De zeven namen van het Loofhuttenfeest

De kotel afgelopen week in Jeruzalem. Beeld: Israel Idoed Reizen
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone
Print Friendly, PDF & Email

Verschillende namen voor verschillende Feesten leiden ertoe dat het soms moeilijk is het een bij het ander op te tellen, bijvoorbeeld bij het Loofhuttenfeest.

Bij de bestudering van Pinksteren moet men onder anderen weten dat het in de TeNaCH (Oude Testament) meestal Feest der Weken wordt genoemd. Zo zijn er ook wel zeven namen voor het Loofhuttenfeest te vinden (NBG-terminologie): 1. het Feest der inzameling (Ex 23:16; 34:22), 2. het Loofhuttenfeest (Lev 23:34; Dt 16:13), 3. het Feest des HEREN (Lev 23:39, 41), 4. het Feest in de maand Etanim (1 Kon 8:2), 5. het Feest in de 7e maand (Neh 8:14), 6. het Feest der Joden, Loofhutten (Joh 7:2) en gewoon kortweg 7. het Feest (1Kon 8:65; 2 Kron 7:8). Vaak voegen verschillende namen iets toe.

Feest der Inzameling

Alhoewel het Feest later het Loofhuttenfeest zou worden, was het dat in eerste instantie niet. Loofhuttenfeest of Feest der Tenten, zou een gedenking worden van de 40 jaar dat Israël in tenten door de woestijn zwierf. Echter, het Feest wordt al in Exodus ingesteld en heet dan nog het Feest der Inzameling.

God geeft in Exodus aan dat er driemaal per jaar feest gevierd moet worden:

Driemaal in het jaar zult gij Mij een feest houden. [1] Het Feest der Ongezuurde Broden zult gij onderhouden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten …
Ook [2] het Feest van de Oogst, der Eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult; en [3] het Feest der Inzameling aan het einde des jaars, wanneer gij uw vruchten van de akker ingezameld hebt. Driemaal in het jaar zullen al uw mannen voor het aangezicht van de Here HERE verschijnen (Ex 23:14-17).

Driemaal per jaar, oftewel met Pascha, Pinksteren en Loofhutten. We weten dit uit de rest van de Bijbel. Het Loofhuttenfeest is dus in eerste instantie ingesteld als een oogstfeest. Dit gebeurde lang voordat Israël in het beloofde land kwam en ging oogsten! Het Wekenfeest heet hier Feest van de Oogst der Eerstelingen, en dat wordt gevierd om de oogst van gerst (mei) en tarwe (juni) te vieren. Het Feest der Inzameling viert de oogst van alle andere producten die daarna nog ingezameld worden, zoals vijgen, dadels, druiven, noten, (sep-okt), etc.

… en het Feest der Inzameling aan het einde des jaars, wanneer gij uw vruchten van de akker ingezameld hebt (Ex 23:16b)

De Feesten zijn allereerst agrarisch en richten zich op de oogsten in Erets Israël in de Oudheid. Sommigen zien die agrarische oogsten ook als symbolisch voor geestelijke oogsten. Het Wekenfeest (Pinksteren) staat dan voor de oogst van zielen in de Kerk(geschiedenis); het Feest der Inzameling (Loofhuttenfeest) staat dan voor de oogst van zielen in het Vrederijk (7e Millennium).

Twee Kalenders

Over het Loofhuttenfeest lezen we steeds dat het in de zevende maand is (Lev 23:39-41; Num 29:12; 1Kon 8:2; Eze 45:25), maar hier staat duidelijk: het Feest der Inzameling aan het einde des jaars. Er zijn twee kalenders in Israël.
Het Feest is het 7e Feest des HEREN: 1. Sabbat, 2. Pascha, 3. Dagen der Ongezuurde Broden, 4. Pinksteren (Wekenfeest), 5. Bazuinendag, 6. Grote Verzoendag, 7. Loofhuttenfeest en 8. Achtste Dag (Lev 23).

