Sjabbats­lezingen: Wandelen met God

Torahrol We lezen over Adam en Eva, Henoch en Noach, en over Moses, dat zij ‘met God wandelden’, dat zij een persoonlijke vertrouwelijke omgang met God hadden. Was dat alleen in die tijd mogelijk, of ook vandaag?

We lezen over Adam en Eva, Henoch en Noach, en over Moses, dat zij ‘met God wandelden’, dat zij een persoonlijke vertrouwelijke omgang met God hadden. Was dat alleen in die tijd mogelijk, of ook vandaag?

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Beresjit (In het begin) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 1:1 – 6:8,
✡ Profetenlezing: Jesaja 42:5 – 43:10,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Openbaring 22:6-21.
In verband met het onderwerp wijken we daarvan af.

Gedeelten uit de Torahlezing
Toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbo­dem en blies de levens­adem in zijn neus­gaten; zo werd de mens tot een levend wezen. Ook plantte de HEERE God een hof in Eden, in het oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij gevormd had. En de HEERE God liet allerlei bomen uit de aard­bodem opkomen, bege­rens­waar­dig om te zien en goed om van te eten; ook de boom des levens, in het midden van de hof, en de boom van de kennis van goed en kwaad.

De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van Eden om die te bewerken en te onder­houden.

Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem. De HEERE God vormde uit de aardbodem alle dieren van het veld en alle vogels in de lucht, en bracht die bij Adam om te zien hoe hij ze noemen zou; en zoals Adam elk levend wezen noemen zou, zo zou zijn naam zijn. Zo gaf Adam namen aan al het vee en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren van het veld; maar voor de mens vond hij geen hulp als iemand tegenover hem.

Na het eten van de verboden vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad: En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namid­dag. Toen verbor­gen Adam en zijn vrouw zich voor het aange­zicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof. En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u? En hij zei: Ik hoorde Uw stem in de hof en ik werd bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.

En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusa­lach verwekt had, drie­hon­derd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Henoch waren drie­honderdvijf­en­zestig jaar. Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.
Genesis 2:7-9, 15, 18-20 en 3:8-10, 5:22-24 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
En Mozes nam de tent en zette die voor zichzelf buiten het kamp op, een eind van het kamp vandaan; en hij noemde hem de tent van ontmoe­ting. Zo gebeur­de het dat ieder die de HEERE zocht, naar de tent van ont­moe­ting moest gaan, die zich buiten het kamp bevond. Telkens als Mozes naar de tent ging, gebeurde het dat heel het volk opstond en dat ieder bij de ingang van zijn tent ging staan en dat zij Mozes nakeken tot hij de tent was binnen­gegaan.
Zodra Mozes de tent binnenging, gebeurde het dat de wolk­kolom neer­daalde en bij de ingang van de tent bleef staan en dat de HEERE met Mozes sprak. En zodra heel het volk de wolk­kolom zag staan bij de ingang van de tent, stond heel het volk op en boog zich neer, ieder in de opening van zijn tent. De HEERE sprak tot Mozes van aange­zicht tot aange­zicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. Daarna keerde hij terug naar het kamp, maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jonge­man, week niet uit het midden van de tent.

Exodus 33:7-11 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
En nu ga Ik heen naar Hem Die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat U heen? Maar omdat Ik deze dingen tot u gespro­ken heb, heeft de droefheid uw hart vervuld.
Maar Ik zeg u de waarheid: Het is nuttig voor u dat Ik wegga, want als Ik niet wegga, zal de Trooster niet naar u toe komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar u toe zenden. En als Die geko­men is, zal Hij de wereld over­tuigen van zonde, van gerech­tig­heid en van oordeel: van zonde, omdat zij niet in Mij geloven; van gerech­tig­heid, omdat Ik heenga naar Mijn Vader en u Mij niet meer zult zien; en van oordeel, omdat de vorst van deze wereld veroor­deeld is.
Nog veel heb Ik tegen u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen. Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toe­kom­stige dingen zal Hij u verkon­di­gen. Die zal Mij verheer­lij­ken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen. Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen.

Johannes 16:5-15 (HSV)

Wandelen met God
We zijn door God geschapen naar zijn beeld, zijn gelijkenis, we zijn beelddragers van God. Alleen bij de schepping van de mens lezen we, dat God hem de levensadem inblies. Dit lezen we niet bij de schepping van de dieren. We hebben een geest (of ziel) die onster­felijk is. God spreekt met de mensen, wat Hij met de dieren niet doet.

