In de ondergrondse schuilplaatsen in Huqoq in Galilea, waar we vorige week kennis mee maakten, is diep onder de grond een zeldzame schat van 22 bronzen munten gevonden. Ze blijken te dateren uit de Derde Joodse Opstand, berichtte de Israëlische Oudheidkundige Dienst.
Onderzoekers konden de munten nauwkeurig dateren, omdat ze de beeltenissen dragen van de Romeinse keizers Constantius II en Constans I, twee van de drie zonen van Constantijn de Grote, die het rijk na zijn dood in 337 n.Chr. verdeelden. De ontdekkers van de schat dachten aanvankelijk, dat de munten dateerden uit een van de twee bekendere opstanden, in 66-73 en 132-135, de Bar Kochba-opstand.
Het lijkt erop, dat de mensen die de munten zorgvuldig verborgen, hoopten terug te keren wanneer de dreigende gevechten voorbij zouden zijn.
De ontdekking van deze munten, door vrijwilligers bij de opgravingen, toont duidelijk aan, dat ook de Joden in Galilea betrokken waren bij de Derde Joodse opstand tegen de Romeinen, die in het jaar 351 in Tzippori in Galilea uitbrak. Ook bij die opstand werd dus gebruik gemaakt van de al enkele eeuwen bestaande, vanuit een watercistern gegraven ondergrondse schuilplaatsen.
Historici gaven deze opstand de naam Gallus-opstand, naar Constantius Gallus, die in die periode namens de keizer over de oostelijke provincies regeerde. Er is maar weinig bekend over hoe de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld, aangezien de opstand slechts kort wordt vermeld door enkele Romeinse auteurs. De priester Hieronymus schreef kort over deze Joodse opstand, die in Tzipori begon maar snel werd verpletterd door de Romeinen.
Er bestaat weinig archeologisch bewijs voor deze opstand. Omstreeks tien jaar na de opstand, in het jaar 363, schokte een zware aardbeving het land Israël, en verwoestte veel steden en dorpen. Als gevolg hiervan is het vaak moeilijk in archeologische vindplaatsen te bepalen wat verwoest is door de opstand en wat door de aardbeving.
De opstand maakte geen einde aan het Joodse leven in Huqoq. Daarvan getuigt een van de mooiste synagoges, die de Joden in Huqoq enkele tientallen jaren later bouwden. Hij was versierd met prachtige mozaïekvloeren, zie Archeologie: Barak en Debora vereeuwigd in mozaïekvloer. Dit wijst erop, dat de gemeenschap niet alleen herstelde na de opstand, maar bloeide en welvarend genoeg was om zo’n schitterende synagoge te bouwen.
Het Joods Nationaal Fonds (KKL-JNF) ontwikkelt de vindplaats Huqoq met de resten van de synagoge en de schuilplaatsen en zal deze in de komende jaren openen voor het publiek.
Bronnen: The Times of Israel, TPS, UWI.


Wees de eerste die reageert op "Archeologie: Huqoq (3), Bronzen munten van Derde Joodse Opstand"