Leven in een seculiere, heidense wereld is voor leerlingen van de Here Jezus niet eenvoudig. Het begint al met inkopen van voedsel. Het meeste van wat te koop wordt aangeboden is ongeschikt voor hen. Maar niet alles. Er is ook best veel wel geschikt. Wat zijn de meest algemene en eenvoudige richtlijnen?[1]
“Niets, dat van buiten de mens in hem komt, kan hem onrein maken, maar hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat is het, wat hem onrein maakt.” Markus 7:15
“Al wat in de vleeshal te koop is, moogt gij eten, zonder navraag te doen uit gewetensbezwaar, want de aarde en haar volheid is des Heren.” 1 Corinthiërs 10:25-26
Puur op basis van deze twee Bijbelteksten[2] zullen sommigen de vraag boven dit artikel meteen terzijde leggen. Maar de Bijbel bestaat niet uit allerlei onsamenhangende teksten die gebruikt kunnen worden om een stelling te bewijzen. Bijbelteksten hebben alleen betekenis in verband met het geheel van de Bijbel, maar het vormt een geheel en dat geldt zeker voor het geschrift waaruit een Bijbeltekst is genomen[3].
Dit blijk ook als beide bovenstaande teksten in de context waarin ze voorkomen en, belangrijker nog, in de context van de Torah worden geplaatst. Dan moet namelijk geconcludeerd worden dat deze teksten op zichzelf strijdig zijn met Gods wil en een tegen-Bijbelse boodschap verkondigen. Dat toont dat losse Bijbelverzen amper de Bijbelboodschap vertegenwoordigen en los gebruik van zulke verzen is onverantwoord en gevaarlijk. Ze leiden tot afval van Gods Weg[4].
Bijbelteksten getoetst
De bovenstaande Bijbelteksten beschouwd in de context blijken wat anders te betekenen dan wat ze op zichzelf beschouwd lijken te beweren[5].
De tekst uit Markus betekent namelijk niets anders dan dat het spirituele voor een gelovige zwaarder weegt dan het fysieke. Iets wat ook al herhaaldelijk is genoemd in de Tenach (Oude Testament; Lev 26:41; Ps 73:1; Rom 2:28-29).
De tekst uit Corinthiërs staat in het verlengde ervan, maar staat feitelijk in de context van afgoden en offers daaraan. In die heidense wereld was de vleeshal de plaats om aan vlees te komen. Dit vlees was meestal geofferd aan een Grieks/Romeinse afgod. Paulus noemt niet welk vlees uit de vleeshal gegeten mag worden. In de Griekse/Romeinse religie werden vaak dieren geofferd die in Bijbelse zin rein zijn[6]. Paulus geeft aan dat het inkopen van vlees geen belemmering zou moeten zijn voor niet-Joodse talmiediem (een talmied is een leerling van de Here Jezus (Joods of niet) die naar de Bijbelse godsdienst leeft/Torah navolgt). Hij wilde ze niet meteen alle Bijbelse bepalingen opleggen[7].
Dat hijzelf die bepalingen wel navolgde en dat niet-Joodse talmiediem die uiteindelijk ook moeten gaan navolgen staat in de Bijbel. Alleen was de benodigde organisatie daarvoor in de overwegend uit niet-Joden bestaande geloofsgemeenschap toen nog niet ingericht[8].
Paulus wilde de niet-Joodse talmiediem niet doorverwijzen naar de Joodse gemeenschap ter plaatse met hun eigen slachthuizen/slagers, want dan zou de kans ontstaan dat daarover grote ophef zou ontstaan. Hij komt hier dus met een tijdelijke oplossing voor een probleem voor de niet-Joodse talmiediem[9].
