Sjabbats­lezingen: Vergeet niet wie de HEERE is

Torahrol Moses wil het er bij zijn volk wel inhameren, de HEER te kennen en Hem trouw te dienen. Hij voor­ziet verschrikkelijke gebeurtenissen wanneer zij andere goden dienen. Maar toch zal God zijn volk niet ontrouw worden.

Moses wil het er bij zijn volk wel inhameren, de HEER te kennen en Hem trouw te dienen. Hij voor­ziet verschrikkelijke gebeurtenissen wanneer zij andere goden dienen. Maar toch zal God zijn volk niet ontrouw worden.

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Ha’azinoe (Luisteren jullie), tevens sjabbat Sjoevah (Terugkeer) zijn:
✡ Torahlezing: Deuteronomium 32,
✡ Profetenlezing: 2 Samuël 22, Hosea 14:1-9 en Joel 2:15-27,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 10:17 – 11:12.

Gedeelten uit de Torahlezing
En de HEERE zei tegen Mozes: Zie, u gaat bij uw vaderen te ruste; en dit volk zal opstaan en als in hoererij achter de vreemde goden van het land waar het naartoe gaat, aan gaan, in het midden van dat land. Het zal Mij verlaten en Mijn verbond, dat Ik ermee gesloten heb, verbreken. Dan zal Mijn toorn op die dag tegen hen ontbranden. Ik zal hen verlaten en Mijn aangezicht voor hen verbergen, zodat zij opgegeten zullen worden; en veel verschrik­kelijke dingen en noden zullen het volk treffen, zodat het op die dag zal zeggen: Hebben deze verschrik­ke­lijke dingen mij niet getroffen omdat mijn God niet in ons midden is? Ik zal Mijn aangezicht op die dag zeker verbergen, vanwege al het kwaad dat het gedaan heeft, want het heeft zich tot andere goden gekeerd.
En nu, schrijf voor u dit lied op en leer het de Israë­lieten; leg het hun in de mond, opdat dit lied voor Mij een getuige is tegen de Israëlieten. Want Ik zal dit volk brengen in het land dat Ik zijn vaderen onder ede beloofd heb, een land dat over­vloeit van melk en honing, en het zal eten en verzadigd en vet worden. Dan zal het zich tot andere goden wenden en hen dienen, en zij zullen Mij verwerpen en Mijn verbond verbreken. En het zal gebeuren, wanneer veel ver­schrik­ke­lijke dingen en noden het volk getrof­fen hebben, dat dit lied dan voor zijn aange­zicht als getuige zal antwoor­den; want het zal niet verge­ten worden of uit de mond van zijn nage­slacht verdwij­nen. Want Ik ken zijn over­leg­gin­gen die het heden maakt, voordat Ik het breng in het land dat Ik hun onder ede beloofd heb.
Mozes schreef op die dag dit lied en hij leerde het de Israëlieten.

Toen sprak Mozes ten aanhoren van heel de gemeente van Israël de woorden van dit lied, totdat ze voltooid waren:
Hoor mij aan, hemel, dan zal ik spreken! Laat de aarde de woor­den van mijn mond horen.
Laat mijn leer neerdruppelen als de regen, laten mijn woorden stromen als de dauw, als een zachte regen op het groen, en als regendruppels op het gewas.
Want ik zal de Naam van de HEERE uitroepen; geef grootheid aan onze God!
Hij is de rots, Wiens werk vol­maakt is, want al Zijn wegen zijn een en al recht. God is waarheid en geen onrecht; rechtvaardig en waarachtig is Hij.
Zij hebben verderfelijk tegen Hem gehandeld; het zijn Zijn kinderen niet. Een schandvlek! Het is een slinkse en verdorven generatie.
Doet u dit de HEERE aan, dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft, Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?

Deuteronomium 31:16-22 en 31:30 – 32:6 (HSV).

Gedeelten uit de Profetenlezing
David sprak de woorden van dit lied tot de HEERE op de dag waarop de HEERE hem gered had uit de hand van al zijn vijanden en uit de hand van Saul. Hij zei: De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder, mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem, mijn schild en de hoorn van mijn heil, mijn veilige vesting; mijn toevlucht, mijn Verlosser; van geweld hebt U mij verlost. Ik riep de HEERE aan, Die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden. Want golven van de dood hadden mij omvan­gen, beken van verderf joegen mij angst aan. Banden van het graf omring­den mij, val­strik­ken van de dood bedreig­den mij. In mijn nood riep ik de HEERE aan, ik riep tot mijn God; Hij hoorde mijn stem vanuit Zijn paleis, mijn hulpgeroep kwam in Zijn oren.

