Het functioneren van Nederlandse overheidsbeambten tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft meerdere facetten. De laatste jaren wordt steeds meer bekend. In het boek ‘Nederlandse bestuurders…’ wordt hun rol tijdens die oorlog belicht. Hoe is dat gedaan?
Boekanalyse
Dit boek is geschreven door een redactie van vijf schrijvers. Ze beschrijven hoe het dagelijkse landsbestuur van Nederland tijdens de Duitse bezetting doorging. Door die bezetting kwam hun functioneren in het kader van de Duitse politiek te staan. Dit wierp grote dilemma’s voor hen op; doorwerken en dus collaboreren, opstappen met gevolg dat hun ambt meteen werd overgenomen door een Duitsgezinde opvolger of in verzet komen met gevaar voor eigen leven en familie. Veel burgers kenden deze dilemma’s niet en beoordeelde de bestuurders na de oorlog vaak verkeerd.
Na een inleiding wordt het onderwerp beschreven in zeven hoofdstukken. De langste ervan gaan over provinciebestuurders (H4) en politieagenten (H6). Bij de tekst staan afbeeldingen. Het boek sluit af met een nawoord, verklarende woordenlijst, eindnoten (vooral broninformatie, maar ook achtergrondinformatie), literatuurlijst, illustratieverantwoording, dankwoord en een zoekregister.
Zeven soorten van bestuurders worden beschreven, zoals burgermeesters en rechters. Bij de beschrijvende tekst staan veel korte biografieën en enkele excursen. Het boek begint met de vaststelling van het grote verschil van Nederland toen met vandaag. Zo leefde in 1940 slechts 20% van de Nederlanders in de grote stad en was het land ook veel dunner bevolkt. Voor de meesten was het leven lokaalgericht. De nadruk in dit boek ligt vooral op de provincie en dan met name Gelderland, Groningen en Zeeland.
Aan het begin van de 20ste eeuw was een afspraak vastgelegd voor Nederlandse overheidsbeambten. Bij een eventuele bezetting mochten ze hun post niet verlaten en moesten ze belangen van burgers blijven begunstigen, maar niet die van de bezetter.
Na de Duitse inval in 1940 installeerden die een politie-bestuur (civiel) over het land. De Schutzstaffel (SS). Ruim een jaar lieten ze het Nederlandse bestuurlijke apparaat onveranderd, maar vanaf de zomer van 1941 werden alle democratische inspraakorganen, zoals provinciale staten en gemeenteraden, opgeheven. Voormalige provinciale Commissarissen en burgemeesters moesten voortaan als ‘leiders’ alleen het bestuur uitoefenen.
In de loop van de bezetting krijgen de Nederlandse bestuurders vooral te maken met steeds meer druk van de NSB (Nationaalsocialistische Beweging), maar ook van toenemende conflicten met het eigenzinnige optreden van de Duitsers die Joodse collega’s en belangen van Nederland in gevaar brachten. Ook werden ze steeds meer gedwongen hun ambtenaren of zichzelf beschikbaar te stellen voor Arbeitseinsatz (tewerkstelling in Duitsland). Ze probeerde zich hiertegen te verzetten. Vooral naarmate dat duidelijk werd dat Duitsland de oorlog aan het verliezen was.
Evaluatie
Dit is een interessante en toegankelijke beschrijving van een stuk oorlogsgeschiedenis, waarover tot voor kort niet veel bekend was. De focus lag voorheen op militaire leiders, verzetshelden en slachtoffers.
Dit boek is een aanrader voor de geïnteresseerden.
Nederlandse bestuurders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Trouw aan volk, vijand en vaderland. Redactie van auteurs. 2026, WBooks, Zwolle, 240 pagina’s, € 29,95, ISBN: 9789462586840.
Ontdek meer van MessiaNieuws
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wees de eerste die reageert op "Nederlandse bestuurders tijdens Duitse bezetting nader bekeken"