Sjabbatslezingen: Rebellie tegen God

Toren van Babel Bruegel Waarom bouwden de mensen een hoge toren in Babel? Wilden ze bij elkaar blijven, in plaats van de gehele aarde in bezit te nemen? Was de toren een symbool van trots en rebellie, zich verhef­fen tegen­over God?

Waarom bouwden de mensen een hoge toren in Babel? Wilden ze bij elkaar blijven, in plaats van de gehele aarde in bezit te nemen? Was de toren een symbool van trots en rebellie, zich verhef­fen tegen­over God?

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat No’ach (Noach) zijn:
✡ Torahlezingen: Genesis 6:9 – 11:32,
✡ Profetenlezing: Jesaja 54:1 – 55:5,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteüs 24:36-46.
In verband met het onderwerp wijken we daarvan af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Heel de aarde had één taal en eendere woorden.
En het gebeurde, toen zij naar het oosten trokken, dat zij een vlakte in het land Sinear vonden. Daar gingen zij wonen. En zij zeiden allen tegen elkaar: Kom, laten wij kleiblok­ken maken en die goed bakken! En de kleiblok­ken dienden hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid!
Toen daalde de HEERE neer om de stad en de toren te zien die de mensen­kin­de­ren aan het bouwen waren, en de HEERE zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voor­ne­men te doen, voor hen onmo­ge­lijk zijn. Kom, laten Wij neerdalen en laten Wij hun taal daar verwar­ren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen.
Zo verspreidde de HEERE hen vandaar over heel de aarde, en zij hielden op met het bouwen van de stad. Daarom gaf men haar de naam Babel; want daar verwarde de HEERE de taal van heel de aarde, en vandaar verspreidde de HEERE hen over heel de aarde.

Genesis 11:1-9 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Na verloop van twaalf maanden was (koning Nebu­kadnezar) aan het wandelen op (het dak van) het koninklijk paleis van Babel. De koning nam het woord en zei: Is dit niet het grote Babel, dat ik als een huis voor het koninkrijk gebouwd heb, door mijn sterke macht en ter ere van mijn majesteit?
Dit woord was nog in de mond van de koning (of) er klonk een stem vanuit de hemel: U, koning Nebu­kad­ne­zar, wordt aangezegd: Het koning­schap is van u weg­ge­gaan! Men zal u uit de mensen(wereld) verstoten en u zult uw verblijf hebben bij de dieren van het veld. Men zal u gras te eten geven zoals (aan) de runderen, en er zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat u erkent dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil.
Op hetzelfde ogenblik werd dat woord over Nebu­kad­ne­zar voltrokken. Hij werd uit de mensen­(we­reld) versto­ten, hij at gras zoals runderen, en zijn lichaam werd bevoch­tigd door de dauw van de hemel, totdat zijn haar zo lang werd als (de veren) van aren­den en zijn nagels als (die) van vogels.
Na verloop van die dagen sloeg ík, Nebukadnezar, mijn ogen op naar de hemel, want mijn verstand kwam in mij terug, en ik loofde de Allerhoogste en prees en verheerlijkte (Hem) Die eeuwig leeft. Zijn heerschappij is immers een eeuwige heerschappij, en Zijn Koninkrijk is van generatie op generatie. Al de bewoners van de aarde worden als niets geacht. Hij doet naar Zijn wil met de leger(macht) in de hemel en de bewoners van de aarde. Er is niemand die Zijn hand kan wegslaan of tegen Hem kan zeggen: Wat doet U?
Op datzelfde tijdstip kwam mijn verstand weer in mij terug. Ook kwamen, tot eer van mijn koninkrijk, mijn majesteit en mijn waar­dig­heid weer op mij terug. Mijn raads­lie­den en macht­heb­bers maakten hun opwach­ting bij mij. Ik ben in mijn koning­schap hersteld. Mij werd (zelfs) uitzon­der­lijke groot­heid verleend. Ik, Nebu­kad­ne­zar, prijs, roem en verheer­lijk nu de Hemel­koning, omdat al Zijn daden waar­heid zijn en Zijn paden gerech­tig­heid: Hij is in staat te verne­de­ren wie in hoog­moed (hun weg) gaan.

