Het tellen van Pésach

a large number of numbers are arranged in rows
Instant Images

Voor veel gelovigen staan de feesten Pésach en Sjawoe’ot op zichzelf. Pésach als herdenking van Isra‘Els bevrijding uit de slavernij en/of het lijden, sterven en de opstanding van de Here Jezus. Pinksteren zou gaan over het ontvangen van de Torah en/of de Heilige Geest. Maar weinigen staan er bij stil dat de twee feesten een direct verband met elkaar hebben, waardoor Sjawoe’ot in Bijbelse zin een andere betekenis moet hebben. Wat staat daarover in de Bijbel?

Velen weten niet dat Pésach feitelijk over het vrijwaren van Gods oordeel gaat (Ex 12:13-14), terwijl de meesten denken dat het alleen een bevrijdingsfeest[1] is (Ex 3:8; Dt 5:15). Eigenlijk gaat Pésach om het gedenken van beiden zaken[2]. Deze gewichtige zaken verklaren waarom Pésach centraal staat in het Godsdienstige jaar. Sterker, het bepaald zelfs dat hele jaar, zoals hieronder zal blijken. Maar omdat Pésach Gods optreden in de geschiedenis herdenkt draagt Hij Zijn volk op om te tellen. Waar staat dit in de Bijbel en waarom is dit zo?

Godsdienstig jaar
In Bijbelse zin moet elk jaar aan God gewijd zijn en wordt het dus ingedeeld voor de dienst aan Hem. God heeft verordineert dat de jaartelling start in verband met de uittocht uit Mitsrajim (Egypte; Ex 12:2). Opvallend is dat in dit bevel niets over een ‘jaar’ wordt gezegd, maar over ‘maanden’[3]. Dit moet toch wel opgevat worden als een indirecte opdracht om elke nieuwe maand (Ro‘sj Chodesj) te gedenken (Num 28:11)[4].

Tellen voorafgaande aan Pésach
Het woord Pésach betekent voorbijtrekken. Waarvan? Van het oordeel Gods over Mitsrajim (Ex 12:23). Dit vergt echter voorbereiding. Voor de 10de dag van de eerste maand kregen de Isra‘Eliem het bevel om een dier uit het kleinvee te nemen (Ex 12:3)[5]. Maar om die 10de dag te bepalen moet er dus geteld worden vanaf de dag die God als ‘het begin van de maanden’ had vastgesteld; de eerste dag van de eerste maand van het Godsdienstige jaar. Vervolgens moest dit slachtdier op de avond van de 14de op de 15de (Ex 12:6). Dat betekent dus opnieuw tellen voorafgaande een Pésach.

Tellen vanaf Pésach
Pésach moet zeven dagen (een week) gevierd worden. Dus alweer tellen. Maar pas bij de instelling van Sjawoe’ot (Wekenfeest) wordt expliciet ‘tellen’ (Hebr: sefar) genoemd (Lev 23:15). Maar aan het tellen vanaf Pésach werd in het Nieuwe Verbond ook een nieuw aftellen naar een dag toegevoegd. Namelijk het tellen tot aan Hemelvaartsdag (Hand 1:3)[6].

Waarom tellen?
Tellen is een onderwerp dat nogal eens gebeurt in opdracht van God. Het is een bezigheid die als chol (dagelijks/ongewijd) wordt opgevat, maar in opdracht van God is het eigenlijk toch als een gewijde bezigheid te zien die tijd reserveert voor dingen van Hem. Dat tellen komt vooral tot uitdrukking als het in verband staat met de Bejt Hammiqdosj (Tempel; Ezechiël 40).

Tellen staat in verband met (op)meten, de omvang of hoeveelheid van iets bepalen en meten. Tellen, hoewel het als handeling accuraat moet gebeuren, is niet zozeer belangrijk op zichzelf, maar het heeft een doel. Dat doel staat in verband met Zijn plan en de dingen van Hem. Het betrekt gelovigen bij Hem. Hij wil hen er iets mee duidelijk maken.

