Parasha Ki Tabho: wanneer je in het Beloofde Land komt

Karen en Yair Strijker maakten in 2013 alijah naar Israël.
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Parasha Ki Tabho, want wanneer je komt, Deut.26:1-29:8. Nalezing profeten/Haftarah: Jesaja 60:1-22. Briet haChadasha/NT: Lukas 24:44-53

Tabho תבוא komt van het werkwoord ‘bo’ בוא: komen, intreden, binnengaan. Er zitten een Aleph א en Beth ב in dit werkwoord. Die letters samen vormen het woord voor vader, אב abh. Mooi is dat de Vader ook degene is Die naar ons toekomt, bij ons binnen wil komen. Onze God is Elohiem, Die van boven naar beneden naar ons toekomt.

De parasha begint met ons te vertellen dat, vanaf het moment dat het volk het voor altijd Beloofde Land ingaat, zij de Vader de eerstelingen moeten geven van de opbrengsten van het Land, de reshiet ראשית (Deut. 26:2). Ze stopten het beste wat ze hadden in een mand en gaven dat aan de priesters.

Reshiet ראשית is ook het eerste woord van de Bijbel. Op die plek vertaalt men het woord éénzijdig met ‘begin’. ‘Met de Eersteling schiep Adonai de hemel en de aarde’ geeft al een heel ander beeld van wat er staat geschreven. Wie was dan die Eersteling, Die ook aan God teruggegeven moest worden?

Tsedakah, rechtvaardige giften geven, is een groot goed in de Bijbelse Godsdienst. Wat zou de mens méér zijn dan een dier wanneer hij/zij niet kan geven aan God en aan anderen? Israel leerde dan ook, door de tienden van hun opbrengsten te geven, om te zorgen voor de armen, de wezen, weduwen en de leraren/Levieten, die priesterdienst deden. Levieten hadden geen extra tijd om geld te verdienen. God heeft het zo ingesteld dat de Levieten geen spanning zouden hebben of zij hun gezin wel konden onderhouden, want de gehele gemeenschap zorgde voor hen (de Levieten hebben nooit een Stammengebied beheerd).

In de parasha staat duidelijk dat Israel de regelgeving van Hem moet naleven met hart en ziel. Geen lippendienst maar daadwerkelijk liefdebetoon. God noemt Israel Zijn kostbaar bezit en Zijn geheiligd volk. Deze woorden hebben door de eeuwen heen altijd troost gegeven aan het verdrukte Joodse volk.

Deut. 27:9: Hoor Israel, vandaag bent u het volk van de Eeuwig Aanwezige geworden.

Tegen welk ander volk zijn zulke beloften uitgesproken? Zegen en vloek volgen elkaar op in deze parasha. Je wordt er soms stil van en alles wijst erop dat je maar beter kunt gehoorzamen in plaats van niet te doen wat de Schepper van hemel en aarde beveelt. Veel van wat Adonai via Moshe heeft gezegd, is uitgekomen voor het Joodse volk. Zij zijn verdreven uit hun Land, meerdere malen, maar de beloften blijven ook overeind: Hij zal hen weer terug laten komen en zij zullen dan niet meer worden uitgeroeid.

We hadden het er laatst met een vriend over: zou er nog een ballingschap komen voor Israel? Nee, dat geloven wij niet en dat is maar beter ook! God is in deze tijd Zijn Land en Volk aan het herstellen, Hij werkt niet tegen Zichzelf in! Aan het begin van de profetenlezing zegt Jesaja het ook zo scherp: ‘duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties maar over jou, nakomelingen van Jaakov, schijnt de Here God. Zijn luister is boven jou zichtbaar. Volken laten zich leiden door jouw licht.’

Misschien zal Israel al spoedig de leidingpositie over de wereld innemen. Grote rijken als de Verenigde Staten vallen langzaam uit elkaar. Onze Adonai is een God van Zelfovergave. Hij toont Zich in de symbolen van brood en wijn. Van de graankorrel die moest lijden, sterven maar ook opstaan uit de aarde (Luk. 24:46). Daarom is het diepzinnig om altijd bij het eten van brood te danken dat Hijzelf het Brood des Levens is en dat Hij het brood uit de aarde doet voortkomen.

Het is daarom ook niet toevallig, maar het valt ons toe dat Lukas schrijft (Luk. 24:30 e.v.) dat de Emmaüsgangers Hem pas herkenden tijdens het breken van het brood! In Israel gooit men doorgaans brood niet zomaar weg, maar legt men het netjes in afgesloten plastic neer bij de afvalcontainers voor mensen die het nodig hebben. Mooie gewoonte!

Shabat shalom!

Yair en Karen Strijker van Studiehuis Reshiet maakten november 2013 met hun kinderen Ruth en Shmuel alija naar Israël. Na een roerige tijd in Sde Tsvi, hemelsbreed 16 kilometer van Gazastad, verhuisden ze januari 2015 naar Na’ale in Samaria, waar ze volgens de profetie van Jeremia 31:6 de volken oproepen naar Jeruzalem te komen om ‘te leren van onze God’. 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Reageer als eerste on "Parasha Ki Tabho: wanneer je in het Beloofde Land komt"

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd


*