Een mens heeft op zijn tijd rust nodig, om op adem te komen na het werk. Dat heeft God in zijn wijsheid opgedragen. Ook het land heeft tijden van rust nodig, om zich te herstellen. De mineralen verminderen, en de oogst loopt terug.
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Behar (Op de berg) en Bechoekotai (In mijn verordeningen) zijn:
✡ Torahlezing: Leviticus 25 – 27,
✡ Profetenlezing: Jeremia 16:19 – 17:14,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Lukas 4:16- 22 en Mattheus 22:1-14.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Gedeelten uit de Torahlezing
Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor de HEERE.
De HEERE sprak tot Mozes bij de berg Sinaï: Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u gekomen bent in het land dat Ik u geven zal, dan moet het land rust krijgen, een sabbat voor de HEERE. Zes jaar mag u uw akker bezaaien, zes jaar mag u uw wijngaard snoeien en de opbrengst ervan inzamelen. Maar in het zevende jaar moet het voor het land sabbat zijn, een periode van volledige rust, een sabbat voor de HEERE. Uw akker mag u niet bezaaien en uw wijngaard mag u niet snoeien.
Wat er na uw laatste oogst nog opkomt, mag u niet oogsten, en de druiven van uw ongesnoeide wijnstok mag u niet plukken. Het is een jaar van volkomen rust voor het land. De opbrengst van de sabbat van het land zal voor u als voedsel dienen: voor u en uw slaaf en uw slavin, uw dagloner en uw bijwoner, die bij u als vreemdeling verblijven. Ook voor uw vee en voor de wilde dieren die in uw land leven, mag heel de opbrengst ervan als voedsel dienen.
Leviticus 23:3, 25:1-7 (HSV).
Een gedeelte uit de Profetenlezing
Zedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem. Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, zijn God, en hij vernederde zich niet voor de ogen van de profeet Jeremia, die sprak op bevel van de HEERE. Bovendien kwam hij in opstand tegen koning Nebukadnezar, die hem een eed had laten afleggen bij God. Hij was halsstarrig,en verstokte zijn hart, zodat hij zich niet bekeerde tot de HEERE, de God van Israël.
Verder pleegden alle leiders van de priesters en het volk op grote schaal trouwbreuk, overeenkomstig alle gruweldaden van de heidenvolken. Zij verontreinigden het huis van de HEERE, dat Hij geheiligd had in Jeruzalem.
De HEERE, de God van hun vaderen, zond hun vroeg en laat waarschuwende woorden door de hand van Zijn boden, want Hij wilde Zijn volk en Zijn woning sparen. Maar zij spotten met de boden van God, verachtten Zijn woorden en maakten Zijn profeten belachelijk, tot de grimmigheid van de HEERE tegen Zijn volk zo hoog opsteeg dat er geen genezing meer mogelijk was.
Toen deed Hij de koning van de Chaldeeën tegen hen optrekken, die hun jongemannen in het huis van hun heiligdom met het zwaard doodde. Hij spaarde de jongemannen, de meisjes, de ouderen en de stokouden niet. God gaf hen allen in zijn hand. Alle voorwerpen van het huis van God, de grote en de kleine, de schatten van het huis van de HEERE en de schatten van de koning en zijn vorsten: dat alles bracht hij naar Babel.
Zij verbrandden het huis van God, en braken de muur van Jeruzalem af. Ook alle paleizen van Jeruzalem verbrandden zij met vuur, zodat alle kostbare voorwerpen ervan te gronde werden gericht.
En wie overgebleven was van het zwaard, voerde hij weg naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, tot het koninkrijk van Perzië ging regeren, om het woord van de HEERE, bij monde van Jeremia gesproken, te vervullen, totdat het land behagen zou scheppen in zijn sabbatsjaren. Het rustte al de dagen van de verwoesting, totdat de zeventig jaar vervuld waren.
2 Kronieken 36:11-21 (HSV)
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
De een acht de (ene) dag boven de (andere) dag, maar de ander acht al de dagen (gelijk). Laat ieder in zijn eigen geest ten volle overtuigd zijn. Wie de dag in ere houdt, houdt (hem) in ere voor de Heere, en wie de dag niet in ere houdt, houdt (hem) niet in ere voor de Heere.
U echter, wat oordeelt u uw broeder? Of ook u, wat minacht u uw broeder? Wij zullen immers allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden. Want er staat geschreven: (Zo waar als) Ik leef, zegt de Heere: Voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God belijden. Zo zal dan nu ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God. Laten wij dan niet langer elkaar oordelen, maar oordeel liever dit: de broeder geen aanstoot of oorzaak tot struikelen te geven.
