De dode en de levende zoon

Print Friendly, PDF & Email

17 Het gebeurde na deze dingen dat de zoon van deze vrouw, de vrouw des huizes, ziek werd. Zijn ziekte werd zeer ernstig, totdat er in hem geen adem overbleef. 1 Kon. 17

Na deze dingen. Is er niet meer gebeurd dan dit? Vast wel. Maar het gaat niet om de geschiedenis, maar om de betekenis, het wezen, van het verhaal. Het gaat om de betekenis van de zoon van de weduwe. De dood van de zoon is een thema in het Koningenboek.

Salomo

Het boek begint bij koning Salomo. Hij is de zoon die in de plaats komt van het kind van David en Bathseba. Dat kind werd ongeneeslijk ziek en na zeven dagen stierf het. Als Adonia zich jaren later tot koning kroont, dan komt de profeet Nathan tot Bathseba. Hij zegt: “Nu dan, kom, laat mij u raad geven, zodat u uw leven en het leven (nephesh) van uw zoon Salomo kunt redden.”

Daarna zien we twee vrouwen die voor koning Salomo staan. Twee vrouwen wonen in één huis. De eerstgenoemde vrouw woont bij de ander in huis, want er staat dat zij bij de ander in huis heeft gebaard. De andere vrouw is dus de vrouw des huizes. Beiden baren een zoon, drie dagen na elkaar. De zoon van de vrouw des huizes is in de nacht doodgedrukt door zijn moeder. Daarna, terwijl het nog nacht was, heeft zij haar dode kind omgewisseld voor het levende van de andere vrouw die bij haar in huis was. Deze inwonende vrouw, die zichzelf de dienares van de koning noemt, ontdekt de verwisseling direct de volgende morgen. De vrouw des huizes reageert echter direct dat het levende kind haar kind is. Het oordeel van de koning is wijs, want het is gebaseerd op de Tora (Ex. 21:35). Hij maakt gebruik van de liefde van de moeder voor het levende kind. Als dat kind maar in leven blijft. Het is hét voorbeeld van de rechtvaardige wijsheid van de koning. Maar waarom wordt juist dít verhaal als voorbeeld verteld? Als de dood van de zoon een thema in het Koningenboek is, wat is dan de wezenlijke betekenis van dit Salomonsoordeel?

Jerobeam

Het volgende kind is de zoon van Jerobeam. Hij wordt bij name genoemd: Abia. Dat betekent JHWH is mijn Vader. Abia werd ziek. Jerobeam stuurt zijn vrouw incognito naar de profeet Ahia (broeder van JHWH). Zij krijgt de boodschap dat haar zoon zal sterven, zodra zij over de drempel van haar huis zal stappen. Abia is de enige van het huis van Jerobeam die begraven zal worden. Er was in hem wat goeds voor JHWH, de God van Israël, in het huis van Jerobeam gevonden.

Elijah en Elisha

En dan krijgen we de zoon van de weduwe van Tsarphath. Het kind van David en het kind van Jerobeam sterven beiden ten gevolge van de handelingen van hun vaders. Is het daarom dat de weduwe zegt: is het vanwege mijn ongerechtigheid dat mijn zoon sterft?

In 2 Kon. 4 lezen we over de zoon van de Sunemitische vrouw. Samen met haar man zorgt zij voor de profeet Elisha. Deze vrouw is kinderloos. Op de vastgestelde tijd – zoals door de profeet is voorzegd – krijgt zij een zoon. Na een aantal jaar krijgt deze jongen een zonnesteek en sterft. Zij gaat naar Elisha. De profeet wekt de zoon weer tot leven. Ik beschrijf de hoofdlijnen; er zou veel, heel veel meer over te zeggen zijn. Het verhaal heeft overeenkomsten met dat van de weduwe van Tsarphath, maar kent uiteraard ook verschillen. Wat in elk geval opvalt is het grote geloofsvertrouwen dat deze vrouw aan de dag legt. De vrouw en haar gezin worden in 2 Kon. 8 opnieuw genoemd. Zij zijn het land tijdens de zevenjarige hongersnood ontvlucht en krijgen hun bezittingen, hun erfenis, terug als zij terugkeren. Waarom? Omdat de koning wilde weten ‘al de grote dingen die Elisha gedaan had’.

