Archeologie: Onder de Romeinse overheersing

In het jaar 66 brak in Judea een grote opstand uit tegen de Romeinen. Dat leek een krankzinnige daad. Wat dachten de Joden wel? Dat een handvol vrijheids­strijders het kon opnemen tegen het Romeinse Keizer­rijk, die wrede oorlogs­machine die de hele wereld had veroverd? Dat was toch zinloos en bizar?

We gaan in twee video’s van Megalim even 2000 jaar terug naar Judea onder het Romeinse bestuur. Sinds 60 jaar genoten de Joden relatieve vrijheid, onder een bestuurder uit hun eigen volk. Totdat op een dag in het jaar 6 keizer Augustus besloot het Joodse bestuur te vervangen door een harde Romeinse stadhouder die zou zorgen voor meer belasting­opbrengsten voor de Romeinse schatkist.

Al voordat de Romeinse heerser zijn intrek nam in het paleis te Caesarea liet hij taxateurs in ieder huis elke persoon en zijn bezittingen registreren. Geen enkele Jood zou aan de onderdrukkende belasting ontkomen. Wie zich verzette, werd gekruisigd. De Romeinen bemoeiden zich ook met de tempeldienst, stelden de hogepriesters aan, en eisten offers voor het welzijn van de keizer.

De situatie werd ondragelijk, er ontstond een atmosfeer van verzet, messiassen en profeten spraken over de eindtijd, waarin het Romeinse Rijk zou vallen. In Galilea ontstond een groep opstandelingen, die er niet voor terugdeinsden om landgenoten te doden die met de Romeinen samenwerkten.

In het jaar 70 werd het gezegde ‘woorden kunnen doden’ werkelijkheid. Na een discussie, en een rel, over het voortzetten van het offer voor het welzijn van de keizer in de Tempel, verbieden de Zeloten dit offer, en stortten het land in een oorlog tegen de Romeinen.

 

 

Wees de eerste die reageert op "Archeologie: Onder de Romeinse overheersing"

Geef een reactie