Rabbijnen – Inleiding – deel 3

De hedendaagse Joodse godsdienst wordt gedomineerd door rabbijnen. Maar dat is niet gebaseerd op de Bijbel. God bepaalde namelijk dat kohaniem (Isra‘Elitisch priesters) de leiding zouden hebben. Hoe namen de rabbijnen die leiding over, waar kwamen ze vandaan, wat leren ze en is hun dominante positie houdbaar?

In de eerste twee delen van de inleiding op deze serie is gekeken naar de achtergrond en de ontwikkeling van het rabbinale Jodendom (Judaïsme). De ontstaansgeschiedenis en de verschillende generaties rabbijnen is beschreven zoals dat tegenwoordig wordt gezien. Maar wat leren de rabbijnen eigenlijk?

Kenmerken Judaïsme
De rabbijnse Traditie van het Judaïsme, zoals die tegenwoordig bestaat, karakteriseert zich op een eigen manier. Enkele opmerkelijke karakteristieken[1] zijn (zonder een rangvolgorde):

• Mondelinge en Schriftelijke Torah
Er zijn door God gedicteerde en geïnspireerde woorden die respectievelijk een hoger en lager goddelijk ‘gewicht’ hebben. In het Jodendom staat het onderricht (Torah) van Mosjéh (Mozes) centraal. De rabbijnen classificeren dat als gedicteerd[2] woord van God. Dit zou mondeling aan Mosjéh zijn doorgegeven, waarvan hijzelf maar een gedeelte zou hebben opgeschreven[3].

Naast de vijf (Choemasj) boeken van Mosjéh worden de overige Bijbelboeken van het OT als geïnspireerd beschouwd[4]. De Mondelinge Torah (MT) – dat deel dat God aan Mosjéh dicteerde, maar dat hij niet zou hebben opgeschreven in de Choemasj – is echter grotendeels een mengeling van Bijbelse en buiten-Bijbelse (heidense) leringen, zoals filosofische beschouwingen, Joods godsdienstige bepalingen, levens- en volkswijsheden (sprookjes) en speculaties bekend vanaf de 2de eeuw BCE. Dat die inhoud van Mosjéh afkomstig zou zijn is niet evident. Maar zeker niet dat deel van de MT dat bepaald is door Isra‘Els verstrooiing (galoet) die vanaf de eerste eeuw CE begon. Toch heeft in het Judaïsme de MT veel meer betekenis dan de Tenach (OT). De Tenach wordt terug geïnterpreteerd vanuit de MT, terwijl andersom was te verwachten.

• Afname van Gods openbaring
De rabbijnen gaan ervan uit dat hoe verder de generaties afstaan van de Verbondssluiting bij Chorev (Horeb), des te meer zij verwijderd raken van deze unieke goddelijke openbaring. Die veronderstelling van Gods ‘verduistering’ blijkt uit de stelregel dat na de profeet Mal‘achie (Maleachi) God geen andere profeten meer naar Isra‘El zou hebben gezonden[5].

• Mensvisie
De rabbijnen hebben een heel positieve mensvisie[6]. De mens zou een vrije keus hebben tussen de twee ingevingen (jetser ra‘ (kwade ingeving) en jetser tov (goede ingeving)). De jetser ra’ wordt in verband gebracht met satan[7] en de jetser tov met Gods engelen. De twee ingevingen zou God gebruiken om de gelovige te toetsen[8]. Uiteindelijk zou de Godvrezende Jood altijd kunnen uitkomen bij de jetser tov.

• Tiqoen Olam
Dit is de inspirerende gedachte dat het Isra‘Els opdracht is de vervallen schepping[9] te helen. Tiqoen Olam[10] (herstel van de schepping) maakt onderdeel uit van het grote raamwerk van de zogenoemde Kabbalistiek (de leer van de 10 sefirot). In principe moet tiqoen altijd gebaseerd zijn op de overlevering van Mosjéh. Gaat dat niet, dan wordt eigen interpretatie toegepast (de-rabbanan) op basis van de orthodoxe Traditie[11].

• Legalisme
In de rabbinale traditie staat zelfrechtvaardiging centraal. Het gaat erom in het leven voldoende mitswot[12] te vervullen om toegang tot en loon in de komende wereld te verkrijgen.

• Omheinen van Schriftelijke Torah
Rabbijnen achten de Schriftelijke Torah (ST) zeker goddelijker dan de MT, maar daarom stellen ze dat een hek (de MT) om de ST zou moeten worden gebouwd. Zo zouden gelovigen de ST niet kunnen overtreden[13].

• Exclusivisme
Volgens de rabbijnen is het volk Isra‘El besloten. Alleen een Joodse vrouw zou nageslacht kunnen toevoegen aan dit volk[14]. Met grote uitzondering, bijvoorbeeld door een huwelijk, zouden niet-Joden kunnen toetreden tot Isra‘El. Toch zou toetreden officieel worden afgeraden, omdat het voor hen geen toegevoegde waarde zou hebben. Toch is de godsdienst van Isra‘El uitdrukkelijk niet besloten, maar wel gesegregeerd. Niet-Joden zouden er toegang toe hebben door middel van de zogenoemde Noachidische bepalen[15].

• Synagoge
Deze instelling is al heel oud, maar de precieze oorsprong en ontwikkeling ervan is onduidelijk. Volgens sommigen[16] is de synagoge een soort Tempel in het klein. Maar dat stelt de synagoge onjuist volledig in verband met de Tempel. Feit is dat de synagoge door vernietiging van de Tempel een dominante rol heeft gekregen.

