Moses was blij toen hij alles zag, wat de Israëlieten hadden gemaakt voor de tabernakel, want ‘zij hadden het gemaakt zoals de HEERE geboden had’. Wat zal God tegen ons zeggen, wanneer Hij ons levenswerk beoordeelt?
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Wayachel (En hij deed samenkomen) en Pekoede (Dit zijn de kosten) zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 35 – 40,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 7:40 – 8:21,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Hebreeën 9:1-11 en Hebreeën 8:1-13.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Een gedeelte uit de Torahlezing
Zo werd al het werk aan de tabernakel, aan de tent van ontmoeting voltooid; de Israëlieten maakten het namelijk overeenkomstig alles wat de HEERE Mozes geboden had, zo deden zij het. Daarna brachten zij de tabernakel naar Mozes, de tent en alle bijbehorende voorwerpen: zijn haken, planken, dwarsbalken, pilaren en voetstukken; het dekkleed van roodgeverfde ramshuiden, het dekkleed van zeekoeienhuiden, het voorhangsel ter afscherming, de ark van de getuigenis, zijn draagbomen en het verzoendeksel, de tafel met alle bijbehorende voorwerpen, de toonbroden, de zuiver (gouden) kandelaar met zijn lampen – de lampen die men moest gereedmaken – en alle bijbehorende voorwerpen, de olie voor het licht, het gouden altaar, de zalfolie, het geurige reukwerk, het gordijn voor de ingang van de tent, het koperen altaar, het koperen rooster dat daarbij hoort, zijn draagbomen en alle bijbehorende voorwerpen, het wasvat met zijn voetstuk, de kleden voor de voorhof, zijn pilaren en bijbehorende voetstukken, het gordijn voor de poort van de voorhof met de bijbehorende touwen, de bijbehorende pinnen en alle voorwerpen voor de dienst in de tabernakel, voor de tent van ontmoeting, de ambtskleding om in het heiligdom te dienen, de geheiligde kleding van de priester Aäron en de kleding van zijn zonen om (daarin) als priester te (kunnen) dienen.
Overeenkomstig alles wat de HEERE Mozes geboden had, zo hebben de Israëlieten heel het werk verricht. En Mozes zag heel het werk, en zie, zij hadden het gemaakt zoals de HEERE geboden had, zo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.
Exodus 39:32-43 (HSV).
Een gedeelte uit de Profetenlezing
Zo werd al het werk dat koning Salomo voor het huis van de HEERE verrichtte, voltooid. Daarna bracht Salomo de geheiligde gaven van zijn vader David over. Het zilver, het goud en de voorwerpen legde hij in de schatkamers van het huis van de HEERE.
Toen riep Salomo de oudsten van Israël bijeen en alle hoofden van de stammen, de leiders van de families onder de Israëlieten, bij koning Salomo in Jeruzalem, om de ark van het verbond van de HEERE over te brengen uit de stad van David, dat is Sion. Alle mannen van Israël kwamen bij koning Salomo bijeen voor het feest in de maand Ethanim, dat is de zevende maand. Alle oudsten van Israël kwamen, en de priesters namen de ark op en zij brachten de ark van de HEERE en de tent van ontmoeting over met alle heilige voorwerpen die in de tent waren. De priesters en de Levieten brachten ze over.Koning Salomo nu en de hele gemeenschap van Israël, die zich bij hem had verzameld, stonden gezamenlijk vóór de ark. Zij offerden schapen en runderen, die vanwege hun grote hoeveelheid niet geschat of geteld konden worden. Zo brachten de priesters de ark van het verbond van de HEERE op zijn plaats, tot in het binnenste heiligdom van het huis, tot in het heilige der heiligen, tot onder de vleugels van de cherubs.
1 Koningen 7:51 – 8:6 (HSV).
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbij gegaan. En de zee was er niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereed gemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbij gegaan. En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar. En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens. Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.
Maar de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.
Openbaring 21:1-7 (HSV)
Het werk door Moses goedgekeurd
Wat een indrukwekkende lijst van voorwerpen, die het volk in een jaar tijd in de woestijn had vervaardigd. Een jaar, waarin het samenwerken aan één doel het volk meer aaneen had gesmeed. Een jaar, waarin de Israëlieten hadden geleerd, niet op eigen initiatief iets te ondernemen, zoals het debacle met het gouden kalf. Nee, ze hadden geleerd, alles te maken ‘overeenkomstig alles wat de HEERE Moses geboden had’.
In de tekst staat twee maal ‘het werk’. In vers 43 staat het woord מְּלָאכָה melachah, handwerk of kunstwerk, in vers 32 wordt het woord עֲבוֹדׇה avodah gebruikt, dat volgens rabbi Ari Enkin verwijst naar motivatie en intentie. Dit vers leert ons dus, dat Mozes niet alleen blij was met hun prestaties bij de eigenlijke bouw van de tabernakel, maar ook met hun motivatie en inspanningen. Hoe wist Mozes dan wat er in hun harten was? Hoe wist hij dat iedereen zich met heel zijn hart inzette voor de bouw van de tabernakel? Het vers geeft zelf het antwoord: ‘En Mozes zag heel het werk, en zie, zij hadden het gemaakt zoals de HEERE geboden had, zo hadden zij het gemaakt. Mozes zag dat het werk tot in de perfectie was gedaan, zonder weglatingen of gebreken. Het was dus duidelijk dat het volk het beste van zichzelf had gegeven en hun hart en ziel in het project had gelegd, precies zoals God had gewild.
Wat zal God eens zeggen over ons, wanneer Hij ons levenswerk ziet en beoordeelt? Hebben wij geleefd, zoals God het geboden heeft, of hebben wij de kantjes er af gelopen? Zijn wij gastvrij, liefdevol en betrouwbaar geweest?
Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen. (Matteüs 25:34-36)
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
God heeft de blijmoedige gever lief, Exodus 35,
Gebruik je door God gegeven talenten, Exodus 35,
Onze bekwaamheid is Gods werk, Exodus 35-36,
Goud, zilver en koper in de tabernakel, Exodus 35-38,
Jezus weerspiegeld in de tabernakel, Exodus 40.


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Het werk door Moses goedgekeurd"