Visie op de Here Jezus biografisch bepaald?

540x840 Hoe wordt de Here Jezus in de oudste Bijbelse geschriften beschreven? Is dat bepaald door persoonlijke omstandigheden? Dat zijn vragen die Henk Bakker onderzoekt en bevestigend beantwoord in zijn boek ‘Christus’. Waaruit zou dat blijken?

Hoe wordt de Here Jezus in de oudste Bijbelse geschriften beschreven? Is dat bepaald door persoonlijke omstandigheden? Dat zijn vragen die Henk Bakker onderzoekt en bevestigend beantwoord in zijn boek ‘Christus’. Waaruit zou dat blijken?

Boekanalyse
Bakker is hoogleraar (UvA) en verbonden aan het Baptisten seminarie. Hij onderzocht de vroegchristelijke kijk op de Here Jezus. Volgens hem is die altijd gekleurd door eigen ervaringen (biografie). Dit boek is het logische vervolg op zijn eerdere boek ‘Jezus’ over de Jezus-visie in de drie synoptische evangeliën.

Na een voorwoord en inleiding is de stof ingedeeld in vier delen (I: Biografie maakt theologie; II: Paulus; III: Johannes; IV: Van apostelen naar ‘vaders’). Het langste hoofdstuk gaat over de brieven van Paulus (H6). Aparte tekstgedeelten in kleine letters geven diepte-informatie. De tekst is voorzien van voetnoten die hoofdzakelijk broninformatie bevatten. De gebruikte ‘Bijbelvertaling’ is de NBV’21. Het boek is afgesloten met twee excursen, een nawoord, een literatuurlijst en twee zoekregisters (Bijbelteksten en namen & zaken).

Bakker zou niet zijn mening verkondigen maar de nadruk leggen op het Joods-zijn van de Here Jezus zonder een bepaalde Israëlvisie. Ook werkt hij het specifieke, bijzondere uit naar het algemene. Kortom, een omgekeerde aanpak dan wat gangbaar is.

Volgens Bakker kwam Paulus met “een radicale christocentrische eschatologie” die het oorspronkelijk evangelie van de Here Jezus daarnaar omboog. Hij zou, naar Farizese wijze, halachah (Joodse leer) hebben onderricht. Niet alle brieven die aan Paulus worden toegeschreven zouden volgens Bakker door hem geschreven zijn.

Over Torahnavolging stelt hij: Joodse christenen zijn ertoe verplicht, maar niet-Joodse zouden zich moeten beperken tot de Noachidische geboden en wat “meer dan dat”. Afleggen van heidendom zou echter belangrijker zijn.

Bakker keert zich tegen de bedelingenleer en vooral tegen de theorie van de opname van de gemeente in de hemel. Hij noemt dat laatste zelfs antisemitisch. Paulus zou zich tegen besneden niet-Joden hebben gekeerd, want niet-Joodse gelovigen zouden door de Geest zonen van Isra‘El worden ondanks hun onbesneden staat. Hij lijkt beïnvloed door Mark Kinzer.

Evaluatie
Bakker beweert in de inleiding dat dit geen wetenschappelijk boek over christologie is, maar bedoeld voor het grote publiek. De boekkarakteristieken laten echter het tegenovergestelde zien. Zoals, de omvang (ruim 600 pagina’s), veel onvertaalde citaten in buitenlandse talen en elitaire taalgebruik. Helaas sluit hij zich ook aan bij de huidige Woke-ideologie door het koloniale verleden van de ‘kerk’ en de genderdiscussie te behandelen.

Als biografie theologie gaat bepalen dan is die mensgericht in plaats van op God gericht.

Hij noemt Paulus ‘christelijk rabbijn’ die halachah leerde. Iets wat onwaar is en ook een onmogelijkheid. Christenheid, de titel rabbijn en halachah werden pas lang na zijn dood vastgesteld.

Hij ziet geen onderscheidt tussen etniciteit (Isra‘El) en Bijbelse godsdienst; een ‘blinde vlek’ van de meeste gelovigen. Vandaar zijn overtuiging dat Torahnavolging alleen voor Isra‘El bedoeld zou zijn. Hij wijst de Messiaanse Beweging dus scherp af.


Bakker, H., Christus. Hoe het geloof in Jezus zich ontwikkelde in het vroege christendom. 2024, KokBoekencentrum, Utrecht, 646 pagina’s, € 33,99, ISBN: 9789043541657.

1 reactieop"Visie op de Here Jezus biografisch bepaald?"

  1. Een aantekening bij mijn bovenstaande recensie:

    Waar baseer is de stelling dat Bijbelse godsdienst niet gebonden is aan Isra’El op? ‘Adam, Noach, ‘Avraham, Jitschaq en Ja’aqov waren volgens de Bijbel niet gebonden aan een volk. Maar zij waren het die als eerste de Bijbelse godsdienst ontvingen.

    Maar zelfs Mosjéh en de kinderen van Ja’aqov/Isra’El waren bij de verbondsluiting bij Chorev in de Sinajwoestijn nog geen volk. Dat kwam allemaal later, namelijk met de inname van het beloofde Land. Zelfs de Here Jezus kon het Nieuwe Verbond van Zijn Vader afkondigen met de opdracht om uit te gaan naar alle volken.

    De verwarring van het vermeende hechte verband tussen Isra’El en de Bijbelse Godsdienst heeft diens basis in de definitie van Gods volk. Wordt die heel smal bepaald (alleen de vrome Isra’Eliem) of heel breed (allen die Eigendom zijn van de Bijbelse God). Maar zelfs als die heel smal bepaald wordt, zoals in de regel de meeste gelovigen doen, dan nog kwam de Bijbelse godsdienst van ‘buiten’ Isra’El’, zoals in deze aantekening wordt uitgelegd.

    Ook als wordt gekeken naar de tijdsduur dat het volk Isra’El de Bijbelse godsdienst uitoefende dan is dat amper 1400 jaar, want het moet toch duidelijk zijn dat de rabbijnen van de Bijbelse godsdienst een andere (niet volledig Bijbelse) religie hebben afgeleid.

    Het is wel zo dat Isra’El de Bijbelse godsdienst aan de volken heeft overgeleverd, zoals in de Bijbel staat, maar ze zijn er geen eigenaar van en nergens staat in de Bijbel dat alleen zij recht hadden op die godsdienst. Dat recht hebben ze eerder (tijdelijk) verspeeld, waardoor het aan anderen uit vele volken is overgegaan.

    Groet, M. van Putten

Geef een reactie