De God van de Bijbel is zeer radicaal, meer dan wij. De maat van de zonden van de heidenvolken was vol. Het waren afgodendienaars, beheerst door demonische machten, die een andere god dienden, en dat betekent ‘einde verhaal’.
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Ekev (Wanneer je volgt) zijn:
✡ Torahlezing: Deuteronomium 7:12 – 11:25,
✡ Profetenlezing: Jesaja 49:14 – 51:3,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Hebreeën 11:8-13.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Gedeelten uit de Torahlezing
U zult al de volken verteren die de HEERE, uw God, u geeft. Laat uw oog hen niet ontzien. En dien hun goden niet, want dat is voor u een valstrik.
Wanneer u in uw hart zegt: Deze volken zijn groter dan ik; hoe kan ik hen ooit uit hun bezit verdrijven? wees dan niet bevreesd voor hen. Denk steeds aan wat de HEERE, uw God, met de farao en met alle Egyptenaren gedaan heeft, de grote beproevingen die uw ogen gezien hebben, de tekenen, de wonderen, de sterke hand en de uitgestrekte arm waarmee de HEERE, uw God, u uitgeleid heeft. Zo zal de HEERE, uw God, doen met al de volken voor wie u bevreesd bent. Daarbij zal de HEERE, uw God, horzels onder hen zenden, totdat zij die overgebleven en voor u verborgen zijn, ook omgekomen zijn. Schrik voor hen niet terug, want de HEERE, uw God, is in uw midden, een groot en ontzagwekkend God. De HEERE, uw God, zal deze volken van voor uw ogen verdrijven, maar geleidelijk: u zult hen niet onmiddellijk kunnen vernietigen, anders zouden de dieren van het veld te talrijk worden voor u. De HEERE, uw God, zal hen aan u overgeven; Hij zal hen in grote verwarring brengen, totdat zij weggevaagd zijn. Hij zal u hun koningen in uw hand geven, en u moet hun naam van onder de hemel doen verdwijnen; niemand zal vóór u standhouden, totdat u hen weggevaagd hebt.
Wanneer u een stad nadert om ertegen te strijden, moet u haar vrede aanbieden. En als zij de vrede met u aanvaardt en (de poorten) voor u opent, moet het zó zijn dat heel het volk dat erin aangetroffen wordt, herendienst voor u verricht en u dient. Maar als ze geen vrede met u sluit, maar oorlog tegen u voert, dan moet u haar belegeren.
Deuteronomium 7:16-24 en 20:10-12 (HSV).
Een gedeelte uit de Profetenlezing
Toen de inwoners van Gibeon hoorden wat Jozua met Jericho en Ai gedaan had, gingen ook zij met list te werk. Zij gingen op weg en deden zich voor als gezanten. Zij namen versleten zakken op hun ezels, en versleten, gescheurde en weer dichtgebonden leren wijnzakken. Ook (hadden zij) versleten en opgelapte schoenen aan hun voeten, en zij hadden versleten kleren aan, en alle brood (van hun) proviand was droog en kruimelig.
En zij gingen naar Jozua, naar het kamp in Gilgal, en zij zeiden tegen hem en tegen de mannen van Israël: Wij zijn uit een ver land gekomen. Nu dan, sluit een verbond met ons. Toen zeiden de mannen van Israël tegen de Hevieten: Misschien woont u wel in ons midden, hoe kunnen wij dan een verbond met u sluiten? Zij zeiden tegen Jozua: Wij zijn uw dienaren.
Toen zei Jozua tegen hen: Wie bent u en waar komt u vandaan? Zij zeiden tegen hem: Uw dienaren zijn uit een zeer ver land gekomen, omwille van de Naam van de HEERE, uw God, want wij hebben Zijn roem gehoord, en alles wat Hij in Egypte gedaan heeft, en alles wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen van de Amorieten die aan de overzijde van de Jordaan (woonden): Sihon, de koning van Hesbon, en Og, de koning van Basan, die in Astharoth woonde. Daarom zeiden onze oudsten en al de inwoners van ons land tegen ons: Neem proviand voor de reis mee, en ga hun tegemoet, en zeg tegen hen: Wij zijn uw dienaren. Nu dan, sluit een verbond met ons. Dit brood van ons hebben wij warm als voedsel voor onderweg uit onze huizen meegenomen op de dag dat wij vertrokken om naar u toe te gaan. Maar zie, nu is het droog en kruimelig. En deze leren wijnzakken waren nieuw toen wij ze vulden; maar zie, ze zijn gescheurd. En deze kleren van ons en onze schoenen zijn versleten door de zeer lange reis.