Geloofsvertrouwen versus scheppingsrealiteit
Maar ondanks het weerleggen van uit verband gehaalde Bijbelteksten zijn er nogal wat gelovigen die prat gaan op hun grote geloof. Zij maken zich daarom niet druk maken over de corruptie van de schepping en de specifieke Bijbelse voedselbepalingen. Voor zulken is het goed onderstaande tegenargumenten te overwegen:
1. Paulus stelt in 1 Corinthiërs 8:13: “…indien wat ik eet, mijn broeder aanstoot geeft, wil ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, om mijn broeder geen aanstoot te geven.” Hoe kan Paulus suggereren vlees van heidenen te eten? Natuurlijk doet hij dat nooit! Hij schrijft dit vanuit de positie van niet-Joodse talmiediem en raadt hen zo met elkaar om te gaan. In het verlengde ligt ook zijn verlangen dat de niet-Joodse talmiediem steeds meer Torahnavolgers zouden worden. Uiteindelijk zou ook deze tijdelijke oplossing die hij hier als richtlijn geeft overbodig worden. Namelijk, wanneer ook alle niet-Joodse talmiediem in de geloofsgemeenschap gaan eten volgens de Torah.
2. Bijbels geloofsvertrouwen wordt logischerwijs[10] bepaald door Torah[11]. Dat ontkennen is Gods woord verwerpen. In die Torah staan bepalingen over ‘ongeschikt’[12] voedsel, dat als aanzet dient voor de generaties die na die eenmalige schriftelijke openbaring leven[13].
3. In Bijbelse zin wordt bewust zichzelf verontreinigen als zonde beoordeeld (Lev 5:2-3), wat vereffening vereist (vergeving van God verkrijgen). Verontreiniging/onreinheid staat geloofsgroei in de weg.
Het leven van een talmied is dan wel in Gods Hand, maar Hij ziet ons ook aan en rekent op onze verantwoordelijk voor en meewerken aan Gods wil.
Onreinheid versus wijding aan God
Het lijkt alsof de geschriften van het Beriet Chadasjah (Nieuwe Testament) een andere leer beschrijven, dan die van de Tenach (Oude Testament). Althans zo wordt het in de christenheid geleerd. Helaas kan dat niet waar zijn, want God kan niet tegen Zichzelf ingaan en de Here Jezus kan al helemaal niet tegen Zijn Vader ingaan.
De Bijbelse bepalingen over wijding aan God en de dingen die dat kunnen ontkrachten is een belangrijk onderdeel van de Torah. Een van de basiszaken die voor wijding aan God nodig zijn is reinheid (zich ontdoen en mijden van verontreiniging) en vervolgens heiliging (zich dusdanig richten op hoofdzaken en mijden van bijzaken van de eredienst).
Torahbepalingen
Dit artikel is bedoeld talmiediem (Joods of niet) te helpen en waarschuwen bij het inkopen van voedsel in de reguliere winkels. De hieronder genoemde handreiking heeft niets te maken met gezond voedsel, zoals sommigen beweren. Het woord ‘gezondheid’ komt niet eens voor in de Bijbel[14]. Deze handreiking wijst de richting, maar is niet bedoeld om volledig en afdoende te zijn. Ook veranderen de hier genoemde zaken steeds. In geval van twijfel kan de kasjroetlijst van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) worden geraadpleegd.
Hierbij de belangrijkste voedselsoorten:
Groente/fruit
Vooral die groente en fruit met een hardere schil krijgen vaak een waslaag voor de houdbaarheid en om ze er mooier uit te laten zien. Die waslaag wordt soms gemaakt van de uitscheiding van de lakluis of van bijenwas. Beiden insecten zijn in Bijbelse zin onrein. Het wordt aangeraden groente en fruit dus altijd voldoende te wassen en/of verhitten.
Brood
Het meeste brood wordt tegenwoordig gebakken in troggen die zijn ingesmeerd met varkensvet. Veel emulgatoren in brood die uitdroging en elasticiteit eraan geven zijn gemaakt van varkensvet.
Ook zit er in brood soms L-cysteïne (E920) om het beter kneedbaar te maken. Dit wordt gewonnen uit haren. Soms van varkens, maar soms ook van mensen. Omdat E920 verdwijnt tijdens het bakproces is er geen verplichting dit te vermelden op het etiket.
Verder komt het voor dat er melkbestanddelen in het brood verwerkt zitten, wat het eten van vlees als broodbeleg ongeschikt maakt. Een oplossing kan zijn biologisch of veganistisch brood te kiezen of het zelf te bakken.
