Hoe ontwikkelde messianisme zich? – deel 1

Website: Effectual grace - John Samson

Volgens vrijwel alle christenen is de Here Jezus dé Messias. De meeste Joodse gelovigen ontkennen dat echter of hebben daar grote twijfels over. Messiaanse gelovigen (in overgrote meerderheid niet-Joods) volgen echter vaak (nog) het traditioneel christelijke spoor en/of praten christenen na. Maar vergissen Joden zich dan en hoe komen christenen aan hun bewering? Wat is Messiasschap eigenlijk in Bijbelse zin?

De benaming messias is een Griekse verbastering van een Hebreeuws woord. Het betekent in Bijbelse zin[1] iemand[2] die (in opdracht van God) gezalfd is[3] (letterlijk en/of figuurlijk) voor een bepaalde functie, ambt of bediening. De zalving vertegenwoordigt dan een geautoriseerde godsdienstige positie ten gunste van God. Het is een titel. Deze omschrijving is het concept van messiasschap.

Dit concept wordt Bijbels verondersteld, maar het komt echter nauwelijks in de Tenach (Oude Testament) voor[4]. Dat is een belangrijk feit en opvallend. In vrijwel alle gevallen waar in de Tenach een gezalfde (een messias) wordt genoemd gaat het om bedieningen en ambten, zoals van profeet, kohen (Isra‘Elitisch priester) of koning. Het gaat dan om mensen die ten dele en onvolkomen messiaanse dingen ingegeven krijgen (inspiratie door Gods Geest) en kunnen doen.

Messiaans is in Bijbelse zin het realiseren van een specifiek facet in Gods plan op zo’n wijze dat dit door God en mensen als zodanig wordt bevestigd. Wat zij doorkrijgen en realiseren gaat meestal samen met wonderen, tekenen en door optreden dat als bovenmenselijk wordt opgevat, terwijl het toch door mensen wordt gedaan. Het gaat vooral ook om de strijd met grote, sterke vijanden van Gods volk (intern en extern) en/of het geven van een doorbraak in een schijnbaar onoplosbare (nood)situatie.

Maar dit messianisme – gerichtheid (-isme) op het (aanstaande) optreden van een messiaanse functionaris – ontstond pas laat in het Jodendom. In de Tenach is messianisme geen hoofdonderwerp, want dat is Theocentrisme. Maar in de Tenach komt ook naar voren dat God in principe echter door mensen werkt en zelden rechtstreeks.

Messianisme lijkt zich vooral ontwikkeld te hebben vanuit lijden van gelovige Isra‘Eliem en het verlies van hun onafhankelijkheid die vooral werden ervaren in de twee ballingschappen. Het zou dan op z’n vroegst zijn ontstaan in de 6de eeuw BCE toen de Isra‘Eliem grotendeels verbannen werden naar Mesopotamië.

Toch zijn er aanwijzingen dat messianisme niet alleen door de Isra‘Eliem zelf[5] is bedacht, maar dat het onderdeel uitmaakt van Torah en dus past bij Gods wil. Ook is het zo dat pas later begrepen wordt wat God in het verleden deed. Zo werd later doorzien dat het optreden van bijvoorbeeld ‘Avraham, Mosjéh, profeten en de kohen (gadol = de Isra‘Elitisch hogepriester) messiaanse aspecten had. Dan is het dus veel ouder dan gedacht en toch een oorspronkelijk onderdeel van Bijbels geloven. Later in deze serie zal daar dieper op worden ingegaan.

Vanuit dat schijnbaar interpretatieve messianisme ontwikkelde zich in het Jodendom uiteindelijk het concept van dé Messias[6]. Dit is de Unieke messiaanse Persoon Die als definitieve en volkomen redder en/of verlosser van Gods volk optreedt en hen terug zal brengen (uit de galoet (verbanning/toorn van God)) tot de volkomen verering en dienstbetoon aan God door Torahnavolging. Dit lijkt een volledig Theocratisch gebeuren, maar het uitgangspunt is dat ook deze Messias gewoon een Mens is[7]. Iemand die van Godswege volkomen uitgerust is voor Diens opdracht(en).

Dat is wat anders dan gedeeltelijk en onvolkomen messiaans optreden, zoals hiervoor werd genoemd. Toch gaat het in de Tenach in de overgrote meerderheid van de gevallen waar over “de gezalfde” staat geschreven dus niet om dé Messias.