Oorspronkelijk[17] was de synagoge de bejt knesset (lokale vergaderplaats) van een lokale geloofsgemeenschap. Daar kwamen dagelijks de (mannelijke) leden van de geloofsgemeenschap en hun leiders bij elkaar om zaken te bespreken. Maar de bejt knesset was vooral bedoeld voor de wekelijkse en jaarlijkse feest- en gedenkdagen; de lokale plaats om God te vereren. Elke plaats had sinds de Inname van het beloofde Land een lokale kohen (Isra‘Elitisch priester). Toch moest het godsdienstige leven vooral binnen de familiekring en het persoonlijke leven (hartsbesnijdenis) een plaats krijgen.

+++
[1] Hier worden meerderheidsstandpunten beschreven. Meningen van individuele rabbijnen kunnen verschillen.
[2] Ondanks dat er ook eigen torot van Mosjéh en anderen, zoals van Jitro, de schoonvader van Mosjéh, in staan.
[3] Deze bewering is de ‘ingang’ die de rabbijnen hebben geforceerd als fundering van hun vernieuwing van het Jodendom. Het is typisch aan on-Bijbelse leringen om zulke ‘ingangen’ te maken alsof de Bijbel niet voldoende of ‘corrupt’ zou zijn, maar er behoefte of noodzaak zou zijn om er iets aan toe te voegen of weg te nemen. Ondanks de waarschuwingen (Dt 4:2; Opb 22:18-19).
[4] Iets soortgelijks stelt de christenheid, die het Nieuwe Testament als meer goddelijk of minstens belangrijker dan het OT beschouwd. Binnen het NT worden de Evangeliën als het meest goddelijke woord gezien en de overige geschriften als geïnspireerd. Daarnaast heeft de christenheid nog eigen Mondelinge Leer vastgesteld, zoals christelijke dogma’s en de Catechismus, die nogal eens goddelijker wordt beschouwd dan de Bijbel.
[5] Schijnbaar gesteld om de legitimiteit van de Here Jezus als profeet te ontkrachten, maar het sluit ook de deur voor de Profeet Die Mosjéh zou opvolgen; de Messias (Dt 18:15-19). In de christenheid bestaat dezelfde regel en ook nog eens dat na de dood van de 12 apostelen God geen nieuwe apostelen zou hebben aangesteld. Deze regels wijzen erop dat diens opstellers hebben vastgesteld dat hun de Heilige Geest ontbreekt.
[6] Net zoals de liberale en progressieve christenheid. Dit maakt het aantrekkelijk en geeft ruimte voor religieus pragmatisme. Helaas is de Bijbel somber over de mens (Ps 143:2; Pred 7:20).
[7] Satan en zijn demonen zouden in dienst staan van God. De satan zou de engel zijn die verantwoordelijk zou zijn voor de dood. Ook de christenheid hangt deze gevaarlijke dwaling aan.
[8] Er zou dus geen kwaad buiten God om bestaan en al helemaal niet gepersonificeerd in satan en zijn demonen. Ook de christenheid hangt deze gevaarlijke dwaling aan.
[9] Rabbijnen gaan er terecht vanuit dat de schepping al voor de schepping van de mens schade heeft opgelopen. De christenheid erkent alleen de schade van de veronderstelde ‘erfzonde’ van de mens, dus zo gesteld kwam de zonde alleen door de mens in de wereld. Die zou de Here Jezus hebben verzoend.
[10] Tiqoen uit zich bijvoorbeeld in het herinterpreteren van de Tenach door het aan te vullen (verbeteren en toevoegen) met hetzelfde of groter gezag dan de Tenach.
[11] Deze Traditie gaat er onder meer vanuit dat mensen de Tenach niet zouden kunnen begrijpen en ook dat het Hebreeuws (veronderstelde goddelijke taal) niet kan worden begrepen (agnostisch).
[12] Vooral afgemeten op basis van halachah (mondelinge Torah).
[13] Dit lijkt een vroom uitgangspunt, maar volgens de Here Jezus (Mt 23:23) komen gelovigen door die omheining (deze kreeg in Zijn tijd al vorm) niet toe aan het navolgen van Gods Torah (de Bijbel), waartoe ze juist geroepen zijn. Ze blijven ‘steken’ in het navolgen van menselijke bepalingen (Mt 15:9). Dat maakt Judaïsme in principe een on-Bijbelse godsdienst.
[14] Een recente rabbinale bepaling ingegeven door de galoet, maar in de Bijbel kan alleen een Joodse man nageslacht toevoegen aan Isra‘El.
[15] De Noachidische bepalingen, verzonnen door de rabbijnen, zijn maar deels op de Bijbel gebaseerd. De Verbondsbepalingen van Noach zijn onderdeel van de voorwaarden van opvolgende Verbonden Gods, maar met de komst van Avraham heeft God de Noachidische Verbondsperiode afgesloten. Het laatste heeft dus geen rechtsgeldigheid meer.
[16] Dat stellen vooral niet-orthodoxe (liberale en progressieve) Joden in een poging de huidige galoet weg te redeneren. Er is dan dus geen behoefte meer aan de herbouw van een centrale Tempel in Jeruzalem.
[17] Vanaf de Sjoftiem (Richterentijd).

Wees de eerste die reageert op "Rabbijnen – Inleiding – deel 3"

Geef een reactie