Rosh HaShanah vanuit traditioneel Joods perspectief

Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone
Print Friendly, PDF & Email

Op de eerste dag van de maand Tishri verlaat God, zo zegt het de traditie, zijn genadetroon en zet Hij zich op zijn rechterstoel. De klanken van de shofar roepen het volk op tot het tonen van berouw, en God uit eigen vrije wil te vragen om hun koning te zijn en hun zonden te vergeven.

Er is een prachtig melancholisch lied van Astar Shamir dat door zangeres Gali Atari heel populair is geworden. Het lied wordt ingeleid met de woorden ‘het jaar begint half september met een toename van toorn en woede, stormachtige winden woeden, de winter doodt en oogst’. Hoewel dit lied in een heel andere context werd geschreven, verwijst het naar Rosh HaShanah en geeft het de stemming van deze feestdag weer.

Op deze dag in september, de eerste dag van de maand Tishri, verlaat God volgens de overlevering zijn genadetroon en neemt hij plaats op zijn rechterstoel. Dit beeld is afkomstig uit Psalm 47:6 en 9, waar geschreven staat: ‘God vaart op onder gejuich, de HEERE vaart op onder bazuingeschal. God regeert over de heiden­volken; God zit op Zijn heilige troon’. Er wordt gezegd dat vanaf Nieuwjaarsdag tot Yom Kippoer (10 Tishri) God het volk Israël beoordeelt. Daarom zijn veel Joden er aan gehecht, in deze tien dagen speciale gebeden van berouw uit te spreken, die Slichot (vergiffenis, boete) worden genoemd.

De Bijbel zelf zegt hier niets over. Alleen de eerste dag van de zevende maand wordt benadrukt als een speciale dag, waar het geluid te horen is van de Shofar, die in de Bijbel vaak hoorn of trompet wordt genoemd.
Er bestaat geen verklaring voor deze dag, wat opnieuw om een verklaring vraagt. In het Jodendom is het algemeen bekend, zelfs vanzelfsprekend, dat de Bijbel op zich in het beste geval onverklaarbaar is. Uitgaande van de veronderstelling, dat de Torah vanuit de hemel in de handen van het Israëlitische volk is gegeven (want er staat: ‘Want dit gebod, dat ik u heden gebied, is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg. Het is niet in de hemel…’ Deuteronomium 30:11), was het voor de wijzen van Israël om de informatie in te vullen die in de Bijbel is weggelaten. De ontbrekende informatie ontbreekt niet echt. Het komt misschien niet voor in de heilige teksten, maar het is wel terug te vinden in de heilige mondelinge tradities van Israël.

Met dit in het achterhoofd, leidt de gedachte dat Israël de betekenis van de Dag van het Bazuingeschal (Numeri 29:1) moet uitwerken, er ook toe dat het de verant­woor­delijk­heid is van Israël om erop te reageren. Boete­doening, het hoofdthema van deze dag, is dus niet Gods initiatief, maar dat van Israël. Dit is een heel ander concept dan Pesach, waar God de volledige verant­woor­delijk­heid neemt voor de redding van Israël, die altijd het gevolg is van boetedoening.

Hier wordt ook de betekenis van de Shofar zichtbaar, die in de Bijbel te vinden is en duidelijk laat zien, dat de koningen van Israël pas als zodanig werden erkend na het geluid van de Shofar tijdens de kroningsceremonie. Dit geluid deed de mensen beven, van vreugde, van angst of van beide.
Toen David zijn vertrouwelingen opriep om Salomo tot koning te kronen, gaf hij Zadok de priester en Nathan de profeet de opdracht om hem tot koning over Israël te zalven, en wel bij de klank van de Shofar en de roep ‘Leve koning Salomo’. Uit deze gebeurtenissen leidden de Joden af, dat het de klank van Shofar was die Israël ertoe bracht om God tot zijn Koning uit te roepen toen God neerdaalde om Mozes de Wet te geven.

De jaarlijkse kroning van God als Koning over Israël met het geluid van Shofar op Rosh HaShanah is daarom een vrijwillige daad van het volk van Israël, in tegenstelling tot de gebeurtenis op de berg Sinaï, waar goddelijke ingrijpen Israël geen andere keuze liet dan God als zijn Koning te aanvaarden. Dit verandert op zijn beurt Gods houding ten opzichte van mensen die berouw tonen, die Hem uit hun eigen vrije wil vragen om hun koning te zijn en hun zonden te vergeven.
Daarom noemen de Joodse gelovigen ook steeds weer de 13 eigenschappen van God, hoewel men Hem op zijn rechterstoel ziet zitten, alsof ze Hem willen herinneren aan wie hij werkelijk is. Deze kwaliteiten zijn: (1) HEERE (2) HEERE (3) God (4) barmhartig (5) en genadig (6) geduldig (7) en rijk aan goedertierenheid (8) en trouw (9) Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, (10) Die ongerechtigheid vergeeft (11) en overtreding (12) en zonde, (13) maar die [de schuldige] niet voor onschuldig houdt [of: de schuldigen vrijspreekt]. (Exodus 34:6-7 HSV, volgens de Hebreeuwse tekst en de verdeling van Maimonides).

Tenslotte was de Dag van het Bazuingeschal altijd de ‘burgerlijke’ nieuwjaarsdag. Pesach daarentegen blijft het ‘religieuze’ Nieuwjaar, om dezelfde reden dat het de taak van Israël was om de betekenis van deze feestdagen te achterhalen. Pesach is Gods werk. De eerste dag van de maand Tishri, de eerste maand van de Joodse kalender, is volgens de Joodse traditie de dag waarop Adam werd geschapen en hij kreeg de vrijheid om te kiezen tussen goed en kwaad. Het is ook aan ons op Rosh HaShanah om opnieuw te kiezen tussen goed en kwaad, en zo op nieuwjaarsdag tot een nieuwe schepping te worden.

Massaal gebed op het plein voor de Westelijke Muur, op de vooravond van Rosh HaShanah.

– – – – –

Bronvermelding
Datum:         30-09-2019
Auteur:         Tsvi Sadan
Beeld:           Yonatan Sindel/Flash 90
Website:       http://www.israeltoday.nl

– – – – –

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

About the Author

MessiaNieuws
MessiaNieuws is een online platform met actualiteiten op joods-christelijk gebied.

Be the first to comment on "Rosh HaShanah vanuit traditioneel Joods perspectief"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*