Verder is er nog het aspect dat het overzicht geeft. Daardoor gebruikt God het ook als voorbeeld van dingen die voor mensen niet bedoeld of onmogelijk zijn om overzicht over te krijgen (Gen 15:5; Hos 1:10; Opb 7:9). Soms is tellen zelfs juist niet Gods wil en zijn er negatieve gevolgen als dat toch gebeurt (2 Sam 24:1, 10, 15).

Betekenis Sjawoe’ot
Uit bovenstaande – het tellen na Pésach – moet begrepen worden dat Sjawoe’ot niet een op zichzelf staand feest is, zoals echter wel over het algemeen wordt aangenomen. Doordat God opdraagt af te tellen naar dit feest dat het juist direct verbonden is met Pésach. Zo wordt immers de hele periode van 7 weken (inclusief de Pésachweek waarin het aftellen naar Sjawoe’ot begon) een Pésach herdenkingsperiode. Sjawoe’ot is ingesteld om die lange herdenkingsperiode van 7 * 7 dagen (een volheid) af te sluiten door op de dag erna (de 50ste dag; ook een volheid (5 * 10)) een feest te houden (Lev 23:15-16). Door dit directe verband met Pésach is het dan ook juist om op die feestdag opnieuw voor één dag de regels van Pésach te herhalen[7].

Opvallend is dat Sjawoe’ot geen ’atsérét (afsluitingsfeest) wordt genoemd, zoals de dag na het Soekotfeest (Lev 23:36)[8]. Dat toont dat zelfs na het afronden van de 7 weken na Pésach en de Jom Sjabbat die erop volgt (de 50ste dag; Sjawoe’ot) het herdenken van Pésach in het godsdienstige jaar nog niet is afgerond. In de Sjabbatsmaand (de zevende maand), aan het einde van het jaar wordt op het herdenken van Pésach weer teruggekomen met het Soekotfeest[9].

Eigenlijk is er in Bijbelse zin dus maar één hoogfeest in het Godsdienstige jaar: Pésach. De twee andere feesten, Sjawoe’ot en Soekot, komen immers eigenlijk op Pésach terug. Maar er is een sterker parallel tussen Pésach en Soekot dan tussen Pésach en Sjawoe’ot, want Pésach en Soekot duren beiden een week. Sjawoe’ot is dus eigenlijk het feest dat de lange periode van Pésach (6 weken na het eigenlijke Pésachfeest) afrond. Maar dus niet afsluit.

Latere invulling Bijbelse feesten
Hoewel de dominante overtuiging is dat de Bijbelse hoogfeesten gekoppeld zijn aan de landbouw (oogstfeesten) en de eredienst van het centrale heiligdom, is dit toch echt onjuist.

Het oogstfeestverband moet een achteraf verband zijn omdat het pas aan de Bijbelse hoogfeesten kon worden verbonden nadat Isra‘El zich 40 jaar na de Uittocht had gevestigd in het hun beloofde Land. Toen Isra‘El in de woestijn verbleef had het in principe alleen manna en vogels die gegeten konden worden[10]. Het kon dus toen pas verbonden worden met de viering van deze feesten in het centrale heiligdom; het offeren van een deel van de oogst aan God[11].

Ook gaf God in Mitsrajim het bevel voor het vieren van Pésach. Toen bestond er nog helemaal geen centraal heiligdom. Dat werd pas bij de berg Chorev aan Mosjéh geopenbaard (Ex 25:8-9).