Vlees/broodbeleg
Op de eerste plaats is vlees[15] van alle roof- en lastdieren ongeschikt voor voedsel, maar ook alle dieren die zich voeden met bedorven of kadaver voedsel. In de winkels betreft het vlees van:
• Varken (het meeste en goedkoopste vlees dat te koop is)
• Paarden (nogal eens verwerkt in snacks, zoals frikandellen)
• Wild (everzwijn (varkenssoort) en konijn). Een hert is wel geschikt.
• Struisvogel (biefstuk)
• Alle insecten[16], behalve als ze wel voldoen aan de Bijbelse bepalingen, zoals de sprinkhaan.
Meest ongeschikt is bloedworst. Verontrustend is de recente ontwikkeling van het verwerken vleeseiwit in bijvoorbeeld gehakt, hamburgers of worsten. Dit eiwit wordt gehaald uit bloed van dieren, wat het ongeschikt maakt[17]. Vaak ook nog eens varkensbloed.
Let ook op de vermenging van ongeschikte dieren met geschikte, bijvoorbeeld rundersaucijzen of runderrookworst met een varkensdarm. Ook is het vet dat op vlees zit ongeschikt.
Kaas/zuivel
Melk en dus ook kaas van reine dieren (in Bijbelse zin) is geen probleem, maar ongeschikt is paarden- of kamelenmelk.
Volgens de Bijbelse bepaling is het ongeschikt om rein vlees samen met melkproducten te nuttigen. Kijk daarom uit met sausen bij het vlees, als daarin melk of melkhoudende producten zitten verwerkt als bindmiddel, smaakversterker of vochtvasthouders. Maar er zijn er nogal wat vleesproducten waarin kaas verwerkt is. Bijvoorbeeld in pizza’s of in worst.
Ook bevatten sommigen soepen met rein vlees ook melk of kaas. Pas ook op met goedkoop grillvlees of kipfilet, waaraan melkeiwit is toegevoegd om het gewicht te verhogen. In het paneermiddel over vleesproducten zit ook nogal eens melk of melkbestanddelen.
Vis en seafood
Hier geldt de algemene Bijbelse bepaling, maar let ook op dezelfde regels als bij vleesproducten. Ongeschikt zijn zeedieren die zich voeden met bedorven of kadaver voedsel. Dus al het seafood.
Ongeschikt is dus:
• Mosselen
• Garnalen
• Roofvissen (tenzij ze voldoen aan de Bijbelse bepalingen, zoals de tonijn en de zalm), zoals de haai (haaienvinnensoep)
• Kreeften en kreeftsoorten
• Paling
• Inktvis
Soms wordt ook meel gemaakt van seafood en verwerkt in voedselproducten. Kroepoek is bijvoorbeeld gemaakt van garnalen en dus ongeschikt.
In het Judaïsme bestaat discussie of reine vissoorten tot vlees behoren, wat bepaalt of dat het samen met melkproducten kan worden gegeten. Het laatste wordt door het grootste deel van het Judaïsme toegestaan. Zij schrijven geen wachttijd voor, zoals na het consumeren van melk voorafgaande aan vlees eten of andersom.
Maar omdat vogels en vissen op dezelfde dag zijn geschapen (Gen 1:20) ligt het voor de hand om vis ook als vlees op te vatten. Dan zou dezelfde wachttijd gelden voordat melkproducten weer geschikt zijn om te nuttigen. Joodse Kasjroet is dus niet volledig betrouwbaar in de zin van Bijbelse godsdienst[18].
Eieren
Dezelfde bepaling voor vlees (en vis) geldt ook voor eieren/eitjes. Alleen reine dieren zijn geschikt.
Let wel op bloedkontjes in een rein ei.
E-nummers
De volgende belangrijke voorbeelden van e-nummers kunnen helpen om de ongeschikte materialen die gebruikt zijn om een voedselproduct te maken vast te stellen.
• E120 – Karmijn
Dit is een rode kleurstof dat is gemaakt van bloed van luizen. Kan een kleurstof zijn in frisdranken, gebak of snoep.
• E422 – Glycerine (bevochtigingsmiddel)
Soms is vet gebruikt van onreine dieren, zoals het varken.
• E441 – Gelatine
Dit zit vaak in snoep, gebak en toetjes en is vaak gemaakt van varkensbotten.
• E470-E483 – Emulgatoren (vetzuren)
Soms is hiervoor vet gebruikt van onreine dieren, zoals het varken.
