Shabbats­lezingen: Geen jaloersheid maar broederliefde

Print Friendly, PDF & Email

Voordat Josef zich aan zijn broers bekend maakte, wilde hij eerst weten of zij nog net zo jaloers waren als vroeger, op zijn dromen en op zijn mooie gekleurde jas. Hij ontving de broers, maar gaf Benjamin een duidelijke voorkeursbehandeling – en er volgde geen reactie. Hij liet Benjamin arresteren wegens diefstal – maar de broers lieten hem niet in de steek.

De Bijbelgedeelten voor de komende Shabbat Wayishlach (En hij zond) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 44:18 – 47:27,
✡ Profetenlezing: Ezechiël 37:15-28,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Lukas 6:12-16.

In verband met het thema wijken we daarvan af

Gedeelten uit de Torahlezing
(De broers) maakten het geschenk gereed tot Jozef ‘s middags zou komen, want zij hadden gehoord dat zij daar de maaltijd zouden gebruiken. Toen Jozef thuis­gekomen was, brachten zij het geschenk dat zij voor hem bij zich hadden, het huis binnen en zij bogen zich voor hem ter aarde.
Hij vroeg hun naar hun welstand en zei: Gaat het goed met uw vader, de oude man, over wie u gesproken hebt? Leeft hij nog? En zij zeiden: Het gaat goed met uw dienaar, onze vader; hij leeft nog. Toen knielden zij en bogen zich neer.
Hij sloeg zijn ogen op en zag Benjamin, zijn broer, de zoon van zijn moeder, en zei: Is dit uw jongste broer, over wie u met mij gesproken hebt? Daarna zei hij: Mijn zoon, God zij u genadig.
Jozef haastte zich, want zijn medelijden werd opgewekt vanwege zijn broer. Hij wilde huilen, en (daarom) ging hij een kamer binnen en huilde daar. Daarna waste hij zijn gezicht en kwam naar buiten.
Hij bedwong zich en zei: Dien het voedsel op. Zij dienden op: voor hem apart, voor hen apart en voor de Egyptenaren die met hem aten apart. De Egyptenaren mogen namelijk niet samen met de Hebreeën de maal­tijd gebruiken, omdat dat voor de Egyptenaren een gruwel is.
Zij zaten vóór hem: de eerstgeborene overeenkomstig zijn eerstgeboorterecht en de jongste overeenkomstig zijn jeugd, zodat de mannen onder elkaar verbijsterd waren. En hij liet hun van de gerechten brengen die vóór hem stonden, maar het gerecht van Benjamin was vijf keer groter dan dat van hen allen. Zij dronken en werden dronken met hem.

Daarna stuurt Josef de broers naar huis met volle zakken met graan. In Benjamin’s zak laat hij zijn zilveren beker verbergen. Dan laat hij hen achter­volgen, en Benjamin als dief arresteren en terugvoeren. Hoe zullen de broers reageren?

Toen kon Jozef zich niet (meer) bedwingen voor allen die bij hem stonden, en hij riep: Laat iedereen van mij weggaan. Er stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broers bekendmaakte. Hij huilde zo luid dat de Egyptenaren en het huis van de farao het hoorden.
Jozef zei tegen zijn broers: Ik ben Jozef! Leeft mijn vader nog? Maar zijn broers waren niet in staat om hem antwoord te geven, want zij waren door schrik voor hem overmand.
Jozef zei tegen zijn broers: Kom toch dichter bij me! En zij kwamen dichterbij. Toen zei hij: Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie naar Egypte verkocht hebben. Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet (in toorn) ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven. Deze twee jaren is er immers honger geweest in het midden van het land, en er (komen) nog vijf jaren waarin er geen ploegen of oogsten zal zijn. God heeft mij vóór jullie uit gezonden, om voor jullie een overblijfsel (veilig) te stellen op aarde, en jullie door een grote uitredding in leven te houden. Nu dan, niet jullie hebben mij hiernaartoe gestuurd, maar God. Hij heeft mij aangesteld als een vader voor de farao, als heer over heel zijn huis en als heerser over heel het land Egypte.

Genesis 43:26-34 en 45:1-8 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het dat broeders ook eensgezind samenwonen.
Het is als de kostelijke olie op het hoofd, die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron, die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed.
Het is als de dauw van de Hermon die neerdaalt op de bergen van Sion.
Want daar gebiedt de HEERE de zegen en het leven tot in eeuwigheid.

Psalm 133 (HSV)

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.
Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft. Want dit is de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt, dat wij elkaar (moeten) liefhebben; niet zoals Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig. Verwonder u niet, mijn broeders, als de wereld u haat.
Wij weten dat wij zijn overgegaan uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; wie zijn broeder niet liefheeft, blijft in de dood. Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.
Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven. Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn hart voor hem toesluit, hoe kan de liefde van God in hem blijven?

1 Johannes 3:9-17 (HSV).

Geen jaloersheid maar broederliefde
Josef’s onderkoninklijke mond zakte open van verbazing: hij had aan Benjamin, zijn volle broer, vijf maal zoveel mooie kleren gegeven als aan zijn overige broers, en een vijfmaal groter gerecht op zijn bord. Hoe zouden ze reageren? Jaloerse blikken? Gemom­pel? Nee, helemaal niet. De jaloers­heid van vroeger, op Josefs dromen, op zijn veelkleurige jas, was echt verdwenen. Zij gunden Benjamin de voorkeurs­behan­de­ling.

Maar Josef was er nog niet zo zeker van, dat zijn broers echt waren veranderd. Hij zond de broers terug naar hun vader, met volle zakken graan, het geld dat zij hadden betaald, en in Benjamin’s graanzak liet hij zijn zilveren beker verbergen.
Zodra de mannen vertrokken waren, liet hij hen achter­volgen en van diefstal beschuldigen. De broers reageer­den: ‘Zie, het geld dat wij boven in onze zakken vonden, hebben wij uit het land Kanaän naar u terug­gebracht! Waarom zouden wij dan zilver of goud stelen uit het huis van uw heer? Degene van uw dienaren bij wie (de beker) gevonden wordt, moet sterven; boven­dien zullen wij dan zelf slaven van mijn heer worden.’
De beker werd gevonden – bij Benjamin.

Maar de broers lieten Benjamin niet in de steek, zij reisden mee terug naar het huis van Josef. Daar hield Juda, diezelfde Juda die eens had voor­gesteld om Josef te verkopen, een hartstochtelijk pleidooi voor Benjamin en voor hun oude vader Jakob, die dit verlies niet zou over­leven.

Toen hield Josef het niet meer uit. Hij stuurde alle Egyptische bedienden weg. Hij kon zijn tranen niet meer bedwingen en riep uit: ‘Ik ben Josef! Leeft mijn vader nog?
Hij stelde zijn verschrikte broers gerust:
‘Weest nu niet verdrietig en zie er niet zo ontsteld uit, omdat jullie mij hierheen verkocht hebben, want om jullie in het leven te behouden heeft God mij voor jullie uit gezonden’
.


Superbook, Joseph and Paraoh’s Dream. Voor de Nederlandse versie zie Family7.

Facebookreacties

Wees de eerste die reageert op "Shabbats­lezingen: Geen jaloersheid maar broederliefde"

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*