Loofhutten is dus het 7e Feest des HEREN, van 7 dagen, in de 7e maand, onder anderen voorstellende het Vrederijk van het 7e Millennium. Loofhutten is het Feest van de 7e maand, van de religieuze kalender, van de feestkalender.
Maar het Feest is ook het Feest der Inzameling aan het einde des jaars. Tishri is de 7e maand van de feestkalender, maar het is ook de 1e maand van de civiele of burgerlijke of agrarische kalender. Daarom staat hier ‘aan het einde des jaars’. Na het Feest begon de agrarische cyclus opnieuw en ging men weer ploegen; vanaf dit feest, vanaf deze maand werden de sabbatsjaren geteld, werd het jubeljaar geteld.

De oproep om driemaal per jaar voor Gods aangezicht te verschijnen, komt nog een keer voor in Exodus:

[1] Het Feest der Ongezuurde Broden zult gij onderhouden: zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten … [2] Het Feest der Weken, der Eerstelingen van de tarweoogst, zult gij vieren, en [3] het Feest der Inzameling bij de wisseling des jaars. Driemaal in het jaar zal ieder van u, die van het mannelijk geslacht is, voor het aangezicht van de Here HERE, de God van Israel, verschijnen … om voor het aangezicht van de HERE, uw God, te verschijnen driemaal in het jaar (Exodus 34:18-24).

Weer worden hier de drie feestperiodes benadrukt, ‘driemaal in het jaar’ en weer worden hier de agrarische aspecten benadrukt. Nu heet het Feest, het Feest der Inzameling bij de wisseling des jaars. Dit onderstreept de agrarische kalender. Met Tishri begint er een nieuw (agrarisch) jaar. De rest van de Bijbel volgt de religieuze kalender wanneer er data genoemd worden (1e maand, 3e maand, 7e maand, etc). Alleen de vijf data van de Zondvloed zijn ook op deze agrarische, civiele kalender. De Zondvloed begint dan ook in de 2e maand (=8e maand, Cheshvan), die ook wel Bul genoemd wordt (1 Kon 6:38) (Zondvloed is Mabul). De maand na het Feest is meestal de maand dat de regens beginnen.

Opbrengst ingezameld

De inzameling van de dorsvloer en perskuip wordt ook nog in de volgende verzen benadrukt:

Doch op de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer gij de opbrengst van uw land inzamelt, zult gij zeven dagen het feest des HEREN vieren; op de eerste dag zal er rust zijn en op de achtste dag zal er rust zijn (Lev 23:39).

Het Feest wordt hier ook duidelijk Chag Adonai, Feest des HEREN, genoemd. Niet Joods Feest of Bijbels Feest, maar Chag Adonai, Feest des HEREN.
De inzameling van de perskuip staat ook vermeld: Het Loofhuttenfeest zult gij zeven dagen vieren, wanneer gij de opbrengst hebt ingezameld van uw dorsvloer en van uw perskuip (Deuteronomium 16:13).

Leviticus 23

In Leviticus 23 krijgt het Feest twee andere namen: Feest des HEREN (Chag Adonai) en Loofhuttenfeest (Chag haSoekot).

Wat Exodus 20 voor de Sabbat en de Tien Geboden is, dat is Leviticus 23 voor Gods Feesten. De term Mo’adej Adonai (Feesttijden des HEREN) komt er vier keer voor en Chag Adonai (Feest des HEREN) twee keer. Dit geeft duidelijk aan dat het Gods Feesten zijn. Bij de uitverkiezing van een ander volk zou God dezelfde feesten gegeven hebben, het zijn namelijk Zijn Feesten. Vanwege het feit dat God ze aan Israël geeft in de Bijbel en Joden ze niet losgelaten hebben, zijn ze ook wel Bijbelse of Joodse Feesten gaan heten. Maar in allereerste plaats zijn het Gods Feesten en daarom universeel. God maakt er zijn plannen mee bekend.

