Onze HEER is geen strenge rechter, die de hele dag met een wetboek zwaait en ons met een opgeheven vinger de les leest. Hij luistert naar mensen die met een oprecht hart hun zaak voorleggen en naar zijn wil vragen.
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Beha’alotecha (Wanneer u opstelt) zijn:
✡ Torahlezing: Numeri 8 – 12,
✡ Profetenlezing: Zacharia 2:10 – 4:7,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Openbaring 11:1-19.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Gedeelten uit de Torahlezing
De HEERE sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï, in het tweede jaar nadat zij uit het land Egypte vertrokken waren, in de eerste maand: Laten de Israëlieten het Pascha houden op zijn vastgestelde tijd. Op de veertiende dag in deze maand, tegen het vallen van de avond,. moet u het houden, op zijn vastgestelde tijd; u moet het houden volgens alle bijbehorende verordeningen en bepalingen. Mozes zei tegen de Israëlieten dat zij het Pascha moesten houden. Zij hielden het Pascha op de veertiende dag van de eerste maand, tegen het vallen van de avond, in de woestijn Sinaï. Overeenkomstig alles wat de HEERE Mozes geboden had, zo deden de Israëlieten.
Nu waren er mensen die vanwege het aanraken van het dode lichaam van een mens onrein waren, en op die dag het Pascha niet konden houden. Daarom kwamen zij die dag naar voren, vóór Mozes en vóór Aäron. En die mensen zeiden tegen hem: Wij zijn onrein vanwege het aanraken van het dode lichaam van een mens. Waarom zouden wij afgehouden worden om de offergave van de HEERE op zijn vastgestelde tijd in het midden van de Israëlieten aan te bieden?
Mozes zei tegen hen: Blijf staan, dan zal ik horen wat de HEERE u gebiedt. Toen sprak de HEERE tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg: Iedereen onder u of onder de generaties na u, wanneer hij onrein is vanwege het aanraken van een dood lichaam of ver onderweg is, moet toch voor de HEERE het Pascha houden. In de tweede maand, op de veertiende dag, tegen het vallen van de avond, moeten zij het houden; met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten. Zij mogen er niets van over laten blijven tot de volgende morgen en mogen er geen been van breken; volgens alle verordeningen voor het Pascha moeten zij het houden.
Maar de man die rein is en niet onderweg is, en die nalaat om het Pascha te houden, die persoon moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. Hij heeft immers de offergave van de HEERE niet op zijn vastgestelde tijd aangeboden; die persoon moet zijn zonde dragen.
En wanneer er een vreemdeling bij u verblijft, moet ook hij het Pascha voor de HEERE houden. Volgens de verordening van het Pascha en de bepaling ervan, zo moet hij het houden. Voor u geldt één verordening, zowel voor de vreemdeling als voor de ingezetene van het land.
Numeri 9:1-14 (HSV).
Een gedeelte uit de Profetenlezing
Na een tip van zijn dienstmeisje was de melaatse generaal Naäman naar Israël gereisd, waar hij hoopte genezing te vinden van zijn ziekte.
Zo kwam Naäman met zijn paarden en met zijn wagen, en hij bleef voor de deur van het huis van Elisa staan. Toen stuurde Elisa een bode naar hem toe om te zeggen: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan; dan zal uw vlees weer gezond worden en zult u rein zijn.
Maar Naäman werd erg kwaad en ging weg; hij zei: Zie, ik zei bij mijzelf: Hij zal vast en zeker naar buiten komen, voor mij gaan staan, de Naam van de HEERE, zijn God, aanroepen, zijn hand over de plaats strijken en de melaatsheid wegnemen. Zijn niet de Abana en de Farpar, de rivieren van Damascus, beter dan alle wateren van Israël? Zou ik mij daar niet in kunnen wassen en rein worden? Zo keerde hij zich om en vertrok in woede.
Toen kwamen zijn dienaren naar voren, spraken tot hem en zeiden: ‘Mijn vader, als die profeet u iets moeilijks opgedragen had, zou u dat niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, nu hij tegen u gezegd heeft: Was u en u zult rein zijn!’ Daarom daalde hij af en dompelde zich zevenmaal onder in de Jordaan, overeenkomstig het woord van de man Gods. Zijn lichaam werd weer gezond, als het vlees van een kleine jongen, en hij werd rein.
Toen keerde hij terug naar de man Gods, hij en zijn hele gevolg. Hij kwam en ging voor hem staan en zei: Zie toch, nu weet ik dat er op de hele aarde geen God is dan in Israël. Nu dan, neem toch een geschenk aan van uw dienaar. Maar hij zei: Zo waar de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik wil het niet aannemen! En hij drong bij hem aan om het aan te nemen, maar hij weigerde het.
Naäman zei daarop: Zo niet, laat dan toch aan uw dienaar een last aarde gegeven worden, zoveel als een span muildieren dragen kan, want uw dienaar zal geen brandoffer of slachtoffer meer brengen aan andere goden, dan alleen aan de HEERE. In deze zaak moge de HEERE uw dienaar vergeven: Wanneer mijn heer het huis van Rimmon zal binnengaan om zich daar neer te buigen, en hij op mijn hand zal leunen, moet ik mij in het huis van Rimmon ook neerbuigen. Als ik mij zo zal neerbuigen in het huis van Rimmon, laat de HEERE uw dienaar in deze zaak dan toch vergeven. Toen zei hij tegen hem: Ga in vrede.
