Parasja Re’eh: Zou God zijn volk ooit verstoten?

Karen en Yair Strijker maakten in 2013 alijah naar Israël.
Print Friendly, PDF & Email

Parasja ראה re’eh, zie! We lezen Deuteronomium 11:26-16:17, uit de Haftara Jesaja 54:11-55:5 en daarna Johannes 7:37-52.

Er wordt weer veel tegelijk besproken in deze parasja: van zegen en vloek tot de bijbelse feesten. De zegen en de vloek hebben te maken met het wel of niet gehoorzamen van Gods geboden.

Het volk Israël was onder de leiding van Mozes ongehoorzaam geworden. Dat hebben ze geweten: tweeduizend jaar lang zijn ze geschopt en geslagen, verbrand en zelfs vergast… Wanneer we dan Jesaja lezen in deze Haftaralezing, is het ontroerend om te zien hoe God toch nooit Zijn rug heeft toegekeerd naar Zijn volk. Hij belooft hen ondanks alles een eigen Land, en herstelt Zijn volk in onze dagen.

Het is zo mooi om in deze tijd te mogen leven en met eigen ogen te zien hoe God dit doet. Het volk Israël is na twee dagen lijden (de twee dagen van de profeet Hosea 6:2, oftewel tweeduizend jaar!) opgestaan en weer levend geworden als volk; de staat Israël is geboren (Jesaja 66:1 e.v.).

Dat de Feesten Zijn Feesten zijn, staat buiten kijf: Hij noemt de Feesten, de Hoogtijden die het volk moet vieren, waaronder de drie Pelgrimsfeesten Pesach; Shavuoth (Pinksteren) en Sukoth (Loofhuttenfeest). Al deze Feesten verwijzen naar de Messias, Die dan ook roept in Johannes 7 dat wie bij Hem komt drinken, nooit meer dorst zal hebben. Hij roept dit tijdens het waterschepritueel op Sukoth.

Door Sukoth te vieren kunnen we herdenken dat het volk is uitgeleid uit Egypte en dat God zelf heeft gesproken, door Zijn Zoon, dat bij Hem levend water te vinden is waardoor men gelaafd kan worden voor eeuwig. Dat de Schriftgeleerden enorm veel moeite met Hem hebben is begrijpelijk; God zegt Zelf in Deuteronomium 6:4 dat Hij Eén is, dus waar komt die Zoon van Hem dan ineens vandaan?

Maar ja, wij mensen zijn ook allemaal één, gemaakt naar Zijn beeld en gelijkenis en wij kunnen ook zonen en dochters hebben. Jehoshua sprak in Johannes 10:30 “Ik en de Vader zijn Eén.” Een keiharde uitspraak van de Farizeeën wordt uitgesproken in Joh. 7:49 “Maar deze schare, die de wet niet weet, is επαρατοι, vervloekt, verwenst.” Bij nagaan van dit venijnige woord vinden we het nergens terug in de Septuagint (de Tenach naar het Grieks vertaald), noch wordt het verder gebruikt in het Nieuwe Testament. Het komt welbeschouwd maar één keer voor in de Bijbel.

Toch gek… Het woord voor vloek dat God in Deuteronomium gebruikt is het woord q’lalah קללה wat is afgeleid van het werkwoord qalal קלל en dat betekent: licht van gewicht, onbeduidend zijn. Pas in de versterkte vorm (de pi’elvorm) betekent dit woord vervloeken. In een andere vorm kan het betekenen: minachten, verachten. Wat gebeurt er dan door zo’n vervloeking: het volk wordt onbeduidend en goed genoeg om geminacht, veracht, vertrapt en vervolgd te worden, wat ook precies is gebeurd in de geschiedenis…

Maar God zij dank dat Hij toch weer Zijn volk opraapt en het nooit in de steek laat, zoals Hij het Zelf ook zegt in Hosea 11:8-9a: “Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm, u overleveren, o Israël? Hoe zou Ik u maken als Adamah, u stellen als Zeboim? Mijn hart is in Mij omgekeerd, Mijn berouw is tezamen ontstoken. Ik zal de hittigheid Mijns toorns niet uitvoeren; Ik zal niet wederkeren om Efraïm te verderven want Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u.” Duidelijker kan Hij het niet zeggen: Hij laat Zijn volk nooit of te nimmer vallen!

Yair en Karen Strijker van Studiehuis Reshiet maakten november 2013 met hun kinderen Ruth en Shmuel alija naar Israël. Na een roerige tijd in Sde Tsvi, hemelsbreed 16 kilometer van Gazastad, verhuisden ze januari 2015 naar Na’ale in Samaria, waar ze volgens de profetie van Jeremia 31:6 de volken oproepen naar Jeruzalem te komen om ‘te leren van onze God’.

Facebookreacties

1 Comment on "Parasja Re’eh: Zou God zijn volk ooit verstoten?"

  1. Wat mooi dat onze Almachtige schepper van hemel en aarde, geprezen zij Zijn Naam, Zijn volk niet laat vallen, maar opgezocht heeft, en zal opzoeken, hen en ons ten beste.
    We zien uit om dit weer met loofhutten feest te mogen vieren.
    Hij zij u en ons genadig.
    sjaloom

Leave a comment

Your email address will not be published.


*