• E542 – Beenderfosfaat
Soms zijn hiervoor beenderen gebruikt van onreine dieren, zoals het varken. Beenderen is sowieso ongeschikt voor consumptie in Bijbelse zin, net zoals het eten van de huid. Dierenhuid wordt verwerkt in voedsel en heet collageen dat geen e-nummer heeft.
• E904 – Glansstof
Dit is de waslaag op sommige soorten fruit/groente[19] die hiervoor is beschreven. Biologische groente en fruiten zullen meer kans maken op insecten, omdat minder of geen pesticiden zijn gebruikt. Insecten zijn ongeschikt om te eten.
Deze e-nummers zijn bepaald door de Europese Unie voor toegestane producten. Het laat zien dat de EU talmiediem niet in bescherming neemt, maar kiest voor het faciliteren van het bedrijfsleven. Wat de EU toestaat en veilig verklaart blijkt soms zeer ongeschikt voor talmiediem.
Probleem met de e-nummers is dat fabrikanten doorhebben dat kritische consumenten erop letten[20] en daarom verdwijnen ze die steeds meer op de verpakking en vervangen die door nietszeggende en ingewikkelde omschrijvingen. Dat mag van de EU.
Oplossingen
Oplossing voor bovenstaande kan zijn te letten op de vermelding ‘Plantaardig’ of dat het label Vegan (V-logo) op de verpakking staat. Op sommige verpakkingen staat ook een Kasjer (Kosher) certificering, zoals b.v. op producten van Heinz. Kasjer (Kosher) certificeringen hebben helaas wel de eigenschap dat ze nog wel eens veranderen[21][22]. Hiervoor is ook al aangegeven dat het Judaïsme niet altijd overeenstemt of zelfs strijdig is met de Bijbelse godsdienst.
Een radicale oplossing is het ongeschikte voedsel niet meer te eten (Dan 1:16). Dan zijn de vele problemen in Bijbelse zin in verband daarmee omzeilt. Het is dan wel verstandig om alternatieven te vinden voor het binnenkrijgen van de specifieke stoffen die mensen nodig hebben, zoals ijzer. Het eten van dadels kan zo’n alternatief zijn.
+++
[1] Dit artikel is bedoeld als voorbeeld hoe Bijbelse godsdienst, waarover bij MessiaNieuws onlangs eerdere artikelen zijn gepubliceerd, in de praktijk toegepast kan worden.
[2] In de Nederlandse vertaling van 1951.
[3] Dit is een van de vele regels voor verantwoord Bijbeluitleg (Hermeneutiek).
[4] Toch is zo’n Bijbelgebruik populair, vooral in de evangelische beweging.
[5] Maar sommigen gaan verder en denken dat de tekst uit Markus geen uitspraak van de Here Jezus kan zijn, maar later in Zijn Mond is gelegd. Daarvoor is in dit geval geen bewijs, want de woorden komen in alle bekende manuscripten voor die op verschillende, ver uit elkaar gelegen plekken zijn geschreven en dat overstijgt het argument van de lokale Bijbelkopiist.
[6] Ze waren echter bij de slacht niet aan God opgedragen en ook niet geslacht volgens de Bijbelse bepalingen.
[7] Hoewel in Bijbelse zin op afgoderij de doodstraf staat.
[8] Door het afdwalen van de Weg van God door de christenheid is dat zelfs tot op vandaag nog steeds niet ingericht.
[9] Door het aanhoudende gebrek aan een goede inrichting voor het tegemoetkomen aan de Bijbelse voedselbepaling voor talmiediem blijkt deze tijdelijke oplossing als 2000 jaar van nut. Maar dit verklaart wel het manco aan Gods zegen.
[10] Er is geen ander kader door God geopenbaard en menselijke definities over geloofsvertrouwen, hoe mooi, gebalanceerd en genuanceerd ook geformuleerd, zijn zijpaden van de ene, door God gewezen Weg van Zijn woord.
[11] In tegenstelling tot de christenheid, waarin geloof(svertrouwen) wordt bepaald door menselijke geschriften, zoals een catechismus of een ander buiten-Bijbels geschriften. Daarin staan valse leringen, zoals dat de Torah zou zijn afgeschaft.
