Jezus’ Joodse identiteit is een steen des aanstoots

Kees Bloed is recensist voor MessiaNieuws
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Graag reageer ik op de inbreng van Bob van Dijk over zijn nieuwste boek De vervangingsleer voorbij, wat nu?. Niet om mijn gelijk te halen, maar om van gedachten te wisselen over de Jezus’ Joodse identiteit. Is het niet mooi om samen te zoeken naar Gods Koninkrijk, waarbij we een verschillende mening kunnen hebben? 

 

De messiaanse beweging
Van Dijk schreef afwijzend over de messiaanse beweging. Dat vond ik jammer, en bovendien sneed het geen hout. Vandaar dat ik hier kritisch over was in mijn recensie. In de reactie van Van Dijk blijkt dat hij begrip wilde kweken voor de messiaanse beweging. Dat juich ik toe, maar door wat hij er verder bij zegt, begrijp ik nog steeds niet wat hij bedoelt. De afwijzing van bepaalde messiaanse praktijken die hij in het boek ook al noemde, houdt hij namelijk hoog. Het doen van gebruiken die Joden doen (op basis van Talmoed), kan ‘niet verboden worden’, maar men mag het als christen beter niet doen, lees ik. Want doe je het wel, dan ben je niet ‘sensitief en respectvol’ naar andermans identiteit. En als je het doet, ben je vergeten in Wie je identiteit ligt. Dat is wat Van Dijk suggereert. En dat voelt voor mij als een klap in mijn gezicht. Dat heeft ook met mijn ervaringen te maken. Want als ik aan een orthodoxe jood vraag of ik de sabbat mag vieren, mág ik dat dus niet van hem. Terwijl het voor mij juist éssentieel is geworden, omdat ik Jezus wil volgen. Juist door in Hem te zijn, ben ik sabbat gaan vieren. Door in Hem te zijn ben ik gedenkkwastjes gaan dragen, door in Hem te zijn heb ik zelfs een keppeltje gedragen en een gebedskleed, en ik heb daar geen moment spijt van. Want ik deed het om God te eren.

Het vieren van sjabbat is voor mij essentieel geworden omdat ik Jezus wil volgen.

De Thora is van iedereen
Door verder te onderzoeken, kwam ik erachter dat alléén de orthodoxe tak van het jodendom het stellig afkeurt wanneer christenen dit soort dingen overnemen. Maar het grootste deel van het jodendom is liberaal, conservatief of niet aan een instituut verbonden en bij hen is er wel dégelijk begrip, mits dit eren van God op joodse wijze respectvol en oprecht gebeurt. Want ‘de boeken zijn voor iedereen’, heb ik begrepen van o.a. rabbi Zeidler, Albert Ringer, van David Flusser en Pinchas Lapide, enz. Orthodoxe Joden hebben daar een probleem mee. Ze noemen alle andere stemmen ‘niet-Joods’, omdat hun rabbi’s rond de tiende eeuw schreven dat alléén Joden sabbat mogen vieren. Ook andere zogenaamde ‘identitymarkers’ zijn volgens deze orthodoxie exclusief joods. Nu weet ik dat de meeste evangelische gemeentes en initiatieven (waaronder ook CGI en Bart Wallet) dat beamen, en deze ‘exclusief joodse orthodoxie’ ook zo willen ‘behouden’. Maar dan volgen zij juist deze Joodse ‘lering van mensen’. Want ik zou niet weten hoe je dat op de Bijbel kunt baseren.

Jezus’ identiteit
Wie is er vergeten in wie zijn identiteit ligt? Juist door in Jezus te zijn, is mijn identiteit in Israël gaan groeien. Door in Hem te zijn ben ik meer christen (volgeling van Jezus) geworden dan ooit tevoren. Vervolgens word ik door orthodoxe Joden en evangelische christenen veroordeeld, “want men mag niet ‘joods’ zijn”. Hoezo niet? Wat is daar het probleem mee? En bovendien zég ik dat helemaal niet, noch iemand anders. Het zijn vooroordelen die nergens op gebaseerd zijn. Ik ben messiaans, een volgeling van Messias Jesjoea (Jezus’ Joodse identiteit), niet van de dogma’s over Hem. Want ik ben een volgeling ván Zijn geloof. Ik ben door het Woord van God (Jezus, in wie mijn identiteit is) gebóren in de erfenis van Israël, als één van de verloren stammen van Efraïm, zoals Van Dijk zo mooi betoogt in zijn boek. En ja, juist door mij op Hem te beroepen en op wie Hij is, wordt dat problematisch.

De Bijbel vergelijkt Jezus daarom met de Hoeksteen die is afgekeurd (1 Petrus 2:6-7). In onze dagen wordt Jesjoea opnieuw afgekeurd, omdat het niet uitkomt dat Hij Joods is. Zijn identiteit is “een steen des aanstoots en een rots der ergernis” zegt de apostel hier volgens de NBG51. En iedereen die zich aan de ware identiteit van Jesjoea stoot “stoot zich in zijn ongehoorzaamheid aan het Woord, waartoe hij bestemd is” (vs. 8). Krasse taal!
Het betekent dat Joodse orthodoxen en evangelicale christenen zich aan Jezus stóten in hun ongehoorzaamheid, omdat zij Hem niet volwaardig in Zijn Joodse identiteit als Koninklijke Thora-leraar waarderen en aanvaarden. Door Hem wél te aanvaarden, en je geloof wél op Hem te stellen, word je volgens de apostel veranderd van “Eens niet Zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in Zijn ontferming aangenomen.” (vs. 10). Aangenomen tot wat? Aangenomen in het verbond met God als koninklijke priesters, een heilige natie (vs. 9). En daarom vier ik sjabbat, want dát is er het teken van (Ex. 31:12-17). En daarom bedek ik mijn hoofd als ik bid. Ik zou het weer vaker moeten doen, want ik ben in Jesjoea een priester geworden, en priesters bedekken volgens de Bijbel wel degelijk hun hoofden in Gods aanwezigheid (Ex. 28:4). En als ik daarvoor een kippa of gebedskleed gebruik, doe ik dat niet als attráctie, maar oprecht, om mij in Gods aanwezigheid nederig naar Hem te kunnen opstellen om Hem te aanbidden.

Schrijver en spreker Kees Bloed is recensist voor MessiaNieuws.

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Leave a comment

Your email address will not be published.


*