Sommigen suggereren dat Nazigeneeskunde een opzichzelfstaande, onmenselijke oorsprong had. Medisch-historicus Leo van Bergen betoogt echter dat het de climax was van cultureel-wetenschappelijke ontwikkelingen die een eeuw eerder begonnen. Zijn onderzoek heeft als hoofdpersoon een van de meest prominente Duitse hoogleraren genetica.
Bespreking
Leo van Bergen is een freelance medisch-historicus met specialisatie koloniale en oorlogsgeneeskunde en schreef al diverse boeken. Dit is een Side-boekje uitgegeven bij de boekpresentatie van zijn boek ‘De poppenspeler van Mengele’. Bij de tekst zijn zwart-wit foto’s, affiches, spotprenten en boekcovers geplaatst.
Volgens Van Bergen is geneeskunde in het Derde Rijk controversieel en wordt het ook vaak historisch slecht geduid. In zijn boek is de geschiedenis van de Nazigeneeskunde beschreven vanuit de optiek van een van de daders die de belangrijkste mentor en opdrachtgever van Naziarts Mengele was: hoogleraar genetica Von Verschuer.
Hij is na de oorlog opvallend genoeg nooit vervolgd, maar bleef in Duitsland gewoon werkzaam in zijn beroep. Hij stierf in 1969 door een auto-ongeluk. Hij stelde na de oorlog dat hij en zijn collega’s (Naziartsen) geen monsters waren, zoals beweerd wordt, maar eminente artsen die het beste met de mensheid voor hadden. Van Bergen stelt in zijn boek daarom vragen bij wat dan eigenlijk wetenschappelijke waarheid is als mensen als hij niet teruggefloten werden en daardoor eigenlijk bevestigd werden.
Naziartsen richtte zich op de zogenoemde eugenetica; helpen/stimuleren van natuurlijke selectie (Darwinisme) om sneller te komen tot “…een gezonder, sterker en intelligenter mensenras.”. Ze wilde: “Staatsingrijpen…anders zullen de beschaafde Westerse rassen snel door minder beschaafde worden overvleugeld en uitsterven.” Zogenoemde rassenhygiëne.
Van Bergen toont in zijn boek aan dat bovenstaande sociologische en medische visies niet bedacht waren door Nazi’s, maar door hoogstaande (christelijke en humanistische) wetenschappers van gerenommeerde universiteiten. Theorieën daarover ontstonden volgens hem al vanaf de 19de eeuw.
Een van die wetenschappers was Francis Galton, een neef van Charles Darwin die zijn ideeën met grote interesse volgde. Begin 20ste eeuw groeide zelfs angst onder wetenschappers en artsen dat er zich een funeste degeneratie van de rassen voltrok die gekeerd moest worden.
Maar Van Bergen wijst erop dat vandaag dit nog steeds gebeurt. Bijvoorbeeld als een prenatale screening leidt tot een abortus. Wat te denken van selectie op uiterlijke verschijningsvormen bij een sollicitatie of partnerkeuze.
Hij concludeert over Naziartsen: zij handelden “…niet omdat ze zich niets aantrokken van de eed van Hippocrates, maar omdat ze die op het niveau van het grote geheel (Duitsland) in plaats van individueel interpreteerden,…”, ook “…niet…omdat zij een sadistische inborst hadden,…”, maar “…omdat zij zich als goede wetenschappers aan de zogezegd ‘wetenschappelijk bewezen feiten’ moesten houden…”. Dat maakt volgens hem juist de zaak zo verontrustend.
Evaluatie
Dit is een vlot lezend artikel. Het medische principe van het collectieve belang dat het individuele overstemt werd ook toegepast tijdens de Corona-crisis (2020-22). Dit boek is dus oorlogsgeschiedenis, maar heeft ook actualiteitswaarde.
Dit artikel wordt aangeraden.
Bergen, L. van, (Nazi-)artsen en het rassenvraagstuk. 2023, Verbum en Leo van Bergen, Almere, 28 pagina’s, gratis e-artikel, ISBN: -.
Oorsprongen Nazigeneeskunde onderzocht


Aantekening:
De uitspraken van Van Bergen laten zien dat hij de Naziartsen alleen beoordeelde op hun medische werk. Maar zijn conclusies zijn echter onwaar en gaan tegen de algemene historische feiten in. Wat hij niet ziet of althans niet concludeert is dat het Nationaalsocialisme de climax was van het haatdragende, egoïstische en op (zelf)vernietinging gerichte heidendom (vergelijk Genesis 4:23-24). Uit getuigenverklaringen van kampgevangenen die met de Naziartsen te maken hadden blijkt overduidelijk dat die artsen als personen amper verschilde van andere SS-ers.
De SS was het summum van Nazisme en rekruteerde op een bepaald moment zelfs ernstige misdadigers om hun gelederen te versterken. Het kan dan wel zijn dat de Naziartsen in wetenschappelijke zin helemaal in de lijn stonden van de ontwikkelingen in het (sociaal-)Darwinisme, wat nog steeds in de Westerse medische wetenschap door ontwikkelt. Maar het is inmiddels feitelijk aangetoond dat vrijwel alle SS-ers zich op een uiterst brutale, gewelddadige, perverse en sadistische wijze gedroegen tijdens de oorlogsjaren en dat dit gebaseerd was op een racistisch mensbeeld. Ze gingen ervan uit dat zij de ware ‘Ubermenschen’ waren die streden voor toenemende overheersing en uiteindelijk uitroeiing van de ‘Untermensch’.
Het is dus niet toevallig dat veel SS-ers, maar ook andere Nazi’s, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog er alles aan gelegen was ‘onder te duiken’, omdat ze zich goed bewust waren dat de Geallieerden er een veel gematigder vorm van (sociaal-)Darwinisme op na hielden en hun gedrag ten opzichte van anderen door het internationaal recht als misdaden werden beoordeeld.
Groet, M. van Putten