Loofhuttenfeest (Lev 23):

33 En de HERE sprak tot Mozes:
34 Spreek tot de Israëlieten: Op de vijftiende dag van deze zevende maand begint het Loofhuttenfeest voor de HERE, zeven dagen lang.
35 Op de eerste dag zal er een heilige samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten.
36 Zeven dagen zult gij de HERE een vuuroffer brengen; op de achtste dag zult gij een heilige samenkomst hebben en de HERE een vuuroffer brengen; het is een feest, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten …
39 Doch op de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer gij de opbrengst van uw land inzamelt, zult gij zeven dagen het feest des HEREN vieren; op de eerste dag zal er rust zijn en op de achtste dag zal er rust zijn.
40 Op de eerste dag zult gij vruchten van sierlijke bomen nemen, takken van palmen en twijgen van loofbomen en van beekwilgen, en gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht van de HERE, uw God, zeven dagen lang.
41 Gij zult het als een feest des HEREN vieren zeven dagen in het jaar, een altoosdurende inzetting voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren.
42 In loofhutten zult gij wonen zeven dagen; allen die in Israel geboren zijn, zullen in loofhutten wonen,
43 opdat uw geslachten weten, dat Ik de Israëlieten in hutten heb doen wonen, toen Ik hen uit het land Egypte leidde: Ik ben de HERE, uw God (Lev 23: 33-43).

Hierin staat over het Feest:

-Feest begint met volle maan
-Zoals Ongezuurde Broden
-Van 15e tot 21e
-Het woordje chag wordt gebruikt, feest
-Zeven dagen lang
-Eerste dag Heilige Samenkomst
-Eerste dag, jaarlijkse sabbat
-Zeven dagen offeren
-Achtste Dag, weer samenkomst, weer jaarlijkse sabbat (sabbaton), vastgeplakt aan het Loofhuttenfeest
-Zevende maand wordt beschouwd als einde van de oogst
-Loofhuttenfeest is Feest des HEREN
-Sabbaton (rust) op 1e en 8e dag
-Takken van bomen, palmen en wilgen halen om vrolijk mee te zijn (lulav?)
-Altoosdurende inzetting
-Zeven dagen in zevende maand
Soekot: hutten of tenten

Sinds de tijd van Ezra zijn Joden dit Feest gaan vieren door hutjes van takken te maken. Dit staat echter niet letterlijk zo in Leviticus, daar worden de takken van bomen in verband gebracht met vreugde bedrijven voor de Here. Vanwege het Joodse gebruik is het Feest Loofhuttenfeest in het Nederlands en Laubhüttenfest in het Duits gaan heten. Dit geeft een verkeerd beeld alsof er perse een hut van looftakken gemaakt moet worden. In het Hebreeuws staat er Soekot, daken, bedekkingen, van het werkwoord sakak, bedekken.

Jakob maakte bij Sukkot tenten (hutten) voor zijn vee: Maar Jakob brak op naar Sukkot en hij bouwde zich daar een huis, en voor zijn kudde maakte hij hutten <soekot, 05521>. Daarom noemde hij die plaats Sukkot (Gen 33:17).
Hier komt soekot voor het eerst in de Bijbel voor en Jakob maakte hutten/tenten voor zijn vee. Nou had dat vee er dus niets aan, als dat hutten waren met dichte muurtjes en open daken … het waren zeer zeker dichte daken, tegen de zon en tegen de regen. Een open zijkant geeft niet. Het is een Joodse traditie geworden om soekot te maken van muurtjes met een open dak, zodat men de hemel kan zien. Traditie, maar niet echt Bijbels, want God zegt: opdat uw geslachten weten, dat Ik de Israëlieten in hutten heb doen wonen, toen Ik hen uit het land Egypte leidde …