Voor de mensen heeft Hij een mooie tuin geschapen, de hof van Eden, waarvoor de mensen moesten zorgen, en ervan eten. In die tuin zien we hoe Gods ideale relatie met de mens zich afspeelde. Adam en Eva waren vertrouwd met God, en spraken in de tuin met Hem. In het begin was alles nog goed, en de mensen hadden een intieme vriend­schaps­re­latie met God. Al droegen de mensen geen kleren, ze schaam­den zich niet voor elkaar en tegen­over God. Waarom zouden ze?
Die vertrouwe­lijke omgang met God is ook het doel van ons leven. Voor dit doel heeft God ons gescha­pen. Hij heeft ons in de eerste plaats gemaakt om een ver­trou­we­lijke relatie met Hem aan te gaan.

Later lezen we over Henoch, die ‘wandelde met God’. Hij had een vertrouwelijke omgang met zijn God, en we lezen dat hij werd opgenomen. Ook Noach had een vertrouwelijke omgang met zijn God.

Moses had geleerd, naar Gods stem te luisteren. Dat gebeurde eerst bij zijn roeping, bij de brandende doorn­struik. Later bij zijn ont­moe­tingen met de Farao van Egypte had hij steeds Gods woorden verstaan en door­ge­geven. Bij het leiden van het volk, en het recht­spreken, was hij afhan­ke­lijk van Gods woorden. God sprak met Moses op de berg, en in een tent buiten de legerplaats. ’De HEERE sprak tot Mozes van aange­zicht tot aange­zicht, zoals een man met zijn vriend spreekt.’

In de stilte gaan
Gods leiding, Gods stem verstaan, vraagt dat we in de stilte gaan, waar we niet worden afgeleid door duizend andere dingen. God wil wel spreken, maar alledaagse dingen zoals werk, gezin, TV en de sociale media kunnen ons afleiden. Die maken het ons moeilijk, stil te worden en Gods stem te horen en te verstaan.
Jezus leerde ons, dat Hij met zijn Geest in ons wil wonen, wanneer wij Hem liefhebben.

Waardoor kan God spreken?
Dat kan door een tekst uit de Bijbel, die je ‘toevallig’ leest, en die je antwoord geeft op een vraag of probleem, of richting geeft bij een beslissing.
In de Bijbel lezen we over dromen en visioenen, waarin de toekomst duidelijk wordt gemaakt. Dat lees je bij Josef en Daniël.
Profeten kregen woorden van God ingegeven, spraken die uit en schreven ze op. Ook tot Abram sprak God rechtstreeks: ’Ga uit uw land, uit uw familie­kring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal’.
Een gebed hoeft geen eenrichtingsverkeer te zijn. God hoort naar onze gebeden, maar wij kunnen Hem ook verstaan. Dat kan een zacht gespro­ken woord zijn, of een hele zin, die in je gedachten opkomt. Hij kan je zeggen, een bepaald Bijbel­ge­deelte te lezen, dat een antwoord of opdracht vormt.
Toch is het goed om na te gaan, of het je eigen gedachten zijn of Gods stem, die je meent te horen. In ons is immers nog een strijd gaande tussen ‘vlees en geest’. Toets alles, zoals Johannes schreef (1 Joh. 4:1-3). Blus de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Beproef alles, behoud het goede (2 Tess. 5:19-21).
God kan ook spreken door situaties, Hij kan een deur voor je sluiten, en een andere openen, omdat Hij een ander plan met je leven heeft.

Toen kwam de HEERE en bleef daar staan, en Hij riep zoals andere keren ‘Samuel, Samuel!’ En Samuel zei ‘Spreek, want uw dienaar luistert.’ 1 Samuel 3:10.

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Ik ben de Alfa en de Omega, Genesis 1,
Het eerste evangelie, Genesis 3,
De eerste broedertwist, Genesis 4,
Afscheid, maar niet voorgoed, Genesis 5,
De schapen van de bokken scheiden, Genesis 6.
Tekst met dank aan Jan Pool, Visie 13-06-1926.
Aanbevolen om zelf te lezen: Gods stem verstaan, God spreekt maar luister jij ook, Gods stem verstaan, hoe werkt dat.

Wees de eerste die reageert op "Sjabbats­lezingen: Wandelen met God"

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.