Woordstudie
De Griekse taalvreemde verbastering ‘messias’ is gebaseerd op het Hebreeuwse zelfstandig naamwoord ‘masjieach’, wat komt van de stam masjach – zalven. Het woord/concept masjieach komt slechts enkele keren voor in de Tenach. In letterlijke, directe zin maar in één Bijbelboek (Jh 1:41 (42); Jh 4:25)[8]. In indirect zin komt het alleen voor in het Bijbelboek Danie‘El (Dan 9:25-26).

De schrijvers van de Septuaginta[9] vertaalden masjieach in het Grieks als ‘christos’, wat in het Latijns is verbasterd tot het taalvreemde ‘christus’. Christenen hebben dat overgenomen. Het woord ‘christos’ staat in verband met chrio – zalven, maar ook met chrisma (zalving), chrestos (deugdelijk/gracieus) en chrestotes (goedheid/rechtschapenheid). Al deze betekenissen wijzen echter op zalving om gebleken/bereikte persoonlijke kwaliteiten/prestaties van een mens[10]. Het gaat dus altijd om zalving achteraf gericht op persoonlijke eer en roem.

Dit is tegengesteld aan de specifiek religieuze betekenis (wijding aan de Bijbelse God) van masjieach in het Jodendom, namelijk dat iemand vooraf wordt gezalfd zonder dat persoonlijke kwaliteiten/prestaties zijn aangetoond maar worden verondersteld. Het is een keuze van God (en mensen).

Verborgen verwijzingen
Verwijzingen naar dé Messias komen dus nauwelijks[11] voor in de Tenach. Toch zijn er wel ‘verborgen’ verwijzingen. Bijvoorbeeld het woord mochieach, van de stam jakach – terechtwijzen/verdedigen, in Job 9:33. In de context moet het opgevat worden als een verwijzing naar een unieke bemiddellaar tussen God en mensen. Een functionaliteit die de kohen gedeeltelijk vervulde, maar dé Messias volkomen.

Dan het woord sjieloh, van de stam sjalah[12] – welvarend zijn/rust hebben, genoemd in de profetie van Ja’aqov over zijn zoon Jehoedah (Gn 49:10-12). Uit de context blijkt dat het niet slechts om een koning van Isra‘El gaat, maar om Iemand Die groter is. Een wereldleider. Ook dat is van toepassing op dé Messias.

Een ander voorbeeld is Mosjéhs aankondiging dat er een profeet zou komen die net zoals hem zou zijn. Maar niet alleen om hem op te volgen. Er staat dat Hij hem vervangt (Dt 18:18-19), dus overstijgt. Geldt eveneens voor dé Messias.

Verder is er het voorbeeld van de ‘profetie’ van Bil’am, zoon van Pe’or, die het heeft over een kochav – ster (Nm 24:17-19) die in Isra‘El zou opkomen. Waarschijnlijk heeft het woord kochav een verband met de stam kawah – branden/verteren. Bil’am noemde die Persoon ook sjevét, dat helaas geen herleidbare Hebreeuwse stam heeft, maar vertaald wordt als ‘roede’ of ‘wapenstok’. Deze Persoon zou dus bestraffend gaan optreden tegen Isra‘Els vijanden en natiën in bezit nemen. Ook dat doet dé Messias.

Ontwikkeling messianisme
Er bestaat tegenwoordig een merkwaardige kijk op messianisme die divers en ook tegenstrijdig is[13]. Het gevolg is dat er verschillende vormen van messianisme bestaan. Maar in het Jodendom is er geen hoofdaandacht voor. Zelfs niet voor dé Messias[14]. Dat getuigt in zekere zin van Tenachgetrouwheid, echter niet van Torahgetrouwheid.

Messianisme lijkt te zijn begonnen bij ‘Iejov (Job) die in zijn individuele lijden het verlangen uitsprak voor een middellaar die voor zijn zaak, voor zijn herstel zou kunnen pleiten bij God en mensen (Job 23:7). Het gaat dan om een verlangen van een individuele gelovige over een messiaans persoon.

Het messianisme lijkt pas een collectieve (voor het volk Isra‘El) vorm te hebben gekregen vlak voor de eerste ballingschap (bij de grote profeten) en tijdens die ballingschap. Toen alles verloren leek en er een reden kwam om uit te zien naar Isra‘Els godsdienstig herstel (van verbondstrouw). Vanuit die gedachte is er ook een vermoeden dat in de profetische woorden in Ja’aqov zegening van zijn zonen al sporen zitten van het verlangen van vervulling van Gods beloften aan hem en zijn vaderen.