Nog veel later werd beweerd dat Sjawoe’ot de herdenking moest zijn van het ontvangen van de Torah[12]. In het verlengde van deze herinterpretatie gingen christen er ook vanuit dat dit feest alleen bedoeld was om de eerste uitstorting van de Heilige Geest te vieren (Hand 2:1-4). Dat deze later verzonnen verbanden nogal twijfelachtig zijn blijkt, omdat:
• Dit niet zo word bepaald in de Bijbel
• Het helemaal niet duidelijk is op welke dag de Isra‘Eliem na de uittocht bij de berg Chorev aankwamen en wanneer dus de verbondssluiting en het ontvangen van de bijbehorende Torah gebeurde
• God heeft bepaald dat Sjawoe’ot moet worden gevierd door het tellen na Pésach (exact op de dag na de 7 weken) is bepaald en dus niet op zichzelf staat en dus ook geen zelfstandige betekenis heeft, anders dan diens directe verband met Pésach

Sjabbat blijft lijdend
Hoe belangrijk Pésach ook mag wezen, dit feest moet toch ‘buigen’ voor het belangrijkste Bijbelse feest; Sjabbat. Zo zelfs dat de eerste en zevende dag Pésach allebei Jom Sjabbaton zijn. Ook mag het tellen vanaf Pésach pas beginnen na de eerste dag ervan wat een Jom Sjabbaton is. Deze eerste feestdag mag dus niet geteld worden, omdat het een volkomen Jom Sjabbaton is (Lev 23:15).

Bijnaam voor het tellen na Pésach
Omdat op de eerste dag Pésach een schoof (’omér) aan God getoond moest worden (Lev 23:15-16), door die voor Zijn Aangezicht te bewegen, kreeg het tellen na Pésach in populaire zin tegenwoordig de onjuiste bijnaam ’omér-telling.

+++
[1] Voor Joden de bevrijding van de slavernij in Mitsrajim en voor christenen de bevrijding van de zonde.
[2] Eigenlijk volgt bevrijding op het vrijwaren van Gods oordeel, dus dan nog is het vooreerst een vrijwaringsfeest.
[3] Het oude Mitsrajim kende een kalender met 12 maanden, net zoals andere grote beschavingen in het Midden-Oosten van de tijd van de uittocht.
[4] Dit werd later door een Torahbepaling bevestigd (1 Kr 23:31; Ezra 3:5).
[5] Christenen willen dit, vanuit hun christocentrisme, alleen maar opvatten als een lam, terwijl de grondtekst zo specifiek of inperkend niet is.
[6] Dit kan als belangrijk argument worden gezien dat de Mozaïsche Torah geïncorporeerd is in die van het Nieuwe Verbond en dat het navolgen van Torah dus voor alle gelovigen geldt (Joods of niet).
[7] Ongezuurd en ongedesemd eten nuttigen, zoals Matzes.
[8] In de Talmoed wordt Sjawoe’ot echter wel onjuist ’atsérét – afsluiting (van Pésach) genoemd.
[9] Eigenlijk is de eerste maand van het Godsdienste jaar dat start met de r‘osj chodesj voorafgaande aan Pésach parallel met de Sjabbatsmaand. Die zevende maand begint met een bijzondere r‘osj chodesj voorafgaande aan Soekot; Jom Teroe’ah. Beiden maanden hebben een belangrijk moment op de 10de van de maand en beiden hebben een feest dat aanvangt bij volle maand (15de van de maand).
[10] Hoewel er een vermoeden is vanuit de grondtekst dat de Isra‘Eliem door het hun opgelegde lange verblijf in de woestijn toch al begonnen met landbouw activiteiten. Ook hadden sommigen natuurlijk ook vee meegenomen uit Mitsrajim.
[11] Als de Bijbelse hoogfeesten slechts landbouwfeesten zijn, zoals vaak beweerd wordt, dan zouden ze tegenwoordig nog weinige Westerlingen meer aanspreken. De industrie en de zakelijke dienstverlening zijn in het Westen immers de belangrijkste vormen van bedrijvigheid geworden. Nog maar weinig Westerlingen hebben nog een direct verband met landbouw of veeteelt.
[12] Feitelijk eerst het sluiten van het zogenoemde Mozaïsche verbond, waar een ‘eigen’ Torah bij hoort.

Wees de eerste die reageert op "Het tellen van Pésach"

Geef een reactie