Jezus raakte in de Samaritaanse stad Sichem, of Sichar zoals deze stad toen werd genoemd, in gesprek met een vrouw. Hij was met zijn leerlingen onderweg naar Jeruzalem, en rustte uit bij een waterput. Die put was zeer oud, uit de tijd van Jakob.
In Johannes 4:4-8 lezen we ‘En (Jezus) moest door Samaria gaan. Hij kwam dan bij een stad in Samaria, Sichar genoemd, dicht bij het stuk grond dat Jakob zijn zoon Jozef gegeven had. En daar was de bron van Jakob. Jezus nu ging, vermoeid van de reis, bij de bron zitten. Het was ongeveer het zesde uur. Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zei tegen haar: Geef Mij te drinken. Want Zijn discipelen waren weggegaan naar de stad om voedsel te kopen.’
In Genesis 33:19 en Jozua 24:32 lezen we, dat Jakob daar een stuk grond had gekocht en aan de kinderen van zijn zoon Jozef had gegeven.
Op de plaats van de put staat nu een kerk, en eerder heeft er een kerk van de Kruisvaarders gestaan, en daarvoor stond er een Byzantijnse kerk. Een stukje van de mozaïekvloer van die kerk is te bewonderen in de huidige kerk. De kennis, dat dit de originele waterput is, die gegraven is door Jakob en zijn zonen, is eeuwenlang doorgegeven door de bewoners van de plaats.


Wees de eerste die reageert op "Archeologie: Sichem (2) De bron van Jakob"