Pas vanaf ongeveer de 3de eeuw BCE begint het messianisme een eigen onderwerp te worden in het Jodendom, zoals de godsdienst van Isra‘El toen was gaan heten. Dit heeft te maken met het lang uitblijven van het herstel van Isra‘Els onafhankelijk sinds de terugkeer uit de eerste ballingschap aan het einde van de 6de eeuw BCE. Een belangrijke impuls kwam door het messiaanse optreden van de Makkabeeën tegen de Griekse (Seleucische) overheersing. Maar ook door de opvolgende disillusie van de Hasjmonese koningen die zich nog God-lozer gingen gedroegen (vooral religieus syncretisme (vermenging Jodendom met Griekse religie)) dan de Grieken die ze oorspronkelijk bestreden.

In de Romeinse periode kwam zelfs een gewelddadig messianisme op, dat bijgenaamd werd met de meer algemene term ‘ijveraars’ (voor de Torah). Deze messiaanse beweging is bekend geworden met de Griekse term ‘zeloten’. De leerlingen van de Here Jezus blijken daarmee een zekere band te hebben gehad (Mt 10:4; Hnd 21:20; 22:3; Gal 1:14). Dit messianisme zou uiteindelijk het concept voorbijschieten en uitmonden is een ‘alles-of-niets’ oorlog tegen de Romeinen en elkaar, wat eindigde in de ondergaan van het Tweede Tempel Jodendom[15].

Volgende artikel
In het volgende artikel zullen de verschillende vormen van Messiasschap worden onderzocht om te toetsen hoe het zit met de bewering van christenen dat de Here Jezus dé Messias zou zijn en waarop de ontkenning ervan door gelovige Joden is gebaseerd.

+++
[1] Er bestaan ook buiten-Bijbelse religieuze Messiassen, zoals in de Islam, maar ook seculiere.
[2] Altijd een mens en vrijwel altijd van het mannelijke geslacht.
[3] Die zalving drukt wijding aan God uit.
[4] Dit feit is vrijwel onbekend onder christenen, maar christelijke geleerden die er wel van op de hoogte zijn hebben al eeuwenlang allerlei ‘uitvluchten’ verzonnen en vermeende Bijbelplaatsen opgevoerd om dit ‘verlegenheidsgat’ te dichten.
[5] D.i. buiten-Bijbels.
[6] Als het dé Messias betreft wordt in deze artikelserie hoofdletters gebruikt om te wijzen op Zijn unieke en goddelijke Persoonlijkheid.
[7] De omschrijvingen van dé Messias zijn verwarrend en tegenstrijdig. Zo wordt gesuggereerd dat Hij eeuwig zal aanblijven, maar elk mensenleven is eindig.
[8] De zeer frappante benoeming van Korésj (Grieks Cyrus), de koning van Perzië, door God als “Zijn gezalfde” (masjieach; Js 45:1) valt buiten de definitie van dé Messias, omdat Die Messias in Bijbelse zin uit het volk Isra‘El moet voortkomen.
[9] De belangrijkste Griekse vertaling van de Tenach uit het eerste millennium BCE.
[10] De Griekse taal is immers een uitdrukking van de overeenkomstige cultuur waarin het gebruikt wordt. Die cultuur is van oorsprong strijdig met de Bijbel.
[11] De weinige keren dat het woord/concept masjieach voorkomt in de Tenach is onvoldoende om te stellen dat er een overtuigende basis is voor messianisme.
[12] Dit woord is verwant aan het bekende woord ‘sjalom’.
[13] Zo stellen sommigen dat er maar één Messias bestaat, terwijl anderen stellen dat er twee of meerdere Messiassen (hebben) bestaan. Er zijn er die beweren dat Hij een Persoon is en andere stellen dat het slechts een figuurlijk concept over hoop op herstel is. Er zijn er ook die stellen dat dé Messias nog niet gekomen is en anderen dat Hij niet (meer) komt.
[14] Het is ook bedoeld om dwalingen op dit punt, zoals in het verleden, te voorkomen en om zich voor christelijke zending af te schermen.
[15] Waardoor een nieuw Jodendom – zonder de Tempeldienst – ontstond; Judaïsme. Daarin werd messianisme als reactie op de ondergang en op de opkomst van de christenheid tot een secundair onderwerp gemaakt.

Wees de eerste die reageert op "Hoe ontwikkelde messianisme zich? – deel 1"

Geef een reactie