Sjabbatslezingen: Soekot verbindt verleden en toekomst

Torahrol De drie Joods najaars­feesten, het Bazuinen­feest, Yom Kipoer, de Grote Verzoendag, en Soekot, het Loofhuttenfeest, gedenken gebeurtenissen uit het verleden, en wijzen tevens op handelen van God in de toekomst.

De drie Joods najaars­feesten, het Bazuinen­feest, Yom Kipoer, de Grote Verzoendag, en Soekot, het Loofhuttenfeest, gedenken gebeurtenissen uit het verleden, en wijzen tevens op handelen van God in de toekomst.

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Soekot (Loof­hut­ten­feest) zijn:
✡ Torahlezingen: Leviticus 22:26 – 23:44 en Numeri 29:12-16,
✡ Profetenlezing: Ezechiël 28:18 – 29 16, Zacharia 14,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Johannes 7:1-36, Openbaring 19:1-6.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg: Vanaf de vijftiende dag van deze zevende maand is het zeven dagen lang Loof­hut­ten­feest voor de HEERE. Op de eerste dag is er een heilige samen­komst. Geen enkel dienst­werk mag u doen. Zeven dagen lang moet u de HEERE vuur­offers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samen­komst houden en de HEERE een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzon­dere samen­komst. U mag geen enkel dienst­werk doen.
Dit zijn de feestdagen van de HEERE, die u moet uitroe­pen als heilige samen­kom­sten om een vuuroffer voor de HEERE aan te bieden: brand­offer en graan­offer, slacht­offer en pleng­offers, al naar­ge­lang het voor­schrift voor die bepaal­de dag, naast de offers op de sabbat­ten van de HEERE, naast uw geschen­ken, naast al uw gelofte­offers en naast al uw vrijwil­li­ge gaven, die u aan de HEERE geeft.
Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van de HEERE zeven dagen lang vieren. Op de eerste dag is het rustdag en op de achtste dag is het rustdag. Op de eerste dag moet u voor uzelf vruchten van sierlijke bomen, takken van palmbomen, takken van loofbomen en van beekwilgen nemen, en u moet zich zeven dagen lang voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verblijden.
Dat feest voor de HEERE moet u per jaar zeven dagen lang vieren. Het is een eeuwige verorde­ning, al uw gene­ra­ties door. In de zevende maand moet u het vieren. Zeven dagen moet u in de loof­hut­ten wonen. Alle inge­ze­te­nen van Israël moeten in loof­hutten wonen, zodat de generaties na u weten dat Ik de Israë­lieten in loof­hutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God.

Leviticus 23:33-43 (HSV).

Gedeelten uit de Profetenlezing
De profeet Zacharia beschrijft een strijd van de heidenvolken, waarbij Jeruzalem wordt ingenomen.
Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heiden­volken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd.
Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeru­za­lem ligt, ten oosten ervan. Dan zal de Olijf­berg in tweeën gesple­ten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de ene helft van de berg naar het noorden zal wijken en de andere helft ervan naar het zuiden. Dan zult u vluchten door het dal van Mijn bergen, want het dal tussen de bergen zal reiken tot Azal. Ja, u zult vluch­ten, zoals u gevlucht bent voor de aard­beving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal de HEERE, mijn God, komen: al de heiligen met U!
Op die dag zal het geschieden dat het kostbare licht er niet zal zijn, evenmin de dikke duisternis. Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft.
Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: ’s zomers en ’s winters zal het plaatsvinden.
De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige.

Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heiden­volken die tegen Jeruza­lem zijn opge­rukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de leger­machten, en om het Loof­hut­ten­feest te vieren.
Het zal geschieden dat er geen regen zal vallen op hem die uit de geslach­ten van de aarde niet zal opgaan naar Jeru­za­lem om zich voor de Koning, de HEERE van de leger­mach­ten, neer te buigen. Als het geslacht van de Egyp­te­naren, waarop geen regen is geval­len, niet zal opgaan en komen, dan zal de plaag komen waarmee de HEERE de heiden­volken zal treffen die niet zullen optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren.

Zacharia 14:3-9 en 16-18 (HSV).

