De relatie van het noordelijke Israël en het zuidelijke Juda was niet zo best. Regelmatig was er strijd, werden steden veroverd en verwoest, en werd hulp van Syrië tegen het broedervolk ingeroepen. Syrië legde het winnen van een veldslag vast op een stele.
We lazen de vorige keer in het verslag van reisgids Nosson Shulman, hoe koning Jerobeam van het noordelijke rijk Israël in Dan en Bethel een tempel en altaar oprichtte, gewijd aan een gouden kalf. Dit leidde uiteindelijk tot de verwoesting van Israël doordat het volk verviel tot afgoderij. Zijn zoon werd afgezet door Basha, die het huis van Jerobeam uitroeide.
Basa raakte vervolgens in oorlog met Asa, de koning van Juda. Basa veroverde Rama, een stad in Juda, en bouwde een versterkte toren die de handel in Jeruzalem zou hebben lamgelegd. Asa stuurde smeergeld naar Ben-Haddad, de koning van Aram, om de steden van Basha aan te vallen: ‘Benhadad luisterde naar koning Asa, en stuurde de bevelhebbers van de legers die hij had, op de steden van Israël af, en hij versloeg Ijon, Dan, Abel Beth-Maächa en heel Kinneroth, met heel het land van Naftali.’ (1 Koningen: 15:20). Zo werd Dan werd verwoest en Basha trok zich terug uit het gebied van Juda.
Onder de beruchte koning Achab werd de stad herbouwd, en deze bereikte haar hoogtepunt met uitgebreide bouwprojecten, waar toeristen vandaag de dag nog steeds doorheen lopen. De meeste goed bewaarde ruïnes die we zagen, stammen inderdaad uit deze periode.
Net buiten de stadspoort, waar veel handel plaatsvond, stond een altaar voor reizigers. In de oudheid gold immers: hoe minder buitenstaanders je in je stad toelaat, hoe beter. Naast dit altaar werd een van de grootste archeologische vondsten uit de wereldgeschiedenis ontdekt: de oudste inscriptie op een ongeveer 2800 jaar oude stele, die het ‘Huis van David’ vermeldt.
Deze stele werd gemaakt in opdracht van de in de Bijbel vermelde koning Hazaël van Aram. Jaren eerder had de profeet Elisa terecht voorzegd dat hij koning zou worden (zie 2 Koningen 8:7-15).
De stele beschrijft de overwinning van koning Hazaël in een enorm gevecht met strijdwagens op de alliantie van koning Joram van Israël (wiens vader Achab Dan bouwde) en koning Ahazia van Juda. Deze gebeurtenissen worden expliciet genoemd in 2 Koningen 9:24-27 en 2 Kronieken 22:5-9.
Toen op de stele de inscriptie werd gevonden die verwees naar het ‘Huis van David’, stonden verschillende minimalistische Bijbelgeleerden, die ten onrechte beweerden dat koning David net zo fictief was als koning Arthur, perplex. Zelfs in de seculiere academische wereld is de algemene consensus tegenwoordig, dat deze stele verwijst naar het huis van koning David.
In de 6e eeuw v.Chr. viel Tiglath-Pileser III, koning van Assyrië, het koninkrijk Israël binnen en verwoestte Dan (zie 2 Koningen 15:29). In de Griekse tijd bleef de cultusplaats in gebruik. Een tweetalige Grieks-Aramese inscriptie, die bij het hoofdaltaar werd gevonden, luidt: ‘aan de god die in Dan is’. Dit heeft archeologen geholpen om de plaats met zekerheid te identificeren.
In de Romeinse tijd werd de plek verlaten. In de 19e eeuw werd er een molen gebouwd, die de sterke waterstromen van de Dan-rivier gebruikte om twee molenstenen aan te drijven waarmee meel werd gemalen. De molen werd in 1948 verlaten toen Dan een militaire buitenpost van het Israëlische leger werd. De Syrisch-Libanese grens lag aan de overkant, waardoor het te gevaarlijk was voor burgers om er heen te gaan.
Bron o.a.: United with Israel. Zie ook: Biblewhere, Wikipedia, , National Parks.


Wees de eerste die reageert op "Archeologie: Tel Dan (3) Stele vermeldt ‘Huis van David’"