Lessen van Elia op de Carmel

Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone
Print Friendly, PDF & Email

Kan een oprecht religieus leven samengaan met onbeperkt aards genieten? Ons geloof mag geen excuus-religie worden!

Door: Rabbijn mr. drs. R. Evers

We lezen in de Thora over het gouden kalf. G’ds toorn was groot. Mozes verbrijzelde de stenen tafelen omdat een afgoden dienend volk de Tien Geboden niet waardig was.

Vertaald naar onze tijd is dit uiterst actueel. Kan een totale gerichtheid op aards succes of financieel gewin – een soort gouden kalf – samengaan met een religieuze levensinvulling? Ik denk van niet. Helaas hinken ook vele religieuzen vaak op twee gedachten. Ongebreideld fysiek plezier verrijkt of verlengt het leven niet. Het veroorzaakt eigenlijk alleen maar degradatie. De religie leert ons dat alles wat teveel is, schadelijk is, behalve Thorastudie en goede daden.

Teveel fysieke lustbevrediging brengt uiteindelijk het omgekeerde van de verwachte vervulling. Maar het vlees is zwak en ook oprecht gelovigen denken zalig te kunnen worden door religiositeit te combineren met een volslagen materiele instelling. Het is overigens niets nieuws. Reeds in de tijd van de profeet Elia hinkte men continu op twee gedachten, de religieuze en de aardse, afgodische.

“Tot hoelang blijft U nog op twee gedachten hinken?”

Kunnen Thora en afgodendienst samengaan?

Het Jodendom gaat er van uit dat het onmogelijk is om tegelijkertijd religieus te leven en promiscue bezig te zijn of afgodische gedachten te koesteren. Het een sluit het ander uit. De Thora eist een vorm van temimoet – hetgeen zuiverheid en geestelijke reinheid betekent.

In I Koningen hoofdstuk 18 lukte het Elia de profeet om het volk tot inkeer te brengen. Het volk was gevallen voor de vruchtbaarheidscultus van die tijd, de Ba’alcultus. Onder koning Achab en koningin Izebel was deze afgodendienst wijd verspreid. Elia stelde koning Achab een soort ‘wedstrijd’ voor om alle Joden los te weken van de afgodendienst door de 450 Ba’alpriesters en de 400 Asjerapriesters bij de berg Carmel te verzamelen en hen uit te dagen.

“Tot hoelang blijft U nog op twee gedachten hinken? Als Hasjeem G’d is, volg Hem dan. Als de Ba’al het is, volg dan hem”. Streng klonken zijn woorden. Elia stond als enige profeet van Hasjeem (G’d), die nog in het openbaar durfde te verschijnen, tegenover 850 afgodische priesters: “Breng ons twee stieren. De Ba’alpriesters mogen als eerste een stier uitkiezen. Laat ze die in stukken snijden en op de brandstapel leggen … U roept de naam van uw god aan en ik roep de naam van Hasjeem aan. Hij die antwoordt met vuur, die is de ware G’d”.

Aan de kant van de Ba’al-priesters bleef het stil. Elia begon hen uit te lachen: “Roep zo hard mogelijk. De Ba’al is toch een god?!”. Elija bouwde het verwoeste altaar van Hasjeem (G’d) weer op, nam 12 stenen naar de twaalf stammen en overgoot het altaar met veel water. Elijahoe bad tot Hasjeem, en werd verhoord. Alle Joden bogen diep neer en zeiden: “Hasjeem hoe Ha’Elokiem.”

Dit bericht verscheen voor het eerst op christenenvoorisrael.nlLees hier meer van Rabbijn mr. drs. R. Evers.

 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

About the Author

MessiaNieuws
MessiaNieuws is een online platform met actualiteiten op joods-christelijk gebied.

Be the first to comment on "Lessen van Elia op de Carmel"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*