Samaria

Er is een zesde verhaal, ook weer met een indringend triest karakter. Het speelt zich af tussen de twee verhalen van de vrouw van Sunem. Deze Sunemitische vrouw is op last van Elisha naar het buitenland vertrokken om de hongersnood te ontlopen. Intussen is Samaria belegerd door de troepen van BenHadad, de koning van Syrië (2 Kon. 6:24-31). De stad wordt uitgehongerd en het is op zekere dag dat de koning over de muur loopt en een vrouw hem aanspreekt. Zij en een andere vrouw hadden vanwege de honger besloten om hun zonen op te eten. Op een dag wordt de zoon van de ene vrouw gegeten. Maar als de andere dag aanbreekt, dan heeft de tweede vrouw haar zoon verstopt. De eerste vrouw vraagt de koning om redding. Het verhaal vertoont overeenkomsten met het Salomonsoordeel.

Patroon

We zien nu het volgende patroon:

A  De levende zoon en het koningschap.

B   De dode en de levende zoon.

C  Het goede woord in de dode zoon.

D  De dode zoon levend gemaakt.

C’  De dode zoon levend gemaakt.

B’  De dode en de levende zoon.

A’  De levende zoon en zijn erfenis.

Het A-A’ patroon betreft de twee delen van het eerstgeboorterecht. Het Koningschap (Juda) en het Koninkrijk (Efraïm).  De delen B-B’ vertonen grote overeenkomst. Er moet gekozen worden tussen twee zonen. In de delen C-C’ ontmoeten we het goede woord. In de zoon en in de Sunemitische vrouw. De zoon van de weduwe van Tsarphath vormt in dit patroon dus de centrale as (D). Om deze jongen draait het.

Ziek

De zoon van de vrouw werd ziek. Ziek zijn is in het Hebreeuws het woord chalah (חלה). Wat wil dat woord zeggen? Laten we kijken naar enkele woordverbanden. Het eerste wat opvalt, is dat het woord voor ziekte hetzelfde is als het eerste van het deeg, de challah. De challah was mogelijk geperforeerd brood. Brood met gaatjes. Het woord voor ziekte is choleh. Dat woord treffen we ook in de tekst aan. Het woord voor profaan is chol. Profaan wil hier zeggen: dat wat is verspreid, verstrooid. Want chalal betekent ontheiligen, vervuilen, verontreinigen, verwonden, oplossen (laten verdwijnen). Het is het tegenovergestelde van wat is afgezonderd, geheiligd. Chelem is dromen. Dromen we niet vooral als we ziek zijn? Tenslotte, het werkwoord cuwl heeft betekenissen als draaien, wervelen, dansen, kronkelen, vrezen, beven, barensnood hebben, bang zijn, gepijnigd zijn. Weinreb zegt dat ziekte alles is waar de omhulling, het uiterlijke, het profane overheerst. Overal waar de mens verstrikt dreigt te worden door het uiterlijke, door het onsamenhangende, het smaak- en kleurloze, de eindeloze verveling, daar is ziekte.

De ziekte heeft de jongen zo krachtig in de greep dat er geen levensgeest (neshamah, נשמה) in hem overblijft. De neshamah is de adem die de Eeuwige in de mens Adam blaast en hem zo tot leven wekt. Maar waar hier de nadruk op het profane, het lichamelijke, het uiterlijke valt, daar is geen leven meer mogelijk. Daar blijft slechts het lichaam over.

De zoon sterft, zodat zijn ziel de sleutel van de Opstanding uit de doden nodig heeft, zegt de overlevering. Niemand weet waar deze sleutel is verborgen. De Eeuwige zal deze sleutel tevoorschijn halen als de tijd gekomen is dat de voetstappen van de Messias zullen worden gehoord. Als Jezus de jongeling van Naïn opwekt, dan zegt de menigte: Een groot Profeet is onder ons opgestaan; en: God heeft naar Zijn volk omgezien.

Yeshua haMashiach werd de levensadem, de neshamah, ontnomen door de last van de zonde der wereld, de ziekte van de verstrooiing, van het doelmissen. Aan het kruis gaf Hij de geest. Maar Hij stond op uit het graf. Zijn nephesh keerde weer in Hem terug[1]. En de mare ging rond: Zie, Hij leeft!

[1] Tot Thomas zegt Hij: voel de wonden in Mijn handen en Mijn zijde.

Anco van Moolenbroek is auteur van het boek “Ezau, hij is Edom”. Hij verzorgt periodiek het Leerhuis op Radio Israël en blogt voor MessiaNieuws.

Facebookreacties

Leave a comment

Your email address will not be published.


*