Gedeelten uit het Nieuwe Testament
En het feest van de Joden, het Loofhuttenfeest, was aanstaande. Zijn broers dan zeiden tegen Hem: Vertrek vanhier en ga weg naar Judea, zodat ook Uw disci­pe­len de werken die U doet kunnen zien.

Gaat u naar dit feest; Ik ga nog niet naar dit feest, want Mijn tijd is nog niet vervuld. En nadat Hij dit tegen hen gezegd had, bleef Hij in Galilea. Maar toen Zijn broers naar het feest gegaan waren, toen ging Hij ook Zelf naar het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen.
Maar toen het feest al half voorbij was, ging Jezus naar de tempel en gaf onderwijs.

En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvan­gen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet ver­heer­lijkt was.
Velen dan uit de menigte die dit woord hoorden, zeiden: Híj is werkelijk de Profeet. Anderen zeiden: Híj is de Christus. En weer ande­ren zeiden: De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet dat de Christus komt uit het geslacht van David en uit het dorp Bethle­hem, waar David was?

Johannes 7:2-3, 8-10, 14, 37-42 (HSV)

Soekot verbindt verleden en toekomst
Het Loofhuttenfeest, Soekot, is een van de drie grote feesten die vrome Joden graag in Jeruzalem door­brach­ten. Het zijn alle drie oogst­feesten, waarop gevierd werd dat een deel van de oogst was inge­za­meld. Tijdens Pesach was dat de gerst, tijdens het Weken­feest de tarwe, en tijdens het Loofhuttenfeest de vruchten.
Het zijn ook alle drie reli­gieuze feesten, waarop Gods hande­len in herin­ne­ring werd gebracht: de uittocht uit Egypte, het geven van de Torah, Gods onder­wij­zing, en het einde van veertig jaar zwerven door de woestijn, wonend in hutjes (‘soekot’) en tenten.
Om dit laatste te gedenken bouwen veel Joodse gezinnen een soekah, een loofhut, in de tuin, op het dak, op een balkon of op straat. Door het dak van de soekah moet je de sterren­hemel kunnen zien. Slapen in de soekah lukt niet goed, maar hij is ruim genoeg om er de maal­tij­den te gebrui­ken en gasten te ontvangen.

De eerste twee pelgrimsfeesten zijn voorjaarsfeesten, die alleen wijzen op Gods handelen in het verleden. Maar de najaars­fees­ten Bazuinen­feest (Nieuw­jaar), Grote Verzoen­dag en Soekot met het Slotfeest hebben ook een profe­tische bete­ke­nis. Ze wijzen ook op Gods handelen in de toekomst.
Het Bazuinenfeest wijst op het begin van een grote verandering, zoals dit het begin van een nieuw jaar aangaf. Het wordt wel verbonden met de opname van de gemeente.
Grote Verzoendag wijst op een geestelijk ontwaken, een nationaal moment van inkeer en berouw, van herkennen, zoals de profeet Zacharia schreef: ’Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeru­za­lem zal Ik de Geest van de genade en van de gebe­den uitstorten. Zij zullen Mij aanschou­wen, Die zij door­sto­ken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouw­klacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.’ (Zacharia 12:10)

Soekot markeerde de overgang van het bivakkeren in hutjes of tenten in de woestijn naar het wonen in huizen, in vaste verblijf­plaatsen, bij het binnengaan van het land, onder de leiding van Jozua/יְהוֹשֻׁעַ/Jehosjoe’a. Ik denk, dat dit feest vooruitwijst op de komst van Jezus/יֵשׁוּעַ/Jesjoe’a op aarde, zoals Zacharia schreef ’Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijf­berg’, en naar het binnen­gaan in het Konink­rijk van de hemel, waarover Jezus onderwijs gaf.

Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige (Hebreeën 13:14)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Loofhuttenfeest is voor alle volken,
God toont zijn heiligheid,
Loofhuttenfeest, om het niet te vergeten.
Zie ook: De inzameling van de volkeren en het Loofhuttenfeest

1 reactieop"Sjabbatslezingen: Soekot verbindt verleden en toekomst"

  1. Een notitie bij bovenstaande:

    Alle Bijbelse feesten zijn van oorsprong bedoeld om Gods daden aan Zijn volk te gedenken en te vieren en Hem dus te verheerlijken (Theocentrisch). De oorsprong van Bijbelse zaken is altijd leidend (waar het om draait) tot aan de voleindiging der dingen.