[12] Dit woord is opzettelijk gekozen om woorden zoals verboden of ongeoorloofd te vermijden. Talmiediem kunnen namelijk in situaties belanden dat ze niet weten wat verboden of ongeoorloofd is of niets anders kunnen dan dit te eten om te overleven. Elke talmied moet zelf (leren) kiezen welk gewicht de doorslag geeft voor diens eredienst aan God.
[13] Er blijft dus een voortdurend waakzaam zijn. Dit artikel staat in dat kader.
[14] De Bijbel is volkomen op de verering en dienen van God, de Vader, gericht en daardoor niet zozeer op het welzijn van de mens. Maar God heeft er natuurlijk alle baat bij als het Zijn volk wel gaat, vandaar dat Hij hen zegent afhankelijk van hun geloofsvertrouwen en Torahgetrouwheid.
[15] In dit artikel wordt geen aandacht besteed aan de slachtbepalingen van de Torah. Die vereisen dat een dier net voorafgaande aan de slacht wordt opgedragen aan God, dat het bloed en het vet van het vlees wordt verwijderd, net zoals bepaalde delen van het dier, waaronder de heupspier van de achterpoten (Gn 32:32).
[16] Tegenwoordig zitten in koekjes of gebak soms meelwormen (ongeschikt) verwerkt.
[17] Ook bloed van reine dieren.
[18] Nog minder is dat van toepassing op Halal-certificering, omdat de islam veel beperktere en minder grondige voedsel- en drankenbepalingen heeft.
[19] In dit artikel wordt niet uitgeweid op het punt van ‘orlah’ (d.i. dat groente- en fruitteelt in Bijbelse zin volgens bepalingen moet worden geoogst, waar niet-Torahnavolgende telers nauwelijks rekening mee houden).
[20] Er hangen camera’s in winkels.
[21] Dit komt omdat voedsel- en drankenproducten steeds zoeken naar alternatieve grondstoffen, hulp- en vulstoffen. De rabbijnen lopen vaak achter de feiten aan (worden meestal niet gewaarschuwd), maar moeten na constatering soms de geoorloofdheid van een product intrekken. Zie de website van NIK voor regelmatige wijzigingen.
[22] Zo stond jarenlang ‘ORT’ (Onder rabbinaal toezicht) op de matzes van Hollandia, maar dat is inmiddels niet meer zo.


Beste Ab,
Bedankt voor je reactie.
Wat de bronvermelding betreft: wat hier staat is mijn bescheiden mening. Heb het inderdaad niet of nauwelijks zo gelezen. Er valt dus geen bron te vermelding. Maar de strekking van deze mening is zeker niet nieuw en wordt al eeuwenlang herhaald, maar steeds afgewezen.
Kan me voorstellen dat een andere minderheidsmening voor traditionalisten altijd meteen onwaar is. Maar ik lees in de Bijbel ook dat de Here Jezus herhaaldelijk bewees dat tradities soms vals en zelfs ongeestelijk zijn en voortkomen uit dwaling. Alleen wie durft daar wat aan te doen zonder tegengesproken en vervolgt te worden?
Dat het Judaïsme nogal niet overeenstemt met de Bijbel blijkt alleen al uit het feit dat het een alternatieve religie is om te overleven in een heidense wereld zonder de Tempel. Het moet dus wel afwijken van de oorspronkelijk Bijbelse godsdienst dat immers het Heiligdom veronderstelt.
Een voorbeeld dat rabbijnen afwijken van de Bijbel is dat ze de Torah van Mosjéh indelen in een deel dat uit te leggen zou zijn en een deel niet. Bijvoorbeeld op het punt van het strikt scheiden van melk en vlees bij het eten. De rabbijnen weten niet waarom dit bevel is gegeven, maar leven er maar gewoon naar. Leerlingen van de Here Jezus die Gods Geest hebben ontvangen weten echter wel wat de reden is van die strikte scheiding. Zij leven immers in het Nieuwe Verbond met God (“…binnen de poorten van Isra’El…”) en door Zijn Geest ontvangen zij inzichten die onbekend zijn in het Judaïsme.
