zoon

206 01 0182 TopicalBkg De profeet ‘Éliesja’ (zijn naam is een woordcombinatie met de stam jasja’ (redden / verlossen) en betekent: ‘Mijn God redt’) staat centraal in dit Haftarah gedeelte (2 K 4:1-37). Hij was van de stam Issaschar, dus woonde hij in het noordelijke koninkrijk Isra‘El (10 stammen), dat alleen door goddeloze koningen werd bestuurd. Hij had de bekende profeet ‘Éliejahoe (Elia) opgevolgd die ook in dat koninkrijk werkte (1 K 19:16; 2 K 2:15). Deze gebeurtenissen vinden plaats aan het einde van de 9de en begin 8ste eeuw v. Chr. en hij blijkt in zijn generatie een hoofd van de profeten te zijn.

Haftarah – Wajera‘ – En Hij verscheen

Haftarah Wajera‘ (Gn 18-22) gaat over de parallel tussen de profeten Avraham en ‘Éliesja’ (Elisa) die een millennium na elkaar leefden. ‘Éliesja’, hoofd van de profeten De profeet ‘Éliesja’ (zijn naam is een woordcombinatie met…


Menorah

De levende Zoon

20 Hij riep de HEERE aan en zei: HEERE, mijn God, hebt U dan ook deze weduwe, bij wie ik als vreemdeling verblijf, zoveel kwaad gedaan dat U haar zoon gedood hebt? 21 En hij…


Menorah

De dode zoon

19 Maar hij zei tegen haar: Geef mij uw zoon. Hij nam hem van haar schoot en droeg hem naar boven naar het bovenvertrek, waar hijzelf woonde, en hij legde hem neer op zijn bed….


Menorah

De dode en de levende zoon

17 Het gebeurde na deze dingen dat de zoon van deze vrouw, de vrouw des huizes, ziek werd. Zijn ziekte werd zeer ernstig, totdat er in hem geen adem overbleef. 1 Kon. 17 Na deze…