    Dat ze ook als oogstfeesten worden gezien is een vergissing. Ze zijn het immers uitdrukkelijk niet, want de schepping en verheerlijking ervan wordt afgekeurd in de Bijbel! Oogstfeesten zijn logischerwijs feesten van mensen die de Bijbelse God niet kennen. Ook beperken de feest- en gedenkbepalingen van de Torah zich bepaald niet tot de landbouw.

    Sterker, de offerbepalingen voor de Tempel stellen dat God eigenlijk slachtoffers van de ‘duurste’ reine dieren verwacht (runderen) en dat vereist veeteelt. Denk aan de offers van Qajin en Havel (Gn 4:3-4). Hij komt gelovigen tegemoet de armen onder hen toe te staan om plantaardige offers te brengen als ze geen slachtdieren kunnen betalen.

    De vereiste om vruchten van planten naar God te brengen en aan Hem te tonen is bedoeld om gelovigen erover te laten nadenken dat Hij ook daarin voorziet. Hij verlangt in principe en logischerwijs alleen bloedoffers (een leven voor een leven). Dat brengen van opbrengsten van planten gebeurde ook toen Isra’El nog in de woestijn was op weg naar het beloofde Land en in de ballingschap en staat dus los van het wonen in het beloofde Land.

    Maar na de verwoesting van het centrale heiligdom is de offerdienst op aarde (niet in de hemel!) stilgevallen.

    Op basis van het voorgaande moet de vraag gesteld worden waarom dan nog steeds beweerd wordt dat Bijbelse feesten oogstfeesten zouden zijn is een misvatting.

    De split van voorjaars en najaarsfeesten is ook gekunsteld. Het Godsdienstige jaar begint (eerste Bijbelse maand) met en eindigt (Sjabbats- of zevende maand). Na het einde van het Godsdienstige jaar houdt natuurlijk het Godsdienstige leven van de gelovigen niet op. De resterende 6 maanden staan evengoed in het teken van Torahnavolging, maar zonder collectieve feest- of gedenkdagen. Althans niet in de zin van wat hoofdzakelijk verplicht is. Er zijn ook nog half-feesten in de eindperiode te vieren, zoals Chanoekah en Poeriem.

    Evenzo is een split in feesten die dingen uit het verleden vertegenwoordigen en feesten die dingen van de toekomst zouden vertegenwoordigen is vreemd. Het is overduidelijk dat de Schepping naar verlossing schreeuwt van de macht van satan, dus Pésach is nog steeds niet helemaal gecompleteerd. Dat geldt ook voor alle andere Bijbelse feesten. Anderzijds verwijst Soekot ook naar het verleden, net als Pésach en diens voltooiing (Sjawoe’ot).

    Jom Kipoer is een uitzondering. Het is geen feest, maar een dag van zelfverdrukking om God te smeken om de collectieve zonden (bewust en onbewust gedaan) alsnog aan het einde van het Godsdienstige jaar met God te verzoenen. Het is een gedenkdag. Jom Teroe’ah kondigt niet alleen de Sjabbatsmaand aan, maar vooral ook Jom Kipoer. Dus ook Jom Teroe’ah is een gedenkdag en geen feestdag.

    Dat een en ander van de Bijbelse feest- en gedenkdagen met de komst van dé Messias te maken hebben is een open deur, maar dat het moment van Diens komst te maken zou hebben met een of meerdere van deze speciale dagen is vergezocht. Zaken waren Isra’Eliem zich niet mee bezig zouden moeten houden.

    Ten laatste: de vermeende ‘opname van de gemeente’ is een door mensen verzonnen afleiding (dogma), maar staat nergens in de Bijbel en is er ook mee in strijd. Ten diepste is die gedachte, zoals ook diverse geleerden tegenwoordig terecht stellen, antisemitisch en zou om die reden verboden moeten worden. Het gaat ook regelrecht tegen gerichtheid op eenheid in Gods volk in. Er is maar één volk van God en niet twee.

    Groet, M. van Putten

Geef een reactie

Ontdek meer van MessiaNieuws

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder