming, als een offer. Ze zijn beroofd van elke schaduw.

Ik zie daarmee veel overeenkomst met Ezechiël 38 en 39. Die overeenkomst zit niet alleen in dit naamverhaal, maar ook de geschiedenissen zelf bevatten elementen die overeenkomen: natuurgeweld, goddelijk ingrijpen, lijken op het land die door de vogelen van de hemel (raven) en de dieren van het veld (wolf) gegeten worden. Vijanden die als een zwerm sprinkhanen het land kaalvreten, maar door God naar de bergen van Israël getrokken worden als een offer.

De profeet Jesaja voorzegt dat JHWH op de dag dat Hij Israël zal verlossen, Hij Assyrië zal treffen, zoals eens Midian is geslagen bij de rots Oreb (Jes. 10:26). En de profeet Joël spreekt over de dag dat de heidenen zullen optrekken naar het dal van Josafat. Daar zal God zitten om hen te oordelen, want de perskuipen lopen over van hun boosheid (Joël 3:12-13). Daarom is Zeëb gedood bij de perskuip van Zeëb. Als Hij uit Edom komt, dan is Hij als Eén die de wijnpers getreden heeft. Zo rood is Zijn kleed (Jes. 63:1, het woord wijnpers is wel een ander woord dan de perskuip).

Zonder twijfel: deze apocalyptische Psalm 83 is zeer knap gecomponeerd.

Anco van Moolenbroek is auteur van het boek “Ezau, hij is Edom”. Hij verzorgt periodiek het Leerhuis op Radio Israël en blogt voor MessiaNieuws.

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "Is er een hedendaagse coalitie van Edom? (4)"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*