Sjabbatslezingen: Het oude en het nieuwe verbond

Torahrol Nadat Moses Gods wetten bekend had gemaakt, sloot God een verbond met Israël. Maar Hij wist: de mens is geneigd tot alle kwaad. Daarom had Hij een beter plan: Ik zal Mijn wet in hun binnen­ste geven en zal die in hun hart schrijven.

Nadat Moses Gods wetten bekend had gemaakt, sloot God een verbond met Israël. Maar Hij wist: de mens is geneigd tot alle kwaad. Daarom had Hij een beter plan: Ik zal Mijn wet in hun binnen­ste geven en zal die in hun hart schrijven.

De Bijbelgedeelten voor de komende sjabbat Misjpatiem (Voorschriften) zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 21 – 24,
✡ Profetenlezing: Jeremia 34:8-22 en 33:25-26,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteüs 17:1-11.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Daarna zei Hij tegen Mozes: Klim naar boven, naar de HEERE toe, u en Aäron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israël, en buig u op een afstand neer. Alleen Mozes mag tot de HEERE naderen. Zíj mogen echter niet naderbij komen, en ook het volk mag niet met hem naar boven klimmen.
Mozes kwam (terug) en vertelde al de woorden van de HEERE en al de bepalingen aan het volk. Toen antwoordde heel het volk eenstemmig en zij zeiden: Al de woorden die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.
Vervolgens schreef Mozes al de woorden van de HEERE op. Hij stond ’s morgens vroeg op en bouwde onder aan de berg een altaar en (richtte) twaalf gedenk­stenen (op) voor de twaalf stam­men van Israël. En hij stuurde de jonge man­nen van de Israë­lieten erop uit. Die brachten brand­offers en brachten dank­offers voor de HEERE, (te weten) jonge stieren. Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in de schalen, en de helft van het bloed sprenkelde hij op het altaar.
Hij nam het boek van het verbond en las (dit) ten aan­ho­ren van het volk voor. En zij zeiden: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en (Hem) gehoor­za­men. Toen nam Mozes het bloed, spren­kel­de het op het volk en zei: Zie, dit is het bloed van het ver­bond dat de HEERE met u geslo­ten heeft op grond van al die woor­den.
De HEERE zei tegen Mozes: Klim naar boven, naar Mij toe, de berg op, en blijf daar. Dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en de geboden, die Ik opge­schre­ven heb om hun te onder­wijz­en.

Exodus 24:1-8 en 12 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vade­ren gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vast­greep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbro­ken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE.
Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnen­ste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en een­ieder zijn broeder onder­wij­zen door te zeggen: ‘Ken de HEERE’, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun onge­rech­tig­heid verge­ven en aan hun zonde niet meer denken.

Jeremia 31:31-34 (HSV)

Gedeelten uit het Nieuwe Testament
Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd. Want nadat elk gebod over­een­kom­stig de wet aan heel het volk door Mozes mee­ge­deeld was, nam hij het bloed van de kalve­ren en van de bokken met water en schar­la­ken­rode wol en hysop, en bespren­kel­de het boek zelf en heel het volk, terwijl hij zei: Dit is het bloed van het ver­bond dat God u bevolen heeft (te houden).

Nu heeft (Jezus) echter een zoveel voortreffelijker bedie­ning ontvan­gen, zoals Hij ook van een beter verbond Midde­laar is: een verbond dat in betere belof­ten is vast­ge­legd. Immers, als dat eerste verbond onbe­ris­pe­lijk ge­weest was, zou er voor een tweede geen plaats zijn gezocht. Want hen berispend zegt Hij tegen hen: Zie, de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet over­een­kom­stig het ver­bond dat Ik met hun vade­ren geslo­ten heb, op de dag toen Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte uit te leiden. Want zij bleven niet in Mijn ver­bond en Ik heb geen acht meer op hen geslagen, zegt de Heere. Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrij­ven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En zij zullen beslist niet ieder zijn naaste en ieder zijn broeder onder­wij­zen en zeggen: ‘Ken de Heere’. Want zij allen zullen Mij kennen, van klein tot groot onder hen. Want Ik zal wat hun onge­rech­tig­he­den betreft gena­dig zijn en aan hun zonden en hun wette­loos gedrag beslist niet meer denken. Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daar­mee het eerste voor ver­ou­derd verklaard. En wat oud is verklaard en wat ver­ou­dert, staat op het punt te verdwijnen.
Hebreeën 9:18-20 en 8:6-13 (HSV)