Romeinen 14:5-6a en 10-13 (HSV)
Rust voor de mens en voor het land
Een mens heeft op zijn tijd rust nodig, om op adem te komen na zijn of haar werk. Dat heeft God in zijn wijsheid ons opgedragen. Rusten in de nacht, een dag vrij in de week, een paar weken vakantie per jaar, en bij sommige werkgevers kun je sparen voor een ‘sabbatical’, een aantal maanden vrij.
Met die wekelijkse vrije dag is in het verleden wel eens geëxperimenteerd. Na de Franse Revolutie werd in 1793 een alternatieve kalender ingevoerd, gebaseerd op het metrieke stelsel. De maand werd verdeeld in drie ‘decades’ van tien dagen. Blijkbaar was één vrije dag per decade toch te vermoeiend, want negen jaar later werd de week weer ingevoerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren veel vliegtuigen en wapens nodig. In de Amerikaanse oorlogsindustrie werden veel vrouwen ingezet, die 10 uur per dag en zeven dagen per week moesten werken. Maar veel vrouwen hielden die lange werktijden niet vol, of wilden vaker bij hun kinderen zijn. Het gevolg was, dat de productiviteit daalde. Dus toch maar een rustdag…
Net zoals de Israëlieten (en wij) heeft het land perioden van rust nodig om te herstellen. Na zes jaar moet je het land een jaar lang met rust laten, en niet bewerken. De bodem heeft duidelijk baat bij deze gewoonte. Het houden van zo’n sjabbatsjaar betekent ook het erkennen van het feit, dat de grond en alle gewassen aan God toebehoren, en dat Hij ze overvloedig schenkt aan zijn volk.
Onze voorouders hadden al bemerkt, dat door het te lang bebouwen van de grond uitputting ontstaat door gebrek aan mineralen. Hierdoor loopt de oogst terug in omvang en kwaliteit. In de vroege middeleeuwen was in West-Europa het tweeslagstelsel in gebruik: een jaar graan, en een jaar braak laten liggen. Dit werd al snel, rond het jaar 750, vervangen door het drieslagstelsel: 1 Wintergraan (tarwe, rogge), 2 Zomergraan (gerst, haver en veevoer), 3 Braak laten liggen.
Heeft Israël zich gehouden aan het sjabbatsjaar voor de grond? Niet echt. ‘De Israëlieten hielden zich 490 jaar lang niet aan het voorschrift ten aanzien van het sabbatsjaar – een jaar van rust na elke periode van 7 jaar arbeid, en ook een rustjaar wat betreft het bewerken van het land’, schreef Gerrid Setler op de website Oude Sporen. ‘Telkens na 7 jaarweken – 49 jaar – brak het 50e jaar aan, het heilige jubeljaar. In dat jaar kreeg het land en kregen al haar inwoners rust. Iedereen, die door zijn schuldeisers als slaaf was verkocht, werd vrijgelaten, herkreeg zijn bezittingen en keerde terug naar zijn familie.
We lezen nergens in de Bijbel dat de Israëlieten de wetten ten aanzien van de sabbatsjaren en het jubeljaar gehouden hebben. Daarom werden ze gevankelijk weggevoerd en bleven ze 70 jaar lang in ballingschap. Want ze hadden 490 jaar lang geen sabbatsjaar gehouden, dus in totaal 70 jaar. Zo kreeg het land ten slotte toch de benodigde rust.’
Na de ballingschap stelde de rabbijnen als reactie zeer stikte regels op met verboden werkzaamheden voor o.a. de sjabbat. Jezus ging hier niet in mee, als teken van de verlossing van de schepping heeft Hij juist op de sjabbat mensen genezen en gebondenen bevrijd.
In de 24-uurs economie van het oude Rome bestond geen vrije dag. Voor de arme bevolking gold: een dag niet werken, is een dag geen geld en geen eten. Daarom liet Paulus de mensen vrij in het houden va de sjabbat.
En wat geldt er voor ons? Een dag rust in de week is goed voor ziel en lichaam. Vraag maar aan God welke dag dat voor u mag zijn.
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Wij hebben hier geen blijvende stad, Leviticus 25,
Van wie is het land?, Leviticus 25,
’Want het land is van Mij’, Leviticus 25,
Help je broeder in problemen, Leviticus 25,
Aan jullie is de keuze, Leviticus 26,
Ongehoorzaamheid leidt tot ballingschap, Leviticus 26,
Ontferming na schuld-belijden, Leviticus 26,
Doe geen overhaaste beloften, Leviticus 27.
Bronnen o.a. Andere Tijden, Historiek. Oude Sporen.


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Rust voor de mens en voor het land"