De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid; Hij gaf mij loon naar de reinheid van mijn handen. Want ik heb de wegen van de HEERE in acht genomen, ik ben van mijn God niet godde­loos afgeweken. Want al Zijn bepa­lin­gen hield ik voor ogen, van Zijn veror­de­nin­gen week ik niet af, maar ik was oprecht voor Hem, ik was op mijn hoede voor mijn ongerechtigheid. Daarom gaf de HEERE mij naar mijn gerech­tig­heid, naar mijn reinheid voor Zijn ogen.
Tegenover de goedertierene toont U Zich goeder­tieren, tegen­over de oprechte held oprecht. Tegen­over de reine toont U Zich rein, maar tegen­over de slinkse toont U Zich een Strijder.

2 Samuel 22 (Psalm 18) :1-7 en 21-27 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. Maar ik zeg: Hebben zij het dan echt niet gehoord? Zeker wel: Hun geluid is over heel de aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld.
Maar ik zeg: Heeft Israël het dan niet begrepen? Ten eerste is het Mozes die zegt: Ik zal u jaloers maken door wat geen volk is; door een onverstandig volk zal Ik u tot toorn verwekken. En Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen.
Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.
Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers ook een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft Zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten. Of weet u niet wat de Schrift zegt in de geschiedenis van Elia, hoe hij God aanspreekt over Israël en zegt: Heere, Uw profeten hebben zij gedood en Uw altaren afgebroken, en ik ben alleen overgebleven. Ook staan zij mij naar het leven. Maar wat zegt het Goddelijk antwoord tegen hem? Ik heb voor Mijzelf nog zeven­dui­zend mannen over­ge­la­ten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben. Zo is er dan ook in deze tegenwoor­di­ge tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade.

Romeinen 10:17 – 11:5 (HSV)

Vergeet niet wie de HEERE is
Kort voor zijn sterven schreef Moses dit lied. Als een profeet voorzag hij, dat na zijn sterven, en na het sterven van zijn opvolger Jozua, het volk alles zou vergeten wat zij hadden meegemaakt en alles wat zij hadden geleerd over hun grote God. De God die hen dit mooie land had gegeven en die zij jarenlang trouw hadden gediend, zouden zij inruilen voor vreemde goden, afgoden van de volken waartussen zij wonen.
Daarom herinnert Moses het volk er aan: ’Hij is de Rots, Wiens werk volmaakt is, want al zijn wegen zijn een en al recht’.
De hemel en de aarde roept hij op om naar hem te luisteren. Want wanneer Moses er niet meer is, zal de hemel het volk zegenen met regen, en de aarde met haar opbrengst, wanneer het volk de Heer oprecht dient. Maar wanneer het volk ontrouw is, wachten rampen en ballingschap.

Koning David schreef ook een lied, dat we nu kennen als Psalm 18, om u en mij te vertellen wie de Heer voor hem was in een tijd van benauwdheid: De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrij­der, mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toe­vlucht neem, mijn schild en de hoorn van mijn heil, mijn veilige vesting; mijn toe­vlucht, mijn Verlos­ser; van geweld hebt U mij verlost.
Waarom kon David dit zeggen? Waarom had hij zo’n vertrouwen op zijn God? Omdat zijn leven aan God was toegewijd. Hij kon van zichzelf verklaren: ’Want ik heb de wegen van de HEERE in acht genomen, ik ben van mijn God niet godde­loos afgeweken.’

Net zoals Moses had ook Paulus verdriet over zijn volk. Terwijl de Wet en de profeten spraken over de Leraar ter gerech­tig­heid, over de komende Messias, hadden zij hem niet herkend. Drie jaar had Jezus door Israël gereisd, zieken genezen, doden opge­wekt, onder­wijs gege­ven over het Konink­rijk van God – maar zij hadden Hem niet herkend als de Gezalfde van God, maar Hem verworpen en gedood.
Toch is Paulus niet zonder hoop: ‘Door hun val is echter de zalig­heid tot de heide­nen (gekomen) om hen tot jaloers­heid te verwek­ken. Als dan hun val voor de wereld rijkdom (betekent) en (het feit dat zij) achter­op­komen rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid’.

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
God ontfermt zich na de ballingschap,
Dit zijn de grenzen van uw land,
Gods beschermende hand over Israël,
God heeft zijn volk niet verstoten.


Ontdek meer van MessiaNieuws

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wees de eerste die reageert op "Sjabbats­lezingen: Vergeet niet wie de HEERE is"

Geef een reactie