Haftarah – Jitro – (De schoonvader van Mozes)

Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone
Print Friendly, PDF & Email

Haftarah Jitro gaat over de parallel tussen het advies van Jitro aan Mozes en de openbaring van God op de berg Horeb met het advies van Jesaja aan koning ‘Achaz en Jesaja’s visioen van God in de Tempel.

Jesaja’s visioen en aankondigingen aan Judah
In het midden van de 8ste eeuw BCE kreeg de profeet Jesja’jahoe (Jesaja) van Godswege een visioen terwijl hij in de Tempel diende (Js 6:1). Hij zag God op Diens troon zitten in alle glorie en heerlijkheid. Jesja’jahoe stelde zichzelf voor om namens God gezonden te worden om Isra‘El op het pad van ondergang te leiden (vss 8, 10): de verbanning naar Babylonië.

Maar voorafgaande daaraan waren ‘Aram en Isra‘El (het koninkrijk van 10 Isra‘Elitische stammen) Judah binnengevallen. Jesja’jahoe werd samen met zijn zoon uitgezonden naar de nieuwe koning van Jehoedah (Judah), ‘Achaz. Hem moest namens God aangezegd worden dat hij niet moest vrezen voor deze twee buitenlandse koningen en hun legers (7:3).

Ook kondigde God door Jesja’jahoe aan dat een nieuwe koning geboren was in Isra‘El (9:5). Namelijk Jechizqiejahoe (Hizkia), de zoon van ‘Achaz, de koning van Jehoedah. Deze nieuwe koning zou, in tegenstelling tot zijn vader, messiaanse eigenschappen hebben.

Parallellen
Sidra‘ Jitro (Ex 18:1-20:26) gaat over het bezoek van Jitro aan Mosjéh. Hij bracht de vrouw en twee zonen van Mosjéh. Toen hij de wijze waarop Mosjéh recht sprak zag gaf hij hem advies dit te reorganiseren. Mosjéh handelde deed dat. Nadat Jitro weer naar huis was gekeerd trokken de Isra‘Eliem naar de berg Chorev (Horeb). Daar nodigde God hen uit Zijn Verbond aan te nemen en hield hen de kernvoorwaarden (10 Woorden) ervan voor.

De haftarah bij deze sidra‘ (Js 6:1-7:6; 9:5-6) lijkt geen verband te hebben met de sidra‘. Toch zijn er zeker parallellen tussen de openbaring van God op Chorev in de Sienaj woestijn en wat Jesja’jahoe zag in zijn visioen. De berg Gods, Chorev, was tijdelijk een soort troon waarop God verbleef. In beiden situaties (in Exodus en Jesaja) beefde de grond en was er rook (’asjan). De reactie van de Isra‘Eliem is dezelfde als die van Jesja’jahoe. Beiden dachten dat ze op dat moment zouden sterven (Ex 20:19; Js 6:5). Het doel was in beiden gevallen hetzelfde: om geloof te testen en om ontzag voor God in te boezemen, zodat niet gezondigd zou worden.

Jitro gaf Mosjéh advies, net zoals Jesja’jahoe dat deed met ‘Achaz. Maar Jesja’jahoe kondigde ook een opvolger van ‘Achaz aan die beter en groter zou zijn. Het betekent niet dat Mosjéh te vergelijken was met ‘Achaz. Hij was geen koning en niet boosaardig zoals ‘Achaz, maar het vergelijk is wel uitdagend. Mosjéh was wel Isra‘Els politieke leider. ‘Aharon de godsdienstige leider. Mosjéh wordt als de grootste profeet gezien, maar in het verhaal van de raad van Jitro komt toch naar voren dat hij gebreken had, zoals later ook bleek. Hij moest bijgestuurd worden. Net zoals ‘Achaz door Jesja’jahoe. In die zin was Jitro als Jesja’jahoe voor Mosjéh en dat is een opwaardering van Jitro. Het mag ook duidelijk zijn dat Mosjéh niet de kwaliteiten had die Jesja’jahoe profeteerde over de komende koning Jechizqiejahoe. Die zouden wel van toepassing zijn op de Opvolger van Mosjéh: de Messias.