2 Koningen 5:6-19 (HSV).
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Wat nu de dingen betreft waarover u mij geschreven hebt: het is goed voor een mens om geen vrouw aan te raken. Maar laat vanwege allerlei vormen van hoererij iedere man zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man. Laat de man aan zijn vrouw de verschuldigde bereidwilligheid betonen en evenzo ook de vrouw aan haar man. De vrouw heeft niet de beschikking over haar eigen lichaam, maar de man. En evenzo heeft ook de man niet de beschikking over zijn eigen lichaam, maar de vrouw. Onttrek u niet aan elkaar, behalve dan met onderling goedvinden voor een bepaalde tijd, om u te wijden aan vasten en bidden. Kom daarna weer bij elkaar, opdat de satan u niet zal verzoeken omdat u zich niet kunt onthouden.
Dit zeg ik echter als tegemoetkoming, niet als bevel. Want ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf, maar ieder heeft zijn eigen genadegave van God, de één op deze wijze, de ander op die wijze.
Maar ik zeg tegen de ongehuwden en de weduwen: Het is goed voor hen, als zij blijven zoals ik. Maar als zij zich niet kunnen beheersen, laten zij dan trouwen, want het is beter te trouwen dan van begeerte te branden.
Maar de gehuwden beveel ik – niet ik, maar de Heere – dat een vrouw niet zal scheiden van haar man – en als zij toch gaat scheiden, moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen – en dat een man zijn vrouw niet zal verlaten.
Maar tegen de anderen zeg ík, niet de Heere: Als een broeder een ongelovige vrouw heeft en zij er van harte mee instemt bij hem te wonen, moet hij haar niet verlaten. En als een vrouw een ongelovige man heeft en deze stemt er van harte mee in bij haar te wonen, moet zij hem niet verlaten. Want de ongelovige man is geheiligd door zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door haar man. Anders waren immers uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.
Maar als de ongelovige scheiden wil, laat hij scheiden. De broeder of de zuster is in zulke gevallen niet gebonden. God heeft ons echter tot vrede geroepen. Want hoe weet u, vrouw, of u uw man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u uw vrouw zult behouden?
1 Korinthe 7:1-16 (HSV)
God komt de mensen tegemoet
Er kwamen mannen naar Moses een Aaron met een gewetensvraag. Het Pesachfeest was gevierd, het feest van de Uittocht, met matses en bittere kruiden, maar zij hadden het niet mee kunnen vieren. Er was iemand van de familie gestorven, en zij hadden bij de begrafenis het lichaam aangeraakt. Daardoor waren zij niet rein, en zij mochten het verplichte feest niet vieren. Wat nu?
Moses werd stil. Hij bedacht niet zelf een antwoord, een oplossing, die God wel goed zou vinden. Hij wachtte op Gods antwoord, en God sprak: wie onrein is, of ver onderweg, moet het Pesachfeest toch vieren, een maand later, in de avond van de veertiende dag [dan is het weer volle maan], moeten zij het vieren. Pesach Sjenie, Tweede Pesach, werd deze inhaal-mogelijkheid genoemd. God wil niet dat we door oponthoud of overmacht niet aan dit feest kunnen deelnemen.
‘Pesach is de enige feestdag die een herkansingsmogelijkheid heeft, met een andere datum waarop het feest gevierd kan worden’, schreef Ruben Vis. ‘Waarom? Omdat Pesach het feest der feesten is, het feest waarmee het Joodse volksbestaan begon? Of omdat Pesach het feest is waarop iedereen individueel een mitswa heeft te vervullen: het brengen van het Pesach-offer in de Tempel in Jeruzalem’.
Generaal Naäman was dankbaar voor zijn genezing. Hij geloofde echt, dat hij die van de God van Israël had ontvangen. Daarom vroeg hij, om een last aarde te mogen meenemen, zodat hij op grond uit Israël een altaar kon bouwen voor de God van Israël. Maar hoe moest dat nou, als hij zich met zijn koning in de tempel van Rimmon moest neerbuigen? God zal het je vergeven, ga in vrede, was het antwoord van de profeet Elia.
De apostel Paulus had een rijtje vragen over het huwelijk gekregen uit de gemeente te Korinthe. Mag je wel trouwen, of moet je alleen blijven, net zoals Paulus had gedaan? En wanneer je met een ongelovige getrouwd bent, mag dat wel, of moet je dan scheiden?
Allemaal lastige vragen. In zijn antwoorden is Paulus eerlijk: op de ene vraag antwoordt hij: het is een opdracht van de Heer, om niet te scheiden, maar je te verzoenen of alleen te blijven. En op andere vragen geeft Paulus zijn persoonlijke advies, dat veel ruimte laat om naar eer en geweten zelf te beslissen.
Als iemand in wijsheid tekortschiet, laat hij (die dan) vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden. (Jakobus 1:5)
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Geef gehoor aan Gods aanwijzingen, Numeri 9,
Hoe reageer je op Gods oproep?, Numeri 10,
Gebed voor de reiziger, Numeri 10,
Pinksteren in de woestijn?, Numeri 11,
Gods Geest vaardig over mensen, Numeri 11.


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: God komt de mensen tegemoet"