Parasha Tazriah & Metsora: roddelen als een vorm van moord

Karen en Yair Strijker maakten in 2013 alijah naar Israël.
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone
Print Friendly, PDF & Email

De parasha is deze shabat Tazriah en Metsora. We lezen Leviticus 16:1-20-27. Uit de Haftara lezen we Amos 9:7-15; Ezechiël 20: 2-20 en 22:1-16; Uit het Nieuwe Testament lezen we Mattheus 5:43:48 en 1 Corinthiërs 6:9-20.

Het begint in de parasha met het opsommen van de gebeurtenissen op Jom Kipur, oftewel de Dag van de Bedekking. Kipur komt van het Hebreeuwse werkwoord kipér כפר, verzoenen, bedekken. Zonden worden overgelegd op de kop van een bok, welke daarna in de woestijn een wisse dood tegemoet gaat.

Is het toeval dat deze dag wordt beschreven door God, vlak nadat Hij over Pesach Zijn instructies heeft gegeven? We kunnen honderdmaal Pesach hebben gevierd, Hij kan honderdmaal gekruisigd en opgestaan zijn, maar als we niet daadwerkelijk onze zonden belijden, dan heeft het geen enkele zin gehad.

Ook de Haftara en Paulus in 1 Corinthiërs komen daarop terug. Daarom is Jom Kipur nodig of in ieder geval de boodschap ervan, ook voor niet-Joden: belijd je zonden! Het woord voor zonde is het Hebreeuwse woord chet’ חטא wat stamt uit de Hebreeuwse werkwoordstam chata חטא, zondigen, een verkeerde richting opgaan.

God heeft alles gedaan om ons te redden van onze ongerechtigheden. Nu is het aan ons om rein voor Hem te staan.

Er wordt verder geschreven over melaatsheid en wat de oorzaak daarvan is: lashon ha’ra, kwaadsprekerij. Metsora, melaatsheid, huidvraat, witte uitslag. In het werkwoord zit het woord tsar en matsor verpakt: benauwdheid, nauw, strak. De huid van een melaatse is niet mooi soepel meer.

Roddelen

Als straf voor het roddelen is de melaatse uit de gemeenschap gestoten en zo moet die persoon zelf ervaren wat hij of zij een ander heeft aangedaan, namelijk een smet geworpen op die ander. Volgens de Bijbel is roddelen een zeer grove misdaad, een vorm van moord. Degene waarover geroddeld wordt, kan zich op dat moment ook niet verdedigen en nare woorden die over iemand gezegd zijn, blijven dikwijls lang hangen in het geheugen van anderen…

In Amos belooft God dat Hij het volk zal herstellen en het land zal herstellen. Het is nodig dat het land hersteld wordt van de ongerechtigheden van het volk; eerst van de volkeren die vóór het volk Israël in het beloofde land woonden. God spreekt erover dat het land hen uitgebraakt heeft, zo zal het land ook het volk Israël uitbraken als het afgoderij pleegt en allerhande seksuele zonden uitvoert. Dit
is inderdaad gebeurd en men is weggevoerd, het land uit.

Pas in deze tijd mag men terugkeren, nadat velen van het volk zijn omgekomen, precies zoals de profetie het vermeldt (Amos 9:9 en verder). Het woord voor uitbraken of uitspuwen is het Hebreeuwse woord qi’ קיא. Dit is ook het woord voor braaksel. Klinkt allemaal niet zo lekker…

God is een verschrikkelijk God, Die Zijn straffen rechtvaardig uitvoert, dat heeft Zijn volk geweten en ook de gelovigen uit de heidenen hoeven niet te denken dat we maar alles kunnen maken omdat we toch wel ‘onder de genade’ leven. Vergeet het maar, zegt Paulus in de Corinthebrief.

Hek

Wat een belangrijke teksten om nu zo na de Pesachweek te lezen, hoe zit het met ons hart en met onze relatie met Hem, na alles wat we zojuist herdacht hebben en in deze weken voor Shavuoth nog steeds herdenken? Zijn Woord is Zijn hek om ons leven dat ons beschermt
voor misstappen. Als we ons houden aan Zijn geboden, dan zijn we veilig in Zijn bescherming, doch als we ons er niet aan houden, dan kan daar ook volgens de Nieuw Testamentische Corinthebrief van Paulus geen genade tegenop (vers 9).

De Bijbelse offers worden gebracht naar vermogen: wie te arm is om een lam te offeren, die mag volstaan met twee duiven. Zo kijken we naar het penningske der weduwe; ze had niets, maar bracht toch een offer dat vergelijkbaar was met een lam, terwijl ze niet meer dan een paar duifjes had hoeven brengen. Wat geweldig dat God haar hart aanziet!

Yair en Karen Strijker van Studiehuis Reshiet maakten november 2013 met hun kinderen Ruth en Shmuel alija naar Israël. Na een roerige tijd in Sde Tsvi, hemelsbreed 16 kilometer van Gazastad, verhuisden ze januari 2015 naar Na’ale in Samaria, waar ze volgens de profetie van Jeremia 31:6 de volken oproepen naar Jeruzalem te komen om ‘te leren van onze God’. 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "Parasha Tazriah & Metsora: roddelen als een vorm van moord"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*