Torahgedeelten

De volgende teksten uit deze sidra‘ kunnen opgevat worden als Torah:

19:5-6 Wie het Verbond navolgt (sjamar) dat God deze voorhoudt zal Zijn Eigendom zijn, hoewel de hele aarde van hem is. Samen vormen die navolgers een ‘koninkrijk’ (mamléchét) van ‘kohaniem’ (Isra‘Elitisch priesters) in algemene zin (1 Pe 2:9; Opb 5:10).
• 19:6 Het volk (’am) Isra‘El werd bij Chorev aan God gewijd tot natie (goj qadosj). Maar door galoetot (verbanningen) verviel die natie status.
• 19:12-13 God stelde een grens (gabal) tussen het volk en Zijn Aanwezigheid. Overtreders van die grens moesten gestenigd worden. Zelfs ‘kohaniem’ zouden afstand van God moeten houden en vrezen (Ex 20:20).
20:1-17 De Tien Woorden, zijn geen 10 geboden maar bevelen (mitswot). Op overtreding van een gebod volgt een lichtere straf dan bij een bevelsovertreding. In de Bijbel staan nog veel andere mitswot, maar de Tien Woorden zijn Gods 10 hoofdbevelen van Zijn Verbond. Op overtreding van de Tien Woorden staat de doodstraf.
• 20:1-17 Het eerste Woord staat in de verzen 2-3: God heeft Isra‘El uitgeleid uit de slavernij van Mitsrajim. Hij blijkt de Enige God te zijn (Ex 15:11; Dt 6:4-5). Dan toch nog andere afgoden (vanuit eigen gewin of vrees) naast Hem hebben is onzinnig, lasterlijk en verwerpelijk. Christenen onderkennen vers 2 zelden als onderdeel van de Tien Woorden, omdat ze de Uittocht niet zien als algemene geschiedenis van Gods volk maar als specifieke geschiedenis van de Isra‘Eliem.
Versindeling is door mensen toegevoegd aan de Bijbeltekst, dat van oorsprong geen hoofdstuk en versindeling had en ook niet nodig heeft. De menselijke Bijbelindeling is echter nogal eens onjuist en verwarrend.
• *20:1-17 De rabbijnen onderscheiden 14 mitswot in de 10 Woorden?! Het is inderdaad zo dat er sub-mitswot staat in de Tien Woorden, zoals de sub-mitswah ‘niet aanbidden en/of dienen van afgoden’ onder de hoofd-mitswah “lo‘ ta’aséh-lecha fésél wechal-temoenah…” (Niet zal jij maken voor jezelf een gesneden beeld of elke gelijkenis … (Ex 20:23)). Maar het onderscheiden van 14 mitswot (uit de veronderstelde 613) vanuit Gods Tien Woorden is inconsequent, onjuist en verwarrend. De Tien Woorden worden in de hele Bijbel voortdurend herhaald en voorzien van ‘lagere’ bepalingen (divergeren). De Here Jezus draaide dit vaak om door te herinneren aan het verband van de ‘lagere’ bepalingen met de Tien Woorden en de oorspronkelijke functie ervan (convergeren; Mt 5:22-48). Hij wees het maken van een haag om de Bijbelse mitswot door de Farizeeën af (Mt 15:3-6, 9).
• 20:1-17 Interpretatie van de 10 Woorden is vaak onjuist (Mt 15:19; Mr 7:21), zoals ratsach (dat betekent moorden (doden voor eigen gewin) in plaats van ‘doden’ in het algemeen; 1 Jh 3:12, 15), na‘af (hoereren (alle vormen van seksueel misbruik) in plaats van specifiek ‘overspel plegen’; 1 Kor 6:18; 1 Th 4:3), ganav (roven (geniepig bezit ontvreemden voor eigen gewin) in plaats van stelen in het algemeen; Mt 23:25; Lc 3:14) en ’ed sjaqér (vals getuigenis afleggen (in een rechtszaak) in plaats van ‘liegen’ in het algemeen; Ex 23:7; Mt 26:60; Jk 4:11).

De met een * aangegeven torot zijn door de rabbijnen vastgesteld als mitswot uit de 613.

Volgende week: Haftarah Hammisjpatiem over parallellen met een Verbondsverordening en de Verbondssluiting.

Bijbelleraar Marco van Putten is gespecialiseerd in Judaïca en de rabbijnse wereld; in de wekelijkse Parasjah prikkelt hij gelovigen na te denken over de Hebreeuwse wortels van het geloof.

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "Haftarah – Jitro – (De schoonvader van Mozes)"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*