Toen namen de mannen van hun proviand en zij vroegen niet om een uitspraak van de HEERE. En Jozua sloot vrede met hen en sloot een verbond met hen dat hij hen zou laten leven. En de leiders van de gemeenschap zwoeren hun (een eed).
En het gebeurde na verloop van drie dagen, nadat zij het verbond met hen gesloten hadden, dat zij hoorden dat zij hun buren waren en (dat) zij in hun midden woonden. Want toen de Israëlieten verder trokken, kwamen zij op de derde dag bij hun steden. Hun steden nu waren Gibeon, Kefira, Beëroth en Kirjath-Jearim. Maar de Israëlieten versloegen hen niet, omdat de leiders van de gemeenschap hun (een eed) gezworen hadden bij de HEERE, de God van Israël. Daarom morde de hele gemeenschap tegen de leiders.
Jozua 9:3-18 (HSV)
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige? Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige.
2 Korinthe 6:14-18 (HSV)
Israël en de volken
Het volk Israël is bezig het beloofde land binnen te trekken. We lazen over de twee koningen van de Amorieten, die verslagen werden nadat zij het volk van de Israëlieten aanvielen (Deuteronomium 2:26 – 3:8). En over Jericho, dat God in hun handen gaf door de muren te laten instorten (Jozua 6).
De schrik voor de Israëlieten viel over het land. De koningen van de Hethieten, Amorieten, Kanaänieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, sloten zich aaneen om samen tegen Jozua en Israël te strijden (Jozua 9).
De inwoners van Gibeon waren slim – of is sluw een beter woord? Toen zij over de opmars van de Israëlieten hoorden, besloten zij niet met deze koningen mee te strijden. In plaats daarvan bedachten zij een list: je kunt die Israëlieten beter als vriend dan als vijand hebben. En die list slaagde, zij sloten een verbond met Jozua en bleven in vrede in hun steden wonen. Een soort Abraham-akkoord dus.
Toch was het niet Gods bedoeling, de hele bevolking achter elkaar te doden. Dat zou ook niet goed zijn voor het land. In de onbewoonde streken zouden de wilde dieren zich zo kunnen vermeerderen, dat zij een grote plaag worden voor de bewoners. Daarom mogen de inwoners van een stad, die in vrede wil leven, daar blijven wonen, maar ze zijn wel tot herendienst verplicht. Houthakkers en waterputters worden ze voor de gemeenschap en het huis van God. (Jozua 9:21-23)
Maar zij blijven wel op een afstand. Gemengde huwelijken zijn uit den boze: ‘U mag geen huwelijksbanden met hen aangaan: uw dochters mag u niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen. Want zij zouden uw zonen van achter Mij laten afwijken, zodat zij andere goden gaan dienen en de toorn van de HEERE tegen u ontbrandt en Hij u al snel wegvaagt.’ (Deuteronomium 7:3-4). Huwelijken met partners die een andere God dienen, zouden Israël van de dienst aan de HEERE doen afwijken. Daarom ook moeten heidense altaren en beelden worden vernietigd.
Hoe is de situatie nu in Israël? Ik zie toch wel veel overeenkomsten. Arabieren die in vrede in Israël willen leven, hebben er een goed bestaan in welvaart, met dezelfde lonen, sociale zekerheid en democratische rechten. Maar Joden en Moslims behoren tot verschillende religies, en gemengde huwelijken worden sterk ontraden.
En de Arabieren die streven naar een ‘Judenreine’ apartheidsstaat Palestina, ‘van de rivier tot de zee’, ondervinden daarbij forse tegenstand en problemen.
Zou ik niet haten, HEERE, wie U haten, walgen van wie tegen U opstaan? Ik haat hen met een volkomen haat, mijn eigen vijanden zijn het. ( Psalm 139:21-22)
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Een zegen met voorwaarden, Deuteronomium 7,
Wees niet trots op eigen prestaties, Deuteronomium 9,
God luistert naar voorbede, Deuteronomium 9,
Je krijgt een nieuwe kans, Deuteronomium 9 en 10,
Elke plaats die uw voetzoon betreedt, Deuteronomium 11.
Zie ook: Jair Bijbelstudies.


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Israël en de volken"