Daniel 4:30-37 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Hierna zag ik een andere engel neerdalen uit de hemel. Hij had grote macht, en de aarde werd verlicht door zijn heer­lijk­heid. En hij riep uit met krachtige stem: Zij is geval­len, zij is geval­len, het grote Babylon, en een woon­plaats van demo­nen geworden, een schuil­plaats voor allerlei onreine geesten en een schuil­plaats voor allerlei onreine en weer­zin­wek­kende vogels. Want van de wijn van de toorn van haar hoererij hebben alle volken gedron­ken, en de konin­gen van de aarde hebben hoererij met haar bedre­ven, en de koop­lie­den van de aarde zijn rijk geworden door de kracht van haar losban­dig leven.
En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deel ­hebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvan­gen. Want haar zonden hebben zich opge­sta­peld tot aan de hemel, en God herin­ner­de Zich haar onge­rech­tig­heden. Vergeld haar zoals zij ook u vergol­den heeft, en vergeld haar dubbel naar haar werken. Schenk in de drink­beker waarin zij voor anderen inge­schon­ken heeft, voor haar het dubbele in. Overeen­kom­stig de maat waarin zij zichzelf heeft verheer­lijkt en losban­dig heeft geleefd, geef haar naar die maat pijni­ging en rouw. Want in haar hart zegt zij: Ik zit als een koningin en ben geen weduwe en ik zal zeker geen rouw zien. Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.

Openbaring 18:1-8 (HSV)

Rebellie tegen God
Bij de zondvloed lezen we: ‘En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren’ (Genesis 6:5). Maar de zond­vloed had het kwaad op aarde niet uitge­roeid.
Zich verspreiden, en heel de aarde in bezit nemen, dat was Gods opdracht en bedoeling, zoals we lezen in Genesis 10:32: ’Dit waren de geslach­ten van de zonen van Noach, (…) van hen stammen de volken af die zich na de vloed over de aarde hebben verspreid’. .Maar de eigen­wijze mens wil zich niet versprei­den en de hele aarde in cultuur brengen. Hij wil bij elkaar blijven, onder een centraal gezag, rond een centraal punt: een hoge toren, die je al van veraf kunt zien.
Wat was die toren? Mogelijk had hij de vorm van een ziggoerat, een trapvormige tempeltoren. Of wilden de mensen een vluchttoren bouwen, voor het geval dat er weer een zondvloed zou komen?
De toren was weer een poging om zich te verheffen tegen God.
Adam en Eva rebelleerden door de vrucht van een verboden boom te eten.
Hier rebelleert de mens onder het motto ‘Eendracht maakt macht’. Macht tegen­over God, zonder God. Eenheid om een machtig wereld­rijk te vormen, als teken van eigen macht en kunnen. Een wereld­rijk dat God niet nodig denkt te hebben, en meent zonder Hem te kunnen leven. Dan grijpt God in, juist op het gebied van een­heid: hij verwart hun eenheids­taal, zodat zij elkaar niet meer verstaan, uit elkaar gaan en zich verspreiden over de aarde, zoals Gods bedoeling was. Het bekende schilde­rij van Bruegel karakteriseert dit met een niet-afge­maakte toren

Dezelfde hoogmoed en rebellie tegen God was er bij koning Nebukadnezar: ’Is dit niet het grote Babel, dat ik als een huis voor het koninkrijk gebouwd heb?’ God strafte hem met waanzin, en lange tijd gedroeg hij zich als een dier, totdat hij God erkende en weer in zijn koningschap werd hersteld: ’ Ik, Nebu­kad­ne­zar, prijs, roem en verheer­lijk nu de Hemel­koning.’

Nog een derde keer komen we Babel, in het Grieks Babylon genoemd, tegen in de Bijbel. In het boek Open­ba­ring van Jezus wordt een verschrik­ke­lijk oordeel aange­kon­digd. Wie wordt er bedoeld met Babylon? De mensheid die econo­misch gewin, genot en weelde belang­rij­ker vindt dan eerbied voor God, naasten­liefde en zorg voor deze aarde? Een afvallig religieus systeem, dat meer bedacht is op zijn eigen voort­be­staan als op het Konink­rijk van God? Een dicta­to­riaal systeem dat dwingende politieke controle eist over ieder mens? Ik weet het niet. Misschien heeft het wel iets van elk.

De vreze des HEEREN vermeerdert de dagen,
maar de jaren van de goddeloze worden bekort.
Spreuken 10:27

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Uitgekozen om heilig te leven, Genesis 6,
Op de proef gesteld en afgewezen, Genesis 6,
De tuin van Eden na de zondvloed?, Genesis 6 en 8,
Wees dan waakzaam, Genesis 7,
God blijft niet eeuwig vertoornd, Genesis 8,
’HEERE, zet een wacht voor mijn mond’, Genesis 9.


Ontdek meer van MessiaNieuws

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Rebellie tegen God"

Geef een reactie