Sjabbatslezingen: Een plekje om God te ontmoeten

Torahrol Na de zonde met de afgod van het gouden kalf zette Moses een tent op buiten het kamp van de Israëlieten om daar bij God voor het volk te pleiten. Hebben wij een rustige plaats om de Bijbel te lezen en tot God te bidden?

Na de zonde met de afgod van het gouden kalf zette Moses een tent op buiten het kamp van de Israëlieten om daar bij God voor het volk te pleiten. Hebben wij een rustige plaats om de Bijbel te lezen en tot God te bidden?

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Ki Tisa (Wanneer u heft) zijn:
✡ Torahlezing: 30:11 – 34:35,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 18:1-39,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: 2 Korinthe 3:1-18.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
En Mozes nam de tent en zette die voor zichzelf buiten het kamp op, een eind van het kamp vandaan; en hij noemde hem de tent van ontmoe­ting. Zo gebeurde het dat ieder die de HEERE zocht, naar de tent van ontmoe­ting moest gaan, die zich buiten het kamp bevond. Telkens als Mozes naar de tent ging, gebeurde het dat heel het volk opstond en dat ieder bij de ingang van zijn tent ging staan en dat zij Mozes nakeken tot hij de tent was binnen­gegaan. Zodra Mozes de tent binnen­ging, gebeurde het dat de wolk­kolom neer­daalde en bij de ingang van de tent bleef staan en dat (de HEERE) met Mozes sprak. En zodra heel het volk de wolk­kolom zag staan bij de ingang van de tent, stond heel het volk op en boog zich neer, ieder in de ope­ning van zijn tent.
De HEERE sprak tot Mozes van aan­ge­zicht tot aan­ge­zicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. Daarna keerde hij terug naar het kamp, maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jonge­man, week niet uit het midden van de tent.

Exodus 33:7-11 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Jaloerse bestuurders van het rijk van Meden en Perzen zochten een aanklacht tegen rijksbestuurder Daniel, maar zij konden geen enkele grond voor een aanklacht vinden. Daarop vroegen zij koning Darius ‘dat er een koninklijk besluit moet worden opgesteld en een verbod moet worden bekrach­tigd, dat al wie binnen dertig dagen een verzoek zal richten aan welke god of mens ook, behalve aan u, o koning, in de leeuwen­kuil zal worden gewor­pen. Nu dan, koning, stel het verbod op en onder­teken het bevel­schrift, dat niet veran­derd mag worden, volgens de wet van Meden en Perzen, die niet mag worden her­roe­pen. Daarop onder­te­ken­de koning Darius het bevel­schrift en verbod.
Toen Daniël te weten kwam dat dit bevel­schrift onder­te­kend was, ging hij zijn huis binnen. Nu had hij in zijn boven­vertrek open vensters in de richting van Jeru­za­lem. Op drie tijd­stip­pen per dag ging hij op zijn knieën, bad hij en dankte hij voor het aan­ge­zicht van zijn God, precies zoals hij voor­dien had gedaan.

Daniel 6:8-11 (HSV)

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
En wanneer u bidt, zult u niet zijn als de huichelaars; want die zijn er zeer op gesteld om in de syna­go­gen en op de hoeken van de straten te staan bidden om door de mensen gezien te worden. Voorwaar, Ik zeg u dat zij hun loon al hebben. Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnen­kamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader, Die in het verbor­ge­ne is; en uw Vader, Die in het ver­bor­ge­ne ziet, zal het u in het open­baar ver­gel­den. Als u bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de heide­nen, want zij denken dat zij door de veel­heid van hun woorden verhoord zullen worden.
Matteüs 6:5-7 (HSV)

Een plekje om God te ontmoeten
Al voordat de tabernakel werd gebouwd, zette Moses een tent op buiten het kamp, om daar God te ontmoeten. Na de verschrikkelijke zonde met die afgod, het gouden kalf, was Moses ver buiten de legerplaats gegaan om bij God voor het volk te pleiten. ‘Nu dan, of U toch hun zonden wil vergeven! Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt’ (32:32).
De legerplaats was te zondig geworden om daar een ontmoeting met God te hebben. Daarom bouwde Moses een tent ver buiten de legerplaats om daar, met een priesterlijk hart, God te ontmoeten en voor het volk Israël te pleiten.

Ook van Daniel lezen we, dat hij een aparte plaats had waar hij driemaal daags tot God bad. Hij was daar trouw in, ook tegen het gebod van de koning in. Was zijn God niet veel hoger en belangrijker dan koning Darius? In de tijd van Daniel ver­zet­te de heer­sende klasse zich tegen gods­dien­stig­heid. Zijn daad, om toch open­lijk te bidden, was in die situatie een gepaste daad van verzet.

Wanneer Jezus eeuwen later over het gebed spreekt, heerst er bij de religieuze Joden een sfeer van gods­dienstigheid met veel uiterlijk vertoon. Daarom zegt Hij als een gepaste reactie hierop ‘ga in uw binnen­kamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader, Die in het verbor­ge­ne is.’

Stille tijd
Hebben wij zo’n binnenkamer, een stille plek waar je niet gestoord wordt, om de Bijbel te lezen en te bidden? De apostel Petrus zocht een rustige plek op het dak (Han­de­lin­gen 10:9-10).
Wat is uw rustige plek, een kamer in huis, een bankje in het park, of achter het stuur van de auto onder­weg naar uw werk, om te bidden?

Op de website van een Katholieke kerk trof ik dit gebed aan:
Goede God,
U die mij het beste kent, ik kom even bij U, om even stil te staan en stil te worden.
Soms ben ik zo druk, dan ga ik maar door en voel ik me opgejaagd.
Maar Jezus leert ons dat we ook stil mogen worden om even op adem te komen.
Daarom bid ik U: help mij om zo af en toe even stil te staan.
Help mij, als ik heel druk ben, om het stil in mij te laten worden. Amen.

Zoals inademen en uitademen bij elkaar behoren, zo behoren lezen van de Bijbel – Gods woord tot je nemen en tot je laten spreken – en gebed – hierop naar God toe reageren – bij elkaar. Het een kan niet zonder het ander.

Er zijn twee beproefde methoden van Bijbellezen:
‘Lectio continua’, het lezen van grotere gedeel­ten, al dan niet aan de hand van een lees­roos­ter. Dit geeft je over­zicht over de continuï­teit van de Bijbel­ver­ha­len.
‘Lectio divina’, waarbij slechts een klein tekst­ge­deelte wordt gelezen, stamt uit de Bene­dic­tijnse klooster­tra­di­tie. Dit houdt in: het lezen van de tekst, erover medi­te­ren, wat deze tekst voor jou bete­kent, jouw gedach­ten over deze tekst in gebed aan God voor­leg­gen en luiste­ren naar zijn antwoord hierop, en stil worden om Gods aan­wezig­heid te ervaren en ervan te genieten.

Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad (Psalm 119:105)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Voor God is iedereen gelijk, Exodus 30,
Water, reiniging van lichaam en ziel, Exodus 30,
Reinig je voordat je tot God nadert, Exodus 30,
Wees een geur van Christus, Exodus 30,
Bemoedigd door Gods heerlijkheid, Exodus 33 en 34,
Sluit geen verbond met de heidenvolken, Exodus 34,
Een nieuw verbond door Jezus, Exodus 34.
Met dank aan Bijbels dagboek Niet alleen van brood en Evangelielanden.be.

Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Een plekje om God te ontmoeten"

Geef een reactie