Verder is het natuurlijk zo dat van Godswege een ‘bedekking’ is over het Judaïsme. M.a.w. zij kunnen het niet eens weten. Ook al zouden wij het hun bekend maken, kunnen en willen ze het niet aannemen. Het Nieuwe Verbond heeft definitief en wagenwijd de deur opgezet naar de volken. Dat is inderdaad iets nieuws dan wat de Tenach leert. Wat rabbijnen sindsdien hebben beweerd over Torah is minder relevant sinds zij en het Joodse volk als collectief buiten het Nieuwe Verbond, maar nog onder het Verbond met Mosjéh, staan. Hun intrede is aanstaande, maar kan alleen door God worden bewerkt.
Dat bepaalde dieren (en planten) niet onrein zouden zijn is een regelrechte ontkenning dat de schepping onder corrumpering ligt. Iets wat toch overduidelijk wordt aangetoond door het scheppen van het volk Isra’El om daarbinnen het centrale Heiligdom van God op te richten (lees: afstand nemen van de omringende onreine wereld). Op de altaren Gods mocht alleen geofferd worden wat God van planten en dieren als rein had bepaald. Niets onreins mocht er geofferd worden.
Het is bijzonder te lezen dat u zelf het argument noemt waarom niet-Joodse leerlingen van de Here Jezus ook de hele Torah zullen moeten gaan navolgen – “…, de rest zou men wekelijks van ”Mozes” leren.” (Hand. 15:21) -, maar op de een of andere manier brengt u het ene (de voorlopige Torahbepalingen (Hand. 15:20)) niet in verband met het andere. Net zoals de christenheid dat al 2000 jaar dat weigert.
Niet-Joden zijn alleen tijdelijk vrijgesteld van Torahbepalingen, maar niet blijvend. Het is de opdracht van alle Bijbel-gelovigen, maar ook voor niet-Joden, om er werk van te maken zich in Torahnavolgen te bekwamen. Feitelijk een samenvatting van het evangelie van de Here Jezus en de leer van de Bijbel. Maar helaas volgt de christenheid een ander, eigen evangelie. Dat van een kerk.
Groet, Marco van Putten
Ooit rond 2016 ben ik gevraagd de site wat bij te houden…
Ik moet zeggen dat dit artikel mij niet/wat verbaast.
Binnen het Jodendom en het OT is het niet zo geweest dat alle volkeren het verboden is om bijv. varkensvlees te eten, wat wel gebruikelijk was bij Grieken die er wel bekend om stonden om varkens te offeren.
Het is net als in Handelingen 15 verboden voor alle volkeren om zich te onthouden van bloed en het verstikte. Mede daarom wordt dat herhaald en niet alle details die eventueel voor sommige niet-Joden zou kunnen gelden. Alleen de niet-Joodse inwoner binnen de poorten kon onrein worden en behoorde ook geen carcas aan te raken en kon daardoor onrein worden.
Het voedsel zelf is niet onrein in die mate dat als men het eet, zich zou moeten reinigen of een zondoffer zou moeten brengen. Het dier is niet onrein, voor Joden is het onrein om te eten.
Maar wat mij meer stoort in dit artikel is het idee over Judaism en het commentaar op vis en vlees. Ik heb het niet op die manier gehoord, kan zijn dat er iemand is die het schreef, maar het is geen algemeen gedachtegoed. Er staat ook geen bronvermelding bij waar die bewering vandaan zou komen.
Het is een redelijke chotzpe om te zeggen dat Joden niet bijbels zouden leven. Dat lijkt op een theologie over Joden, zonder veel te begrijpen wat men zelf mag instellen en hoe Torah werkt.
Hoofdzaak is dat men een blok tonijn voor kip zou kunnen aanzien, of andersom. Om vergissing te voorkomen zijn zaken wel eens ingesteld. En sommigen vervangen het visbestek als men aan een vleesgedeelte van de maaltijd begint. (dat is soms ook gewoon hygienischer als men rauwe vis eet).
Wat Paulus als ”tijdelijke” instelling zou zien, daar zie ik niet echt een aanleiding tot.
Nieuwe gelovigen behoorden geen bloed en het verstikte niet te eten, de rest zou men wekelijks van ”Mozes” leren. Maar in Torah staat niet dat allerlei niet-Joden alle spijswetten moesten gaan houden.
Groet. Ab Hoyer