Het oude en het nieuwe verbond
Het volk Israël was er nog van onder de indruk: God zelf was neerge­daald op de berg en had de Tien Woorden, zijn belangrijkste geboden, uitgesproken. Daarna had Hij aan Moses nog een flink aantal bepalingen gedicteerd. Moses had die opge­schre­ven in het Boek van het Verbond, en ze voor­ge­le­zen. ‘En zij zeiden: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en (Hem) gehoor­za­men.’
En dan is het moment aange­bro­ken, dat de Heer een verbond gaat sluiten met zijn volk. Er worden offers gebracht op een altaar. Bloed van het offerdier werd gespren­keld over het wetboek en over het volk, want ‘zonder het vergie­ten van bloed vindt er geen verge­ving plaats’.

En toch was deze plechtige verbondsluiting niet Gods uiteindelijke plan. Hij wist: de mensen zijn zwak, zij zullen onge­hoor­zaam zijn aan die wetten, zij zullen zondigen. ‘De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak’. Een wet die van bovenaf wordt opgelegd, een wet aan de buiten­kant, volstaat niet, die werkt niet. Gods wil moet een stukje van jezelf worden, diep in je hart.
Zoals de profeet Jesaja schreef: ‘Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnen­ste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.’

Jezus werd door God gezonden om dit nieuwe verbond, het Koninkrijk van God, op aarde te brengen. Op de Pink­ster­dag ontvingen de gelovi­gen de heilige Geest, die in hen woont en hen leidt en opvoedt. Ook dit nieuwe verbond is ingewijd met bloed, het bloed van Jezus aan het kruis, dat zonden bedekt en uitwist.

Jezus draaide daarmee de volgorde om. In het oude verbond onder­wees Moses het volk, de wetten te houden om aange­naam te zijn in Gods ogen. In het nieuwe verbond is ieder die in Jezus gelooft en zo het Konink­rijk van God binnen­gaat, en leeft uit zijn genade, aange­naam in Gods ogen. Hij of zij wil zich dan graag aan Gods wetten houden, uit liefde.

En wat doen we dan met de Tien Geboden en de andere wetten van Moses? Kunnen die bij het oud papier? Zeker niet! Jezus heeft immers gezegd, dat Hij niet is gekomen om de Wet of de Profe­ten af te schaffen: ‘Wie dan een van deze gering­ste gebo­den afschaft en de mensen zo onder­wijst, zal de gering­ste genoemd worden in het Konink­rijk der heme­len; maar wie ze doet en onder­wijst, die zal groot genoemd worden in het Konink­rijk der heme­len’ (Matteüs 5:19). Jezus wees wel de ‘mondelinge leer’ af, de ’traditie der vaderen’, een veelheid van rabbinale regels die God niet geboden heeft.

God hoeft ons niet te bedanken wanneer wij zijn wil doen en leven volgens zijn geboden. We mogen ons verheugen in zijn glimlach.

Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt (om) dienaars van het nieuwe verbond (te zijn), niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. (2 Korinthe 3:6)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Doe je werk als voor de Heer, Exodus 21,
Gij zult elkander niet voor rotte vis uitschelden, Exodus 22 en 23,
Gods heiligheid verdraagt geen afgoden, Exodus 23,
Een tweede kans, verspil die niet, Exodus 23,
Neem het land in erfbezit, Exodus 23.
Voor een uitgebreide uitleg zie Jair bijbelstudies.

Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Het oude en het nieuwe verbond"

Geef een reactie