Uittocht in tenten

Maar de Israëlieten leefden in tenten tijdens de uittocht, niet in bouwsels van takken. Het waren geen huizen, maar wel tenten (ohel, 0168), die beschutting boden tegen zon en regen. Tientallen verzen (Ex-Deut) geven aan dat de Israëlieten in tenten woonden:

Dit is wat de HERE geboden heeft: verzamelt ervan naar ieders behoefte; ieder van u kan voor zijn tentgenoten <0168> een gomer per hoofd nemen, naar gelang van het zielental (Ex 16:16).
Wanneer Mozes uitging naar de tent <0168>, stond het gehele volk op en ging staan, ieder aan de ingang van zijn tent <0168>, en zij zagen Mozes na, totdat hij de tent <0168> was binnengegaan (Ex 33:8).
Toen Mozes het volk, geslacht aan geslacht, hoorde wenen, ieder aan de ingang van zijn tent <ohel, 0168>, ontbrandde de toorn des HEREN hevig, en het was kwaad in de ogen van Mozes (Num 11:10).

De Israëlieten zijn dus helemaal niet uitgeleid in bouwsels van ‘loof’, maar in tenten! Soekot zijn dus ook gewoon tenten!

Daarom prefereer ik de Engelse en Franse namen van het Feest: the Feast of Tabernacles, la Fête des Tabernacles (Feast of Tents, BBE, Bible in Basic English). Soekot slaat op tijdelijke woningen, in contrast met vaste, definitieve, huizen in een stad. Abraham, Izak en Jacob woonden ook in tenten, ze hadden geen vaste woonplaats:

Door het geloof heeft [Abraham] vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is (Heb 11:9-10). Het wonen in tenten is gelijk ook een metafoor voor ons aards bestaan (2 Cor 5:4).

Op de plaats die God kiest …

In de woestijn was het Feest nog toekomstmuziek. God zou in het beloofde land een plaats van samenkomst geven, God zou zelf de plaats uitkiezen:

13 Het loofhuttenfeest zult gij zeven dagen vieren, wanneer gij de opbrengst hebt ingezameld van uw dorsvloer en van uw perskuip. 14 Gij zult u verheugen op uw feest, gij met uw zoon en uw dochter, uw dienstknecht en uw dienstmaagd, met de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe, die binnen uw poorten wonen. 15 Zeven dagen zult gij feest vieren ter ere van de HERE, uw God, op de plaats die de HERE verkiezen zal; want de HERE, uw God, zal u zegenen in heel uw oogst en in al het werk uwer handen, zodat gij waarlijk vrolijk kunt zijn. 16 Driemaal per jaar zal ieder die onder u van het mannelijk geslacht is, voor het aangezicht van de HERE, uw God, verschijnen op de plaats die Hij verkiezen zal: op [1] het Feest der Ongezuurde Broden, op [2] het Feest der Weken en op [3] het Loofhuttenfeest. Maar hij zal dan niet met lege handen voor het aangezicht des HEREN verschijnen: 17 ieder naar zijn vermogen, naar de zegen die de HERE, uw God, u gegeven heeft (Deuteronomium 16:13-17).

En Mozes gebood hun: Na verloop van 7 jaar, op … het Loofhuttenfeest … op de plaats die Hij verkiezen zal, zult gij deze wet [Deuteronomium] ten aanhoren van geheel Israël voorlezen. Roep het volk tezamen, mannen, vrouwen en kinderen … opdat zij ernaar horen en de HERE, uw God, leren vrezen en al de woorden dezer wet naarstig onderhouden, en opdat hun kinderen, die er niet van weten, het horen en de HERE, uw God, leren vrezen … (Dt 31:10-13).

Bert Otten is schrijver van Waarheid & Vrede, een gratis Bijbelstudietijdschrift. Klik hier om het blad vrijblijvend te proberen of vul onderstaand formulier in.

Ontvang nu gratis het Bijbelstudieblad Waarheid & Vrede:

* verplicht veld
Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "De zeven namen van het Loofhuttenfeest"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*